8 juni ✝ Onbevlekt Hart van Maria

Lezingen
Heilige van de dag

Onbevlekt Hart van Maria

 

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1555

Psalmen

Lauden

Hymne

1558

Psalmen

871

KS

873

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

874

KS

877

Vespers

Hymne

1565

Psalmen

878

KS

881

Completen

Hymne

682

Psalmen

1201

Onbevlekt Hart van Maria

gedachtenis

 

 

Aan de verering van het Hart van Jezus, beschouwd als zetel van zijn inwendige vermogens tot kennen en beminnen, is de devotie tot het Hart van Maria verbonden. Haar onbevlekt hart is haar innerlijk, vervuld van de heilige Geest en daarom geheel naar God gekeerd. Uit deze inwendige bron welden gevoelens van dankbare vreugde op om haar uitverkiezing tot moeder van de Verlosser (Lc. 1, 46-47; vgl. 1 Sam. 2,1). In dit geestelijk heiligdom bewaarde zij alles wat er gezegd werd over en door haar Zoon en alles wat er met Hem gebeurde, om het bij zichzelf te overwegen, eruit te leven en ernaar te handelen (Lc. 2,19 en 51; 11, 28; vgl. Lc.12, 34). Om de onverdeelde toewijding van dit hart aan de zaak van de Verlosser heeft paus Pius XII, temidden van de verschrikkingen van de tweede wereldoorlog, in 1942 –bij gelegenheid van de 25ste verjaardag van de verschijningen te Fatima– de wereld toegewijd aan het Onbevlekt Hart van Maria.

Openingstekst

Ps.13 (12), 6

Mijn hart juicht van vreugde,
want Gij zijt mijn redding;
ik wil zingen voor de Heer,
die mij zijn weldaden bewees.

Openingsriten

In de naam van de Vader
en de Zoon
en de heilige Geest.
allen: Amen.

De genade van de Heer Jezus Christus,
de liefde van God
en de gemeenschap van de heilige Geest
zij met u allen.
allen: De Heer zal u bewaren.  ofwel: En met uw geest.

ofwel:
De Heer zal bij u zijn.
De bisschop zegt: Vrede zij u.
ofwel:
De Heer zij met u.
allen: De Heer zal u bewaren.

ofwel:
Genade zij u
en vrede van God onze Vader
en van de Heer Jezus Christus.
allen: De Heer zal u bewaren. ofwel: En met uw geest.

ofwel:
allen: Gezegend zij God,
de Vader van onze Heer Jezus Christus.

Broeders en zusters,
belijden wij onze zonden, bekeren wij ons tot God
om de heilige eucharistie goed te kunnen vieren.

Na een korte stilte belijden allen:
Ik belijd voor de almachtige God,
en voor u allen,
dat ik gezondigd heb in woord en gedachte, in doen en laten,
door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld.
Daarom smeek ik de heilige Maria, altijd maagd,
alle engelen en heiligen,
en u, broeders en zusters,
voor mij te bidden tot de Heer, onze God.

Moge de almachtige God zich over ons ontfermen,
onze zonden vergeven
en ons geleiden tot het eeuwig leven.
allen: Amen.

Heer, ontferm U over ons.
allen: Heer, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.
allen: Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.
allen: Heer, ontferm U over ons.

Openingsgebed

Laat ons bidden.

God, Gij hebt het Hart van de heilige maagd Maria
tot een waardig verblijf gemaakt voor de heilige Geest.
Mogen ook wij, op haar voorspraak,
een tempel worden van uw heerlijkheid.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,
die met U leeft en heerst
in de eenheid van de heilige Geest,
God, door de eeuwen der eeuwen.
allen: Amen.

