30 maart ✝ Stille zaterdag

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

338

Psalmen

339

Lauden

Hymne

341

Psalmen

342

KS

344

Middaggebed

Hymne

346

Psalmen

346

KS

319

Vespers

Hymne

350

Psalmen

351

KS

353

Completen

Hymne

682

Psalmen

1203

 

Eerste lezing

Rom., 6, 3-11
Christus, eenmaal van de dood verrezen, sterft niet meer.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,
Gij weet toch dat de doop
waardoor wij één zijn geworden met Christus Jezus
ons heeft doen delen in zijn dóód?
Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven,
opdat ook wij een nieuw leven zouden leiden
zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt.
Zijn wij één met Hem geworden door het beeld van zijn dood
dan moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding,
in de overtuiging dat onze oude mens met Hem gekruisigd is;
daardoor is aan het bestaan in de zonde een einde gekomen,
zodat wij niet langer aan de zonde dienstbaar zijn.
Want wie gestorven is
is rechtens vrij van de zonde.
Indien wij dan met Christus gestorven zijn
geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven;
want wij weten dat Christus,
eenmaal van de doden verrezen, niet meer sterft:
de dood heeft geen macht meer over Hem.
Door de dood die Hij gestorven is
heeft Hij eens voor al afgerekend met de zonde;
het leven dat Hij leeft heeft alleen met God van doen.
Zo moet ook gij uzelf beschouwen:
als dood voor de zonde
en levend voor God in Christus Jezus.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 118 (117), 1-2, 16ab-17, 22-23

Alleluia.
Alleluia. Alleluia. Alleluia.

Brengt dank aan de Heer, want Hij is genadig,
eindeloos is zijn erbarmen!

Stammen van Israël, dankt de Heer,
eindeloos is zijn erbarmen

De Heer greep in met krachtige hand,
de hand van de Heer heeft mij opgericht.

Ik zal niet sterven maar blijven leven
en alom verhalen het werk van de Heer.

De steen die de bouwers hebben versmaad,
die is tot hoeksteen geworden.

Het is de Heer, die dit heeft gedaan,
een wonder voor onze ogen.
Alleluia.

Evangelie

Mc., 16, 1-8
Jezus van Nazaret die gekruisigd is, is verrezen.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
allen: Lof zij U, Christus.

Toen de sabbat voorbij was kochten Maria Magdalena,
Maria de moeder van Jakobus,
en Salóme
welriekende kruiden om Hem te gaan balsemen.
Op de eerste dag van de week,
heel vroeg,
toen de zon juist op was, gingen zij naar het graf.
Maar ze zeiden tot elkaar:
„Wie zal de steen
voor ons van de ingang van het graf wegrollen?”
Opkijkend bemerkten ze echter dat de steen weggerold was;
en deze was zeer groot,
Binnengetreden in het graf zagen ze tot hun ontsteltenis
aan de rechterkant een jongeman zitten in een wit gewaad.
Maar hij sprak tot haar:
„Schrikt niet.
„Gij zoekt Jezus de Nazarener die gekruisigd is.
„Hij is verrezen,
Hij is niet hier.
„Kijk, dit is de plaats waar men Hem neergelegd had.
„Gaat aan zijn leerlingen en aan Petrus zeggen:
Hij gaat u voor naar Galilea;
daar zult ge Hem zien, zoals Hij u gezegd heeft.”
De vrouwen gingen naar buiten en vluchten weg van het graf,
want schrik en ontsteltenis hadden hen overweldigd.
En uit vrees zeiden ze er niemand iets van.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

DERDE DEEL: VIERING VAN HET DOOPSEL

37 De priester begeeft zich nu met zijn assistenten naar de doopvont, indien deze voor alle aanwezigen zichtbaar is; anders wordt er èen waterbekken op het priesterkoor gezet. Het waterbekken kan op het priesterkoor geplaatst worden vóór de paaswake. Als er doopleerlingen zijn, worden dezen opgeroepen; zij worden begeleid door hun peters en meters (als de dopelingen nog te klein zijn, worden zij gedragen door hun ouders, peter of meter). Zij komen voor de aanwezige gemeenschap te staan.
38 Daarna richt de priester zich met een inleidend woord tot de aanwezigen. Hij kan dit doen in de volgende of overeenkomstige bewoordingen:

