9 juli ✝ Dinsdag in de 14e week door het jaar

Lezingen

Heilige van de dag

Heilige Martelaren van Gorcum

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1593

Psalmen

914

Lauden

Hymne

1596

Psalmen

918

KS

1597

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

922

KS

924

Vespers

Hymne

1601

Psalmen

926

KS

1603

Completen

Hymne

682

Psalmen

1207

HH. Martelaren van Gorcum

{hoedanigheid[1]}

Op 9 juli 1572 werden bij Brielle (Nederland) negentien priesters en kloosterlingen – voor het merendeel inwoners van Gorcum – om hun geloofsgetuigenis gedood. Naast enkele diocesane priesters waren het elf franciscanen, een augustijn, een dominicaan en twee norbertijnen. Ten prooi aan bespotting en mishandeling, hielden zij moedig stand. In 1867 werden zij door paus Pius IX heilig verldaard. Hun relieken rusten gedeeltelijk te Brielle en te Gorcum.

EERSTE LEZING

2 Kor. 4, 7-15
Ons leven wordt aan de dood uitgeleverd om Jezus’ wil.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte
Broeders en zusters,
Wij dragen een schat in aarden potten;
duidelijk blijkt
dat die overgrote kracht van God komt en niet van ons.
Wij worden aan alle kanten bestookt
maar raken toch niet klem;
wij zien geen uitweg meer maar zijn nooit ten einde raad;
wij worden opgejaagd
maar niet in de steek gelaten;
wij worden neergeveld
maar gaan er niet aan dood.
Altijd dragen wij het sterven van Jezus in ons lichaam mee,
want ook het leven van Jezus
moet in ons lichaam openbaar worden.
Voortdurend wordt ons leven
aan de dood uitgeleverd om Jezus’ wil
opdat ook het leven van Jezus
zich zou openbaren in ons sterfelijk bestaan.
Zo verricht de dood zijn werk in ons en het leven in u.
Maar wij bezitten die geest van geloof waarvan de Schrift zegt:
„Ik heb geloofd,
daarom heb ik gesproken.”
Ook wij geloven en daarom spreken wij.
Want wij weten
dat Hij die de Heer Jezus van de doden heeft opgewekt,
ook ons evenals Jezus ten leven zal wekken
om ons tot zich te voeren, samen met u.
Want alles gebeurt voor u
de genade moet zich in velen vermenigvuldigen
zodat steeds meer mensen dank brengen aan God,
tot eer van zijn naam.
Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

ANTWOORDPSALM

Ps. 126 (125), 1-2ab.2cd-3.4-5.6
R: Die onder tranen zaaien, oogsten met gejuich.

De Heer bracht Sions ballingen terug
het was alsof wij droomden.
Toen lachten alle monden en juichte elk tong.
Toen zei men bij de volken:
geweldig is het wat de Heer hen deed.
Geweldig was het wat de Heer ons deed,
daarom zijn wij zo blij.
Keer nu ons lot ten goede, Heer,
zoals een beek doet in de Zuid-woestijn.
Die onder tranen zaaien
zij oogsten met gejuich.
Vol zorgen gaan zij uit met zaaizakken beladen;
maar keren zingend weer beladen met hun schoven.

{tweedelezingtitel[1]}

{tweedelezingreferentie[1]}

{tweedelezingtekst[1]}

VERS VOOR HET EVANGELIE

Alleluia.
U, God, loven wij,
U, Heer, prijzen wij.
U looft het blanke heer der martelaren.
Alleluia.

{alleluia[1]}

EVANGELIE

Mt. 10, 17-22
Gij zult een voorwerp van haat zijn;
wie echter ten einde toe volhardt, zal

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
allen: Lof zij U, Christus.
In die tijd zei Jezus tot de twaalf:
„Neemt u in acht voor de mensen.
Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken
en u geselen in hun synagogen.
Gij zult voor stadhouders en koningen gebracht worden
omwille van Mij,
om zo ten overstaan van hen en de heidenen getuigenis af te leggen.
Maakt u echter wanneer men u overlevert
niet bezorgd over het hoe of wat van uw spreken
op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen.
Want niet gij zijt het die spreekt,
maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader.
De ene broer zal de andere overleveren
om hem te laten doden,
de vader zijn kind;
de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders
en hen ter dood doen brengen.
Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen,
omwille van mijn Naam.
Wie echter ten einde toe volhardt,
hij zal gered worden.”
Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.