Eerste lezing

II Tim. 4, 1-8
Doe het werk van een evangelist. Mijn bloed wordt weldra geplengd,
en mij wacht de krans der gerechtigheid.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs

Dierbare,
Ik bezweer u
voor het aanschijn van God en van Christus Jezus,
die levenden en doden zal oordelen
bij zijn verschijning en bij zijn koningschap:
verkondig het woord,
dring aan, te pas en te onpas,
weerleg, berisp, bemoedig,
in één woord,
geef uw onderricht met groot geduld.
Want er komt een tijd
dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen:
Zij zullen zich een menigte leraars aanschaffen naar eigen smaak,
die hun naar de mond praten.
En zij zullen hun oren sluiten voor de waarheid
om te luisteren naar allerlei mythen.
Maar gij, blijf nuchter bij dit alles,
aanvaard uw lijden,
doe het werk van een evangelist,
wijd u geheel aan uw dienst.

Want wat mij betreft,
mijn bloed wordt weldra geplengd,
het uur van mijn heengaan is nabij.
Ik heb de goede strijd gestreden,
de wedloop voleind,
het geloof bewaard.
Nu wacht mij de krans der gerechtigheid
waarmee de Heer, de rechtvaardige Rechter
mij zal belonen op de grote dag, en niet alleen mij
maar allen die met liefde uitzien naar zijn komst.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 71 (70), 8-9, 14-15ab, 16-17, 22

R: Ik zal uw rechtvaardigheid prijzen, Heer.

Mijn mond was vervuld van uw lof,
U prijs ik van vroeg tot laat.

Verwerp mij nu niet in mijn ouderdom,
laat mij niet los, nu mijn krachten bezwijken.
Maar ik blijf steeds vol vertrouwen,
draag elke dag bij tot uw lof.

Ik zal uw rechtvaardigheid prijzen,
uw bijstand de hele dag.

Gods macht zal ik alom verhalen
en uw gerechtigheid loven, Heer.

Van jongsaf heb ik het ondervonden,
en nu nog prijs ik uw daden.

Dan zal ik bij harpspel uw trouw bezingen,
met citerspel Israëls Heilige loven.

Vers voor het Evangelie

Jak. 1, 21

Alleluia.
Neemt met zachtmoedigheid het woord van God aan
dat in u werd geplant,
en de kracht bezit uw zielen te redden.
Alleluia.

Almachtige God,
zuiver mijn hart en mijn lippen,
sterk mij om uw evangelie in eerbied te verkondigen.

Evangelie

Lc. 2, 41-51
Zij bewaarde al deze woorden in haar hart.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
allen: Lof zij U, Christus.

Ieder jaar reisden de ouders van Jezus
bij gelegenheid van het Paasfeest naar Jeruzalem.
En overeenkomstig het gebruik bij dit feest
gingen zij opnieuw daarheen toen Hij twaalf jaar geworden was.
Maar na afloop van die dagen keerden zij naar huis terug.
Het kind Jezus bleef echter in Jeruzalem achter
zonder dat zijn ouders het wisten.
In de mening dat Hij zich bij de karavaan bevond,
gingen zij een dagreis ver,
en zochten Hem toen onder familieleden en bekenden.
Omdat zij Hem niet vonden
keerden zij al zoekende naar Jeruzalem terug.
Pas na drie dagen vonden zij Hem in de tempel,
waar Hij te midden van de leraren zat
naar wie Hij luisterde en aan wie Hij vragen stelde.
Allen die Hem hoorden
waren verbaasd over zijn inzicht en zijn antwoorden.
Toen zijn ouders Hem daar opmerkten stonden zij verslagen.
Zijn moeder zei tot Hem:
„Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan?
Denk toch eens met wat een pijn
uw vader en ik naar U hebben gezocht.”
Maar Hij antwoordde:
„Wat hebt ge toch naar Mij gezocht?
Wist ge dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?”
Zij begrepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde.
Hij ging met hen mee naar Nazaret
en was aan hen onderdanig.
Zijn moeder bewaarde alles wat er gebeurd was in haar hart.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Een reactie achterlaten