Als er dopelingen zijn:
Broeders en zusters,
laten wij samen bidden voor degenen die nu gedoopt gaan worden.
Vragen wij God, de almachtige Vader,
dat Hij hun verwachtingen vervult
en hen tot de bron van levend water leidt.

Als er geen dopelingen zijn, maar slechts de zegening van het doopwater plaats heeft:
Broeders en zusters,
laten wij Gods genade afroepen over dit water;
dat allen die hieruit herboren worden
in Christus worden aangenomen als Gods eigen kinderen.

39 Vervolgens wordt de litanie voorgezongen door twee zangers; allen staan (vanwege de paastijd) en antwoorden. Indien er evenwel een lange processie naar de doopkapel is, wordt de litanie tijdens deze processie gezongen; in dit geval worden de dopelingen vóór de processie opgeroepen en opent de processie met de paaskaars, gevolgd door de dopelingen met hun peters en meters en daarna de priester met zijn assistenten (bovengenoemd inleidend woord gaat dan onmiddellijk aan de zegening van het doopwater vooraf).
40 Als er geen dopelingen zijn en er evenmin doopwater wordt gezegend, wordt de litanie overgeslagen en gaat men onmiddellijk over tot de zegening van gewoon water (nr. 45).
41 In de litanie kunnen nog enkele andere namen van heiligen worden ingelast, in het bijzonder de titelheilige van de kerk of de patronen van de plaats of van de dopelingen.

Heer, ontferm U over ons. allen: Heer, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons. allen: Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons. allen: Heer, ontferm U over ons.
Heilige Maria, Moeder van God. allen: Wees onze voorspraak.
Heilige Michaël. …
Alle heilige engelen van God.
Heilige Johannes de Doper.
Heilige Jozef.
Heilige Petrus en Paulus.
Heilige Andreas.
Heilige Johannes.
Heilige Maria Magdalena.
Heilige Stefanus.
Heilige Ignatius van Antiochië.
Heilige Laurentius.
Heilige Bonifatius.
Heilige martelaren van Gorcum.
Heilige Perpetua en Felicitas.
Heilige Agnes.
Heilige Gregorius.
Heilige Augustinus.
Heilige Athanasius.
Heilige Basilius.
Heilige Martinus.
Heilige Willibrordus.
Heilige Benedictus.
Heilige Franciscus en Dominicus.
Heilige Franciscus (Xaverius).
Heilige Petrus Canisius.
Heilige Johannes Maria (Vianney) (Heilige Pastoor van Ars).
Heilige Catharina (van Siena).
Heilige Teresia (van Avila).
Heilige Lidwina.
Alle heiligen van God.
Wees genadig. allen: Verlos ons, Heer.
Van alle kwaad. …
Van alle zonde.
Van de eeuwige dood.
Door uw menswording.
Door uw dood en verrijzenis.
Door de komst van de heilige Geest.
Wij zondaars. allen: Wij bidden U, verhoor ons.

Als er dopelingen zijn:
Dat Gij deze uitverkorenen
door de genade van het doopsel
tot nieuw leven wilt wekken. …

Als er geen dopelingen zijn:
Dat Gij deze doopvont,
waarin uw kinderen tot nieuw leven komen,
door uw genade wilt heiligen.
Jezus, Zoon van de levende God. …

Christus, aanhoor ons. allen: Christus, aanhoor ons.
Christus, verhoor ons. allen: Christus, verhoor ons.

