5 juni ✝ Woensdag in de 9e week door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

H. Bonifatius

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1626

Psalmen

Lauden

Hymne

709

Psalmen

824

KS

1629

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

828

KS

830

Vespers

Hymne

1633

Psalmen

832

KS

834

Completen

Hymne

682

Psalmen

1207

H. Bonifatius

bisschop en martelaar

Bonifatius, geboren omstreeks 673 in Wessex (Engeland) en monnik van de abdij van Exeter, kwam in 716 als missionaris naar het vasteland en verkondigde er het geloof onder de Friezen en in een groot deel van het tegenwoordige Duitsland. Hij werd bisschop en aartsbisschop. Na de dood van Willibrord had Bonifatius gedurende enige tijd de zorg voor diens missiegebied. Hij was de stichter van het bisdom Mainz en van de abdij van Fulda. Hij riep verschillende gewestelijke concilies bijeen.
Op een missiereis door Friesland werd hij op 5 juni 754 bij Dokkum door de heidenen vermoord, samen met zijn hulpbisschop Eobanus, de priester Athalarius en vijftig andere christenen. Hun relieken werden aanvankelijk naar Utrecht overgebracht. Bonifatius ligt begraven in de dom van Fulda. Hij wordt vereerd als de apostel van Friesland en Duitsland.

Openingstekst

De heilige N. heeft tot de dood toe gestreden
voor de wet van zijn God;
de bedreigingen van de zondaars heeft hij niet gevreesd,
want hij stond onwankelbaar op een vaste rots.

Openingsriten

In de naam van de Vader
en de Zoon
en de heilige Geest.
allen: Amen.

De genade van de Heer Jezus Christus,
de liefde van God
en de gemeenschap van de heilige Geest
zij met u allen.
allen: De Heer zal u bewaren.  ofwel: En met uw geest.

ofwel:
De Heer zal bij u zijn.
De bisschop zegt: Vrede zij u.
ofwel:
De Heer zij met u.
allen: De Heer zal u bewaren.

ofwel:
Genade zij u
en vrede van God onze Vader
en van de Heer Jezus Christus.
allen: De Heer zal u bewaren. ofwel: En met uw geest.

ofwel:
allen: Gezegend zij God,
de Vader van onze Heer Jezus Christus.

Broeders en zusters,
belijden wij onze zonden, bekeren wij ons tot God
om de heilige eucharistie goed te kunnen vieren.

Na een korte stilte belijden allen:
Ik belijd voor de almachtige God,
en voor u allen,
dat ik gezondigd heb in woord en gedachte, in doen en laten,
door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld.
Daarom smeek ik de heilige Maria, altijd maagd,
alle engelen en heiligen,
en u, broeders en zusters,
voor mij te bidden tot de Heer, onze God.

Moge de almachtige God zich over ons ontfermen,
onze zonden vergeven
en ons geleiden tot het eeuwig leven.
allen: Amen.

Heer, ontferm U over ons.
allen: Heer, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.
allen: Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.
allen: Heer, ontferm U over ons.

Openingsgebed

Laat ons bidden.

Heer, moge de heilige martelaar Bonifatius
onze voorspreker zijn bij U.
Schenk ons, op zijn gebed, de kracht
om het geloof dat hij verkondigd
en met zijn bloed bezegeld heeft
standvastig te bewaren
en daarvan moedig te getuigen in onze daden.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,
die met U leeft en heerst
in de eenheid van de heilige Geest,
God, door de eeuwen der eeuwen.
allen: Amen.

Eerste lezing

II Tim. 1, 1-3. 6-12
Vergeet niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade die in u is door de oplegging van mijn handen.

Begin van de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs

Van Paulus,
apostel van Christus Jezus door de wil van God,
volgens de belofte van het leven dat in Christus Jezus is,
aan Timóteüs,
zijn geliefd kind.

Genade, barmhartigheid en vrede voor u
vanwege God de Vader en onze Heer Christus Jezus!

Het is met dankbaarheid jegens God,
die ik evenals mijn voorouders
met een zuiver geweten tracht te dienen,
dat ik uw naam noem in mijn gebeden,
zonder ophouden, dag en nacht.

Vergeet niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade
die in u is door de oplegging van mijn handen.
Want God
heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid,
maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.
Schaam u dus niet van onze Heer te getuigen.
Schaam u evenmin voor mij, zijn gevangene.
Draag uw deel in het lijden voor het evangelie
door de kracht van God, die ons gered heeft
en geroepen met een heilige roeping,
niet op grond van onze verdiensten
maar volgens het vrije besluit van zijn genade.
Zijn genade,
van alle eeuwigheid ons verleend in Christus Jezus,
is nu openbaar geworden door de verschijning van onze Heiland,
Christus Jezus, die de dood heeft vernietigd
en onvergankelijk leven deed aanlichten door het evangelie.
Van dit evangelie ben ik aangesteld als heraut en apostel en leraar.
Daarom moet ik ook deze nieuwe beproeving ondergaan,
maar ik schaam er mij niet voor
want ik weet Wie ik mijn vertrouwen heb geschonken,
en ik ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is
wat mij is toevertrouwd ongerept te bewaren
tot aan de grote dag.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 123 (121), 1-2a, 2bcd

R: Tot U, Heer, sla ik mijn ogen op.

Tot U sla ik mijn ogen op,
tot U, die woont in de hemel.

Zoals het oog van de slaaf,
gericht op de hand van zijn meester;

Zoals het oog van de dienstmaagd,
gericht op haar meesteres;

zo richt zich ons oog op de Heer onze God
tot Hij zich om ons bekommert.

Vers voor het Evangelie

II Tim. 1, 10b

Alleluia.
Onze Heiland Christus Jezus heeft de dood vernietigd;
en onvergankelijk leven doen aanlichten
door het evangelie.
Alleluia.

Almachtige God,
zuiver mijn hart en mijn lippen,
sterk mij om uw evangelie in eerbied te verkondigen.

Evangelie

Mc. 12, 18-27
God is geen God van doden maar van levenden.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
allen: Lof zij U, Christus.

In die dagen kwamen er Sadduceeën bij Jezus;
deze houden dat er geen verrijzenis bestaat.
Ze legden Hem daarom de volgende kwestie voor
„Meester, wij zien bij Mozes geschreven staan:
Als iemands broer sterft
en een vrouw achterlaat maar geen kinderen,
dan moet zijn broer die vrouw nemen
om hem een nageslacht te geven.
„Nu waren er eens zeven broers.
„De eerste nam een vrouw
maar liet bij zijn dood geen kinderen na.
„Toen nam de tweede haar
maar ook hij stierf zonder kinderen.
„Zo ging het ook met de derde; kortom,
geen van de zeven liet kinderen na.
„Het laatste van allen stierf ook de vrouw.
„Bij de verrijzenis, wanneer zij opstaan,
van wie van hen zal zij dan de vrouw zijn?
„Alle zeven toch hebben haar tot vrouw gehad.”
Jezus antwoordde:
„Zijt gij niet op een dwaalspoor,
juist omdat gij nóch de Schrift, nóch Gods macht kent?
„Wanneer de mensen uit de doden opstaan,
huwen zij niet en zij worden niet ten huwelijk gegeven,
maar zijn ze als engelen in de hemel.
„En wat de doden betreft,
hebt ge in het boek van Mozes niet gelezen,
waar het gaat over de braamstruik,
hoe God tot hem zei:
Ik ben de God van Abraham,
de God van  Isaäk en de God van Jakob?
„Hij is geen God van doden maar van levenden.
„Ge verkeert in grote dwaling.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Een reactie achterlaten