4 augustus ✝ Donderdag in de achttiende week door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

H. Johannes Maria Vianney

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1626

Psalmen

947

Lauden

Hymne

1628

Psalmen

949

KS

1629

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

954

KS

957

Vespers

Hymne

1633

Psalmen

958

KS

1635

Completen

Hymne

682

Psalmen

1209

H. Johannes Maria Vianney

priester

gedachtenis

Jean-Marie Vianney werd in 1786 in de omgeving van Lyon geboren. Eerst na veel moeilijkheden overwonnen te hebben kon hij priester gewijd worden. Benoemd tot pastoor in het dorp Ars in het bisdom Belley, leidde hij zijn parochie op zeer bijzondere wijze door zijn voortdurende prediking, en bracht deze door zijn versterving, gebed en naastenliefde tot grote bloei. Als biechtvader had hij een grote naam en allerwegen kwam men naar hem toe om zijn geestelijke bijstand te vragen. Hij stierf in 1859.

Openingstekst

Lc. 4,18

De Geest van de Heer rust op mij, want Hij heeft mij gezalfd.
Hij heeft mij gezonden
om aan armen de blijde boodschap te brengen
en om hen te genezen wier hart gebroken is.

Eerste lezing

Jer. 31, 31-34
Er komt een tijd dat Ik een nieuw verbond ga sluiten, en niet meer denk aan hun zonden.

Uit de Profeet Jeremia

Zo spreekt de Heer:
„Er komt een tijd dat Ik met Israël en Juda een nieuw verbond sluit;
geen verbond zoals Ik met hun voorvaderen gesloten heb,
toen Ik hen bij ‘de hand heb genomen
om hen uit Egypte te leiden.
„Want dit verbond hebben zij verbroken,
ofschoon Ik hun meester was
– zo luidt de godsspraak van de Heer -.
„Dit is het nieuwe verbond
dat Ik in de toekomst met Israël sluit
Ik schrijf mijn wet in hun binnenste,
Ik grif ze in hun hart.
„Ik zal hun God zijn, en zij zullen mijn volk zijn.
„Dan hoeft niemand een ander nog voor te houden:
Leer de Heer kennen.
„Want iedereen – groot en klein – kent Mij al, –
luidt de godsspraak van de Heer -.
„Ik vergeef hun misstappen,
Ik denk niet meer aan hun zonden.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 51 ( 50), 12-13, 14-15 , 18-19

R: Schep in mij een zuiver hart, mijn God.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God,
geef mij weer een vastberaden geest.

Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn,
neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Geef mij weer de weelde van uw zegen,
maak mij sterk in edelmoedigheid.

Dan zal ik de dwalenden uw wegen leren,
alle schuldigen terugvoeren tot U.

In geschenken hebt Gij geen behagen,
wat ik U ook bied, Gij wilt het niet.

Wat ik offer, God, is mijn boetvaardigheid,
een vermorzeld en vernederd hart wijst Gij niet af.

Vers voor het Evangelie

cf Hand. 16, 14b

Alleluia.
Maak ons hart ontvankelijk, Heer,
en dat wij ons richten naar het woord van uw Zoon.
Alleluia.

Evangelie

Mt. 16,13-23
Gij zijt Petrus;
Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
allen: Lof zij U, Christus.

Toen Jezus in de streek van Caesarea van Filippus gekomen was
stelde Hij zijn leerlingen deze vraag:
„Wie is
volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?”
Zij antwoordden:
„Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia,
weer anderen Jeremia of een van de profeten.”
Maar gij
– sprak Hij tot hen – wie zegt gij dat Ik ben?”
Simon Petrus antwoordde:
„Gij zijt de Christus,
de Zoon van de levende God”
Jezus hernam:
„Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona,
want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard
maar mijn Vader die in de hemel is.
„Op mijn beurt zeg Ik u „Gij zijt Petrus;
en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen
en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
„Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen
en wat gij zult binden op aarde,
zal ook in de hemel gebonden zijn
en wat gij zult ontbinden op aarde,
zal ook in de hemel ontbonden zijn.”
Daarop verbood Hij zijn leerlingen nadrukkelijk iemand te zeggen,
dat Hij de Christus was.
Van dat ogenblik af
begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken
dat Hij naar Jeruzalem moest gaan;
dat Hij daar veel zou moeten lijden van de oudsten,
de hogepriesters en de schriftgeleerden,
maar dat Hij, na ter dood gebracht te zijn
op de derde dag zou verrijzen.
Toen nam Petrus Jezus ter zijde
en begon Hem ernstig daarover te onderhouden
„Dat verhoede God, Heer!
„Zo iets mag U nooit overkomen!”
Maar Hij keerde zich om en zei tot Petrus:
„Ga weg satan, terug!
„Gij zijt Mij een aanstoot,
want gij laat u leiden door menselijke overwegingen
en niet door wat God wil”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Mt. 28, 20

Dit zegt de Heer:
Ik ben met u alle dagen tot aan het einde van de tijd.

Een reactie achterlaten

Menu sluiten