Als er dopelingen zijn zegt de priester:
Almachtige eeuwige God,
toon uw aanwezigheid
in deze heilige tekenen van uw grote liefde:
zend de geest van het kindschap
om allen die uit het water van het doopsel gebóren worden,
tot nieuwe mensen te herscheppen,
en breng door uw kracht tot voltooiing
wat wij door ons dienstwerk mogen doen.
Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

Zegening van het doopwater
God, de grootheid waarmee Gij U
in tekenen aan de wereld toont,
is niet te meten;
op vele wijzen zien wij in het water
uw kracht die mensen ten leven wekt.
Want in het begin van de wereld
joeg uw Geest als een storm over het water
en het water ontving van U zijn levenskracht.
De grote overstroming
was het begin van een nieuwe geboorte:
door het geheim van hetzelfde water
betekende de zondvloed
het einde van een misvormde wereld
en het ontstaan van nieuwe kracht.
Gij hebt, God, het nageslacht van Abraham
droogvoets door de Rode Zee laten trekken
toen zij uit de Egyptische slavernij waren bevrijd:
zij zijn onze voorgangers,
want ook wij willen bij het doopsel
onder uw geleide door het water gaan.
Uw Zoon Jezus Christus werd gedoopt door Johannes
in het water van de Jordaan,
Hij werd aangeraakt, gezalfd door de heilige Geest.
Later, toen Hij aan het kruis hing,
vloeiden water en bloed tezamen uit zijn zijde.
Na zijn verrijzenis droeg Hij zijn leerlingen op:
‘Trekt uit en onderricht alle volkeren:
doopt hen
in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.’
Zie dan nu neer op uw volk dat hier voor U staat
en open uw bron van leven voor hen.
Stort in dit water de Geest uit van uw eengeboren Zoon
en laat allen
die toch geschapen zijn naar uw beeld, God en Heer,
door het teken van het doopsel
vrij zijn van al het kwaad dat hen raken kan
en doe ze kinderen zijn van uw geslacht,
herboren uit water en heilige Geest.

En terwijl hij eventueel de paaskaars eenmaal of driemaal in het water laat zakken, vervolgt hij:
Wij vragen U:
laat door uw Zoon
de levenskracht van de heilige Geest
als een storm over dit water gaan,

en de paaskaars in het water houdend besluit hij:
zodat allen die door het doopsel
samen met Christus zijn begraven
ook met Hem uit het graf zullen opstaan
en leven door Christus onze Heer.
allen: Amen.

43 Nu neemthij de paaskaars uit het water, terwijl de aanwezigen de volgende of een andere akklamatie doen horen:
Looft de Heer, alle bronnen!
Prijst en verheft Hem eeuwig!

44 Een voor een verklaren de dopelingen nu dat zij zich zullen verzetten tegen de duivel, worden zij ondervraagd overhetgeloof en tenslotte gedoopt. Volwassen dopelingen worden onmiddellijk na het doopsel gevormd, als er een bisschop of gevolmachtigd priester aanwezig is.

Zegening van het water
45 Indien ergeen dopelingen aanwezig zijn en evenmin doopwater wordt gezegend, zegent de priester gewoon water met het volgende gebed:
Broeders en zusters,
laten wij met aandrang bidden tot God, onze Heer,
dat Hij dit water wil zegenen
waarmee wij besprenkeld worden
ter herinnering aan ons doopsel.
Hij moge ons vernieuwen
om trouw te blijven aan de Geest
die wij hebben ontvangen.

Heer onze God,
wees in deze nachtwake van pasen
onder uw volk aanwezig.
Wij gedenken het wonder van de schepping
en het wonder van onze verlossing, dat nog groter is.
Zegen + dit water, dat Gij hebt geschapen
om aan het land vruchtbaarheid te schenken
en aan ons lichaam verfrissing en reinheid.
Met water ook hebt Gij uw volk barmhartigheid bewezen:
door de zee hebt Gij het bevrijd uit de slavernij
en zijn dorst gelest in de woestijn.
Onder het teken van water
hebben de profeten een nieuw verbond aangekondigd
dat Gij wilde sluiten met de mensen.
Door het water,
dat door Christus werd geheiligd in de Jordaan,
hebt Gij de zondige natuur van de mens
in het bad van de wedergeboorte opnieuw gereinigd.
Laat daarom dit water voor ons een herinnering zijn
aan het doopsel dat wij hebben ontvangen,
en laat het ons in blijdschap verenigen met allen
die op Pasen door het doopsel zijn vernieuwd.
Door Christus onze Heer.
allen: Amen.

