31 januari ✝ Woensdag in de vierde week door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

H. Johannes Bosco

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1626

Psalmen

1143

Lauden

Hymne

1628

Psalmen

1146

KS

1629

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1150

KS

1153

Vespers

Hymne

1633

Psalmen

1153

KS

1635

Completen

Hymne

682

Psalmen

1207

H. Johannes Bosco

priester

gedachtenis

Don Bosco werd in 1815 te Castelnuovo in het bisdom Turijn geboren. Na zijn jeugdjaren in behoeftige omstandigheden te hebben doorgebracht, wilde hij als priester al zijn krachten in dienst stellen van de opvoeding van de jeugd. Met de bedoeling jonge mensen als christenen op hun taak in de maatschappij voor te bereiden stichtte hij twee congregaties. Ook schreef hij enige kleine werken ter bescherming en verdediging van de godsdienst. Hij stierf in 1888.

 

 

Openingstekst

Lc. 4,18

De Geest van de Heer rust op mij, want Hij heeft mij gezalfd.
Hij heeft mij gezonden
om aan armen de blijde boodschap te brengen
en om hen te genezen wier hart gebroken is.

Eerste lezing

II Sam. 24, 2.9-17
Alleen ik heb gezondigd, maar deze schapen, wat hebben zij gedaan?

Uit het tweede Boek Samuël

In die dagen zei koning David tot Joab, zijn legeraanvoerder:
„Ga rond bij alle stammen van Israël,
van Dan tot Berseba, om het volk te tellen;
ik wil weten hoe talrijk het volk is.”

Toen de telling gebeurd was
deelde Joab de uitslag aan de koning mee:
Israël telde achthonderdduizend weerbare mannen
die het zwaard konden hanteren
en Juda vijfhonderdduizend.
Maar toen David de volkstelling had laten houden,
begon zijn hart te bonzen van angst
en hij zei tot de Heer:
„Ik heb zwaar gezondigd door dat te doen.
„Ach Heer, vergeef toch de zonde van uw dienaar;
ik heb zeer dwaas gehandeld.”
Toen David de volgende ochtend opstond,
was het woord van de Heer al gekomen tot de profeet Gad,
de ziener van David:
„Gij moet tot David gaan zeggen:
Zo spreekt de Heer:
Drie dingen leg Ik u voor, waarvan gij er één moet kiezen;
daarmee zal Ik u treffen.”
Gad begaf zich naar David, legde hem dit voor en vroeg:
„Moet er zeven jaar hongersnood over uw land komen,
wilt u drie maanden lang
achtervolgd door uw vijanden op de vlucht zijn,
of moet drie dagen lang de pest door uw land gaan?
„Denk goed na en beslis dan
wat ik moet antwoorden aan Hem die mij zendt.”
Toen zei David tot Gad:
„Ik weet me geen raad,
maar wij kunnen beter in de hand van de Heer vallen
– want zijn barmhartigheid is groot –
dan in de handen van mensen.”
Dus liet de Heer de pest op Israël los,
van die ochtend af tot op de vastgestelde tijd
en er stierven van Dan tot Berseba zeventigduizend mensen.
Toen de engel van de Heer zijn hand uitstak
om ook Jeruzalem te teisteren,
kreeg de Heer spijt over het onheil en zei Hij tot de engel
die onder het volk verderf stichtte:
„Het is genoeg; laat uw hand zakken.”
De engel van de Heer stond toen
bij de dorsvloer van Arauna, de Jebusiet.
Toen David de engel zag die het volk teisterde
zei hij tot de Heer:
„Ach Heer, alleen ik heb gezondigd,
alleen ik heb verkeerd gedaan,
maar deze schapen, wat hebben zij gedaan?
„Laat uw hand liever op mij drukken
en op het huis van mijn vader!”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 31 (30), 1-2, 5, 6, 7

R: Voor de Heer beken ik mijn fout;
en Gij hebt mijn zonde vergeven.

Gelukkig degene wiens fout werd vergeven,
wiens zonde door God werd bedekt.

Gelukkig de mens die geen schuld heeft bij God,
wiens hart geen misdaad verbergt.

Toen heb ik mijn zonde beleden voor U,
mijn schuld niet langer ontkend.

Ik sprak: voor de Heer beken ik mijn fout;
toen hebt Gij mijn zonde vergeven.

Daarom zal de vrome zich keren tot U
wanneer hij door onheil bedreigd wordt;

al breekt er een stortvloed over hem los,
de rampspoed zal hem niet raken.

Mijn toevlucht zijt Gij, mijn redder in nood,
Gij hult mij in voorspoed en vreugde.

Vers voor het Evangelie

Mt. 4, 4b

Alleluia.
Niet van brood alleen leeft de mens,
maar van alles wat uit de mond van God voortkomt.
Alleluia.

Evangelie

Mc. 6, 1-6
Een profeet wordt overal geëerd behalve in zijn eigen stad.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd
begaf Jezus zich naar zijn vaderstad
en zijn leerlingen gingen met Hem mee.
Toen het sabbat was begon Hij te onderrichten in de synagoge.
De talrijke toehoorders vroegen verbaasd:
„Waar heeft Hij dat vandaan?
„En wat is dat voor een wijsheid die Hem geschonken is?
„En wat zijn dat voor wonderen die zijn handen verrichten?
„Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria
en de broeder van Jakobus en Jozef en Judas en Simon?
„En wonen zijn zusters niet hier bij ons?”
En zij namen er aanstoot aan.
Maar Jezus sprak tot hen:
„Een profeet wordt overal geëerd
behalve in zijn eigen stad,
bij zijn verwanten en in zijn eigen kring.”
Hij kon daar geen enkel wonder doen,
behalve dat Hij een klein aantal zieken genas
die Hij de handen oplegde.
Hij stond verwonderd over hun ongeloof.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Mt. 28, 20

Dit zegt de Heer:
Ik ben met u alle dagen tot aan het einde van de tijd.

Een reactie achterlaten