7 augustus ✝ Negentiende zondag door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

H. Juliana van Cornillon

Evangelielezing

Lezing

Hymne

692

Psalmen

996

Lauden

Hymne

696

Psalmen

999

KS

1002

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1003

KS

1006

Vespers

Hymne

698

Psalmen

1006

KS

1010

Completen

Hymne

682

Psalmen

1203

H. Juliana van Cornillon

maagd

(gedachtenis*)

Juliana werd geboren te Rétinne (Luik) in 1193, werd opgevoed in het klooster van Mont-Cornillon waar zij zich later aan de ziekenzorg wijdde. Zij stierf als kluizenaarster te Fosses op 5 april 1258. Haar naam blijft vooral verbonden met de instelling en verspreiding van het feest van Sacramentsdag dat eerst in het bisdom Luik werd ingevoerd en later in 1246 door paus Urbanus IV (gewezen aartsdiaken van Luik) werd voorgeschreven voor heel de kerk.

Openingstekst

Ps. 74 (73), 20.19. 22-23

Heer, blijf trouw aan uw verbond
en trek uw hand niet af van uw noodlijdend volk.
Sta op, Heer, en verdedig uw zaak;
Zovelen zoeken U: vergeet hun bidden niet!

Eerste lezing

Wijsh. 18, 6-9
De straf die gij onze vijanden deed ondergaan, werd voor ons, uitverkorenen, een zege.

Uit het boek Wijsheid

De nacht van de uittocht uit Egypte
was aan onze voorvaderen tevoren aangekondigd.
Zo konden ze vol vreugde de vervulling verwachten
van de beloften waarop ze vertrouwden.
Zo kon uw volk ook uitzien naar de redding der rechtvaardigen
en de ondergang van hun vijanden.
De straf, die Gij onze vijanden deedt ondergaan werd voor ons,
uitverkorenen, een zege.
Want de kinderen der vromen
hadden in stilte het offermaal gebruikt,
en zich met een heilige belofte verplicht
dat ze gelijkelijk het goede zouden delen en de gevaren trotseren,
en daarom hadden de vromen reeds hun oude liederen aangeheven.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 33 (32) 1 en 12, 18-19, 20 en 22

R: Zalig het volk dat de Heer heeft als God,
de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen.

Jubelt, gerechtigen, voor de Heer,
wie vroom is dient Hem te loven.

Zalig het volk dat de Heer heeft als God,
de natie door Hem tot zijn erfdeel gekozen.

Maar het is God die zijn dienaars bewaakt,
hen die op zijn gunst vertrouwen.

Dat Hij hen redden zal van de dood,
bij hongersnood hen zal voeden.

Daarom vertrouwt ons hart op de Heer,
is Hij ons een schild en een helper.

Geef ons dus, Heer, uw barmhartigheid,
zoals wij op U vertrouwen.

Tweede lezing

Hebr. 11, 1-2. 8-19 of 11, 1-2. 8-12
Hij zag uit naar de stad, waarvan God de ontwerper en bouwer is.

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,

Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen,
het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.
Om hun geloof zijn de oudsten met ere vermeld.

Door het geloof
heeft Abraham gehoor gegeven aan de roeping van God,
en ging hij op weg naar een land
dat bestemd was voor hem en zijn erfgenamen.
Door het geloof
heeft hij als vreemdeling vertoefd in het land dat hem beloofd was;
hij woonde er in tenten,
evenals Isaak en Jakob, die dezelfde belofte erfden;
want hij zag uit naar de stad met de fundamenten,
waarvan God de ontwerper en de bouwer is.
Door het geloof heeft ook Sara,
ofschoon haar tijd al lang voorbij was,
de kracht tot vruchtbaarheid ontvangen,
want zij wist dat Hij die de belofte had gedaan,
zijn woord zou houden.
Daarom is dan ook aan één man,
en nog wel in zijn hoge ouderdom een nageslacht gegeven
talrijk als sterren aan de hemel,
ontelbaar als de zandkorrels aan het strand van de zee.