Hernieuwing van de doopbeloften
46 Na de toediening van het doopsel (en van het vormsel), of, indien deze niet heeft plaats gehad, na de zegening van het water gaan allen staan en hernieuwen, met de brandende kaars in de hand, de belofte van trouw aan hun doopsel.

De priester spreekt de aanwezigen in deze of overeenkomstige bewoordingen toe:
Broeders en zusters,
door het paasmysterie zijn wij in het doopsel begraven
met Jezus Christus,
om met Hem een nieuw leven te kunnen leiden.
Daarom willen wij,
nu de veertigdaagse voorbereiding op het paasfeest
ten einde is,
onze doopbeloften opnieuw uitspreken.
Want eens hebben wij ons verzet tegen de boze macht
en tegen al het kwaad dat hij sticht,
en hebben wij beloofd
God in zijn heilige katholieke kerk te dienen.
Daarom:

Verzaakt u de satan?
allen: Ja, ik verzaak.
En al zijn werken?
allen: Ja, ik verzaak.
En zijn verleiding?
allen: ja, ik verzaak.

ofwel:
Zult u zich te allen tijde verzetten tegen kwaad en onrecht
om in vrijheid te leven als kinderen van God?
allen: ja, dat beloof ik.
Zult u zich verzetten
tegen de bekoring van zonde en onrecht,
zodat het kwaad zich niet van u meester maakt?
allen: Ja, dat beloof ik.
Zult u de Heer uw God dienen en Hem alleen?
allen: Ja, dat beloof ik.

Gelooft u in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde?
allen: Ik geloof.
Gelooft u in Jezus Christus,
zijn eengeboren Zoon, onze Heer,
die geboren is uit de maagd Maria,
die geleden heeft, gestorven en begraven is,
die uit de dood is opgestaan
en zit aan Gods rechterhand?
allen: Ik geloof.
Gelooft u in de heilige Geest,
de heilige katholieke kerk,
de gemeenschap van de heiligen,
de vergeving van de zonden,
de verrijzenis van het lichaam
en het eeuwig leven?
allen: Ik geloof.

Moge de almachtige God,
de Vader van onze Heer Jezus Christus,
die ons heeft doen herboren worden
uit water en heilige Geest
en ons vergeving heeft geschonken van onze zonden,
ons door zijn genade bewaren tot het eeuwig leven
in Christus Jezus onze Heer:
allen: Amen.

47 De priester besprenkelt de aanwezigen met het gezegende water, terwijl allen zingen:
Ik heb water zien stromen
uit de tempel, aan de rechterzijde, alleluia;
en allen tot wie dit water is gekomen,
zijn verlost en zullen zeggen: alleluia, alleluia.

of een ander gezang dat betrekking heeft op het doopsel.
48 Ondertussen worden de pasgedoopten naar hun plaatsen te midden van de gelovigen gebracht. Indien de zegening van het doopwater niet in de doopkapel heeft plaats gehad, dragen de assistenten nu eerbiedig het waterbekken naar de doopvont. Indien er geen doopwater gezegend is, wordt het wijwater naar de daarvoor bestemde plaats gebracht.
49 Na de besprenkeling keert de priester naar zijn zitplaats terug. Daar leidt hij onmiddellijk de voorbede in, het algemene gebed van de kerk waaraan de pasgedoopten nu voor het eerst deelnemen.

Communievers

1 Kor. 5,7-8

Christus, ons paaslam, is geslacht;
laten wij dan feest vieren
met het zuivere brood van reinheid en waarheid.
Alleluia.

Een reactie achterlaten