7 juli ✝ Zondag in de 14e week door het jaar

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

693

Psalmen

883

Lauden

Hymne

697

Psalmen

887

KS

890

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

891

KS

893

Vespers

Hymne

699

Psalmen

895

KS

898

Completen

Hymne

682

Psalmen

1203

EERSTE LEZING

Ez. 2, 2-5
Het volk is weerbarstig en zij zullen weten dat er een profeet in hun midden is.

Uit de Profeet Ezechiël
In die dagen kwam de Geest over mij en sprak tot mij;
Hij deed mij recht overeind staan
en ik hoorde hoe Hij tot mij sprak.
Hij zei:
„Mensenzoon, Ik zend u tot de kinderen van Israël,
tot dat opstandige volk dat zich tegen Mij verzet;
zij en hun voorvaderen
hebben opstand tegen Mij gepleegd tot op deze dag toe.
„Het is een nukkig en weerbarstig volk.
„Tot hun zend Ik u en u zult tot hun zeggen:
Zo spreekt God de Heer.
„En of zij nu luisteren of niet
– het is een opstandig volk –
Zij zullen weten dat er een profeet in hun midden is.”
Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

ANTWOORDPSALM

Ps. 123 (122), 1-2a, 2bcd, 3-4

Tot U sla ik mijn ogen op,
tot U, die woont in de hemel.
Zoals het oog van de slaaf,
gericht op de hand van zijn meester;
Zoals het oog van de dienstmaagd,
gericht op haar meesteres;
Zo richt zich ons oog op de Heer onze God
tot Hij zich om ons bekommert.
Ontferm U toch, Heer, heb erbarmen met ons,
wij kunnen de hoon niet meer dragen.
Die dronkemans-spot, dat verwaande geschimp,
wij hebben een afschuw ervan!

VERS VOOR HET EVANGELIE

Joh. 15, 15b

Alleluia.
Ik heb u vrienden genoemd, zegt de Heer,
Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.
Alleluia.

EVANGELIE

Mc. 6,1-6
Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen stad.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
allen: Lof zij U, Christus.
In die tijd ging Jezus vandaar weg om zich
naar zijn vaderstad te begeven
en zijn leerlingen gingen met Hem mee.
Toen het sabbat was begon Hij te onderrichten in de synagoge.
De talrijke toehoorders vroegen verbaasd:
„Waar heeft Hij dat vandaan?
„En wat is dat voor een wijsheid die Hem geschonken is?
„En wat zijn dat voor wonderen die zijn handen verrichten?
„Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria
en de broeder van Jakobus en Jozef en Judas en Simon?
„En wonen zijn zusters niet hier bij ons?”
En zij namen er aanstoot aan.
Maar Jezus sprak tot hen:
„Een profeet wordt overal geëerd
behalve in zijn eigen stad,
bij zijn verwanten en in zijn eigen kring.”
Hij kon geen enkel wonder doen,
behalve dat Hij een klein aantal zieken genas
die Hij de handen oplegde.
Hij stond verwonderd over hun ongeloof.
Jezus ging rond door de dorpen in de omtrek,
waar Hij onderricht gaf.
Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.