(In geloof zijn zij allen gestorven
zonder te hebben ontvangen wat hun beloofd was.
Zij hebben het heil alleen uit de verte gezien en begroet.
Zij hebben zichzelf vreemdelingen en passanten op aarde genoemd.
Wie zo spreken, geven duidelijk te kennen
dat zij op zoek zijn naar een vaderland.
Hadden zij heimwee gehad naar het land van hun herkomst
dan hadden zij gemakkelijk kunnen terugkeren,
maar hun verlangen ging uit naar een beter vaderland,
het hemelse.
Daarom schaamt God zich niet hun God genoemd te worden,
want Hij heeft voor hun een stad gebouwd.
Door het geloof heeft Abraham,
toen hij op de proef gesteld werd
Isaak ten offer gebracht.
Hij die de beloften had ontvangen
stond op het punt zijn enige zoon te offeren,
de zoon van wie hem gezegd was:
„Alleen zij die van Isaak afstammen,
zullen gelden als uw nageslacht.”
Want Abraham was ervan overtuigd
dat God zelfs de macht heeft om doden ten leven te wekken;
en uit de dood heeft hij, om zo te zeggen
zijn zoon ook teruggekregen.)

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Vers voor het Evangelie

Lc. 19, 38

Alleluia.
Gezegend de koning die komt, in de naam des Heren
Vrede in de hemel en eer in den hoge.
Alleluia.

Evangelie

Lc. 12, 32-48 of 35-40
Weest ook gij bereid.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
(„Weest niet bevreesd, kleine kudde;
het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te schenken.
„Verkoopt uw bezittingen en geeft aalmoezen;
verschaft u beurzen die niet verslijten,
en verwerft een onuitputtelijke schat in de hemel,
waar geen dief komt en geen mot hem bederft.
„Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.)
„Houdt uw lendenen omgord en de lampen brandend!
„Gedraagt u als mensen
die wachten op de terugkomst van hun heer die naar de bruiloft is
om, als hij aankomt en klopt, hem aanstonds open te doen.
„Gelukkig de dienaars
die de heer bij zijn komst wakende zal vinden.
„Voorwaar, Ik zeg u:
Hij zal zich omgorden
en hij zal hen aan tafel nodigen
en langs hen gaan om te bedienen.
„Al komt hij ook in de tweede of de derde nachtwake,
gelukkig die dienaars die hij zo aantreft.
„Begrijpt dit wel:
als de eigenaar van het huis wist
op welk uur de dief zou komen
zou hij niet laten inbreken in zijn huis.
„Weest ook gij bereid,
omdat de Mensenzoon komt
op het uur waarop gij het niet verwacht.”

(Petrus vroeg Hem nu:
„Heer, bedoelt Gij deze gelijkenis voor ons of voor iedereen?”
De Heer sprak:
„Wie zou die trouwe en verstandige beheerder wel zijn,
die de heer over zijn dienstvolk zal aanstellen
om hun op de gestelde tijd hun rantsoen koren te geven?
„Gelukkig de knecht
die de heer bij zijn aankomst daarmee bezig vindt.
„Waarlijk, Ik zeg u:
Hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit.
„Maar zegt die knecht bij zichzelf:
Mijn heer blijft nog wel een poosje weg,
en begint hij de knechten en dienstmeisjes te slaan,
en gaat hij zich te buiten aan spijs en drank,
dan zal de heer van die knecht komen
op een dag dat hij hem niet verwacht
en op een uur dat hij niet kent;
en hij zal hem met het zwaard straffen
en hij zal hem zo het lot doen ondergaan van de ontrouwen.
„De knecht die de wil van zijn heer kende,
maar geen beschikkingen trof noch handelde volgens diens wil,
zal zwaar getuchtigd worden.
„Wie echter in onwetendheid
dingen heeft gedaan die tuchtiging verdienen,
zal slechts licht gestraft worden.
„Van ieder aan wie veel is gegeven zal veel worden geëist;
en van hem aan wie veel is toevertrouwd
zal des te meer worden gevraagd.”)

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Ps. 147,12 en 14

Loof de Heer,Jeruzalem!
Hij voedt u met tarwebloem.

Een reactie achterlaten

Menu sluiten