8 augustus ✝ Maandag in de negentiende week door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

H. Dominicus

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1626

Psalmen

1011

Lauden

Hymne

1628

Psalmen

1013

KS

1629

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1018

KS

1021

Vespers

Hymne

1633

Psalmen

1021

KS

1635

Completen

Hymne

682

Psalmen

1204

H. Dominicus

priester

gedachtenis

Dominicus werd omstreeks 1170 te Caleruega in Spanje geboren. Na zijn theologische studies te Palencia werd hij kanunnik aan de kathedraal van Osma. Tegenover de dwaalleer van de Albigenzen werkte hij met succes voor het behoud van het geloof door middel van de prediking en een voorbeeldig leven. Daartoe trok hij ook anderen aan en stichtte hij de orde der predikbroeders. Hij stierf te Bologna op 6 augustus 1221.

Openingstekst

naar Ps. 24 (23), 5-6

Dit zijn de heiligen die om hun gerichtheid op de Heer
Gods zegen hebben ontvangen
en genade hebben gevonden bij God, hun Verlosser.

Eerste lezing

Ez. 1, 2-5. 24-28
Verschijning van de heerlijkheid van de Heer.

Uit de Profeet Ezechiël

Op de vijfde dag van de maand,
in het vijfde jaar van de ballingschap van koning Jojakin,
werd het woord van de Heer gericht
tot de priester Ezechiël, de zoon van Bazi;
deze bevond zich in het land van de Chaldeeën,
bij de rivier, de Kebar
daar raakte de hand van de Heer hem aan.

Ik keek op en ik zag een stormwind,
die uit het noorden kwam aanzetten,
een zware wolk met flitsend vuur, door stratengloed omgeven.
En binnenin, midden in het vuur,
was iets dat er uitzag als fonkelend metaal.
En in het midden daarvan was iets
dat op vier levende wezens leek.
En hun aanblik was zo,
dat zij de gestalte van een mens hadden.
Ik hoorde het gedruis van hun vleugels;
het klonk als het gedruis van geweldige wateren,
als de stem van de Almachtige.
Wanneer zij zich voortbewogen, was er een dreunend geluid,
net het rumoer van een leger.
Wanneer zij stilstonden, lieten zij hun vleugels zakken.
Dat gebeurde, als er een stem weerklonk
boven het gewelf, dat zich boven hun hoofden bevond
dan stonden zij stil en lieten zij hun vleugels zakken.
En boven het gewelf, dat zich boven hun hoofden bevond,
was iets dat er uitzag als saffier; het had de vorm van een troon.
En op datgene wat de vorm van een troon had,
daarop gezeten, was een gestalte, die er uitzag als een mens.
Ik zag iets dat fonkelde als metaal;
van datgene wat zijn heupen leken naar boven toe,
zag het er uit als een vuur, door een hulsel omgeven;
en naar beneden toe van datgene wat zijn heupen leken,
zag ik iets dat op een vuur leek,
door een stralengloed omgeven.
Het zag er uit als de boog die op regendagen in de wolken komt staan:
zo zag die stralengloed daar omheen er uit.
Dat was de aanblik van de verschijning
van de heerlijkheid van de Heer.
Ik zag haar en wierp mij neer, met mijn aangezicht op de grond.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 148, 1-2, 11-12ab, 12C-14b, 14cd

R: Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
of: Alleluia.

Looft de Heer vanuit heel de hemel,
looft Hem, al wat hierboven is.

Looft Hem, al zijn engelenscharen,
looft Hem, heel zijn legermacht.

Vorsten der aarde met al uw volken,
heren en rechters in heel het land;

jonge mannen en jonge meisjes,
grijsaards en kinderen, allen bijeen;

Laat hen nu prijzen de Naam van de Heer,
want deze Naam is alleen verheven.

Roemrijk is Hij boven aarde en hemel,
roemvol maakte Hij ook zijn volk.

Hij is de glorie van al zijn getrouwen,
van Israëls volk, zijn eigen bezit.

Vers voor het Evangelie

Ps. 119 (118),135

Alleluia.
Laat voor uw dienaar uw Aangezicht stralen, Heer,
laat mij uw beschikkingen zien.
Alleluia.

Evangelie

Mt. 17, 22-27
Zij zullen de Mensenzoon doden,
maar op de derde dag zal Hij verrijzen.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
allen: Lof zij U, Christus.

Terwijl zij nog in Galilea bijeen waren
sprak Jezus tot zijn leerlingen:
„De Mensenzoon
zal worden overgeleverd in de handen der mensen,
en ze zullen Hem doden,
maar op de derde dag zal Hij verrijzen.”
Zij werden zeer bedroefd.
Toen zij in Kafarnaüm waren aangekomen
kwamen de invers van de tempelbelasting op Petrus af en zeiden:
„Betaalt uw Meester de didrachmen niet?”
Hij antwoordde:
„Welzeker!”
Maar toen Petrus het huis binnenging
voorkwam Jezus hem met de woorden:
„Wat dunkt u, Simon?
„Van wie heffen de aardse vorsten tol of belasting,
van hun kinderen of van vreemden?”
En toen hij antwoordde: Van vreemden, zei Jezus tot hem:
„Dus de kinderen zijn vrij.
„Maar toch, om hun geen aanstoot te geven:
ga naar het meer,
werp uw haak uit en grijp de eerste vis die boven komt;
maak zijn bek open en gij zult een stater vinden;
betaal daarmee voor Mij en voor u.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Ps. 34 (33), 9

Proeft en beseft de goedheid van God:
gelukkig is hij die vertrouwt op de Heer.

Een reactie achterlaten

Menu sluiten