9 augustus ✝ Feest van de H. Teresia Benedicta van het Kruis

Lezingen
Heilige van de dag

H. Theresia Benedicta van het kruis

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1609

Psalmen

1610

Lauden

Hymne

1613

Psalmen

780

KS

1614

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1033

KS

1617

Vespers

Hymne

1618

Psalmen

1619

KS

1624

Completen

Hymne

682

Psalmen

1203

H. Theresia Benedicta van het kruis

maagd en martelares

feest

Edith Stein werd op 12 oktober 1891 geboren in Breslau als dochter van joodse ouders. Als studente filosofie legde zij zich lange tijd toe op het zoeken naar de waarheid, totdat zij het geloof in God hervond en zich tot de katholieke Kerk bekeerde. Op 1 januari 1922 werd zij gedoopt. Vanaf die tijd diende zij God als lerares en schrijfster. In 1933 trad zij in bij de zusters karmelitessen te Keulen, waar zij de naam Teresia Benedicta van het Kruis ontving en haar leven wijdde aan het Joodse en het Duitse volk. Vanwege de jodenvervolging verliet zij op 31 december 1938 haar Duitse vaderland en werd zij opgenomen in het klooster van de karmelitessen van Echt (Nederland). Op 2 augustus 1942 werd zij door het regime dat toen in Duitsland een schrikbewind uitoefende, gevangen genomen en gedeporteerd naar het concentratiekamp bij Auschwitz-Birkenau (Polen) dat ter uitroeiing van het Joodse volk was ingericht. Daar werd zij, zonder twijfel op 9 augustus, wreed vermoord.

Openingstekst

Ps. 74 (73), 20.19. 22-23

Heer, blijf trouw aan uw verbond
en trek uw hand niet af van uw noodlijdend volk.
Sta op, Heer, en verdedig uw zaak;
Zovelen zoeken U: vergeet hun bidden niet!

Eerste lezing

Ez. 2,8-3, 4
Ik at de boekrol en zij werd in mijn mond als honing, zo zoet.

Uit de Profeet Ezechiël

Zo spreekt de Heer:
„Gij, mensenkind, gij moet luisteren naar wat Ik u zeg;
gij moet niet weerspannig zijn, zoals dat weerspannige volk.
„Doe uw mond open en eet wat ik u geef.”
Ik keek en ik zag een hand, die naar mij werd uitgestoken,
en in die hand een boekrol.
Hij rolde die voor mij uit;
zij was aan de voor- en aan de achterkant beschreven:
Klachten, treurliederen en weegeroep, dat stond erop geschreven.
Toen zei de Heer tot mij:
„Mensenkind, wat u wordt voorgehouden, eet dat op.
„Eet deze boekrol op en ga dan
en spreek tot het volk Israël.”
Ik deed mijn mond open
en Hij gaf mij die rol te eten.
En de Heer zei tot mij „Mensenkind, vul uw buik
en verzadig uw binnenste met deze rol, die Ik u geef.”
Ik at de rol en zij werd in mijn mond als honing, zo zoet.
Toen zei de Heer tot mij:
„En nu, mensenkind,
nu gaat gij naar het volk Israël
en brengt gij hun mijn woorden over!”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 119 (118), 14, 24, 72, 103, 111,131

R: Hoe heerlijk smaken mij uw beloften!

Mijn vreugde vind ik in wat Gij verordent,
dat is mijn rijkste bezit.

Ik neem uw verordeningen ter harte,
zij geven mij goede raad.

De wet uit uw mond is mij meer waard
dan schatten van zilver en gouda

Hoe heerlijk smaken mij uw beloften,
als honing zijn zij in mijn mond.

Mijn erfdeel is altijd wat Gij verordent,
dat is de vreugd van mijn hart.

Mijn mond sper ik hijgend open,
zo snak ik naar uw gebod.

Vers voor het Evangelie

Ps.145 (144), 13 cd

Alleluia.
Waarachtig is God in al zijn woorden
en heilig in al wat Hij doet.
Alleluia.

Evangelie

Mt. 18, 1-5.10.12-14
Hoedt u er voor een van deze kleinen te minachten.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd richtten de leerlingen tot Jezus de vraag:
„Wie is nu wel de grootste in het Rijk der hemelen?”
Hij riep een klein kind,
zette het in hun midden en zei:
„Voorwaar, Ik zeg u:
als gij niet opnieuw wordt als de kleine kinderen,
zult gij het Rijk der hemelen zeker niet binnengaan.
„Wie dus zichzelf gering acht zoals dit kind,
is de grootste in het Rijk der hemelen.
„En wie in mijn Naam zulk een kind opneemt neemt Mij op.
„Hoedt u er voor een van deze kleinen te minachten,
want Ik zeg u:
zij hebben engelen in de hemel
en deze aanschouwen voortdurend
het aangezicht van mijn Vader die in de hemel is.
„Wat dunkt u?
„Wanneer een man honderd schapen heeft
en één daarvan verdwaalt,
zal hij dan niet
de negenennegentig in de bergen alleen laten
om op zoek te gaan naar het verdwaalde?
„En gelukt het hem dat te vinden, voorwaar Ik zeg u,
dan zal hij over dat ene meer verheugd zijn
dan over de negenennegentig die niet verdwaald waren.
„Zo ook wil uw hemelse Vader niet
dat een van deze kleinen verloren gaat.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Ps. 147,12 en 14

Loof de Heer,Jeruzalem!
Hij voedt u met tarwebloem.

Een reactie achterlaten

Menu sluiten