3 juni ✝ Maandag in de 9e week door het jaar

Lezingen

HH.Carolus Lwanga en gezellen, martelaren van Oeganda.

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1593

Psalmen

792

Lauden

Hymne

701

Psalmen

795

KS

797

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

799

KS

801

Vespers

Hymne

703

Psalmen

803

KS

805

Completen

Hymne

682

Psalmen

1204

HH. Carolus Lwanga en gezellen, martelaren van Oeganda.

martelaren

In de jaren 1885-1887 zijn in Oeganda vele christenen door koning Mwanga uit geloofshaat gedood; sommigen van hen hadden een functie aan het hof of behoorden tot het gevolg van de koning. De bekendsten zijn Carolus Lwanga en zijn 21 gezellen die onverschrokken trouw bleven aan het katholieke geloof en met het zwaard werden gedood of levend verbrand, omdat zij niet wilden toegeven aan de oneerbare verlangens van de koning.

 

 

Eerste lezing

II Petr.1, 1-7
Christus heeft verheven en onschatbare beloften voor ons gerealiseerd,
waardoor wij deel hebben gekregen aan Gods eigen wezen.

Begin van de tweede brief van de heilige apostel Petrus

Simon Petrus,
dienstknecht en apostel van Jezus Christus,
aan hen die
door de goedheid van onze God en Heiland Jezus Christus
met ons het voorrecht delen van hetzelfde geloof.
Genade voor u
en vrede in rijke overvloed door de kennis van onze Heer!

Want al wat voor leven en vroomheid nodig is,
heeft zijn goddelijke kracht ons geschonken
met de kennis van Hem
die ons geroepen heeft door eigen heerlijkheid en wondermacht.
Door die heerlijkheid en macht
heeft Hij verheven. en onschatbare beloften voor ons gerealiseerd,
waardoor gij deel hebt gekregen aan Gods eigen wezen,
na ontkomen te zijn aan het bederf van de zelfzucht
dat de wereld heeft aangetast.
Doet daarom uw uiterste best om uw geloof te voeden met deugd,
de deugd met kennis,
de kennis met zelfbeheersing,
de zelfbeheersing met standvastigheid,
de standvastigheid met godsvrucht, de godsvrucht met broederliefde
en de broederlijke genegenheid met liefde voor allen.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 91 (90), 1-2, 14-15 , 16

R: Voor u is de Heer: mijn God, op wie ik vertrouw.

Gij die de bescherming geniet van de Allerhoogste
en die in de schaduw van de Almachtige woont,
voor u is de Heer: mijn toevlucht, mijn burcht,
mijn God, op wie ik vertrouw.

Wie op Mij rekent zal Ik verlossen,
beschermen zal Ik wie Mij erkent.

Wanneer hij Mij aanroept zal Ik hem horen,
hem bijstaan in iedere nood,
hem redden en aanzien schenken.

Zijn levensdagen zal Ik vervullen,
mijn zegen zal hij ervaren.

Vers voor het Evangelie

I Tess. 2, 13

Alleluia.
Ontvangt het goddelijk woord der prediking,
niet als een woord van mensen
maar als wat het inderdaad is het woord van God.
Alleluia.

Almachtige God,
zuiver mijn hart en mijn lippen,
sterk mij om uw evangelie in eerbied te verkondigen.

Evangelie

Mc. 12, 1-12
De wijnbouwers doodden de geliefde zoon en wierpen hem buiten de wijngaard.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd begon Jezus
tot de hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten
te spreken in gelijkenissen:
„Er was eens een man die een wijngaard aanlegde,
er een omheining omheen zette,
een wijnpers er in uithakte en er een wachttoren in bouwde;
daarna verpachtte hij hem aan wijnbouwers
en hij vertrok naar den vreemde.
„Op de vastgestelde tijd zond hij een dienaar naar de wijnbouwers
om zijn aandeel in de opbrengst van de wijngaard
van hen in ontvangst te nemen.
„Maar ze grepen hem vast, mishandelden hem
en stuurden hem met lege handen terug.
„Daarop zond hij een andere dienaar naar hen toe.
„Maar ze sloegen hem op zijn hoofd en beledigden hem.
„Weer stuurde hij er een, maar hem doodden zij;
en zo nog verscheidene anderen
die ze mishandelden of doodden.
„Hij had nu niemand meer dan zijn geliefde zoon.
„Die stuurde hij als laatste naar hen toe
in de veronderstelling:
Mijn zoon zullen ze wel ontzien.
„Maar die wijnbouwers zeiden onder elkaar:
Dit is de erfgenaam;
vooruit, laten we hem vermoorden, dan zal de erfenis voor ons zijn.
„Ze grepen hem vast, doodden hem
en wierpen hem buiten de wijngaard.
„Wat zal nu de eigenaar van de wijngaard doen?
„Hij zal komen,
de wijnbouwers ter dood brengen en de wijngaard aan anderen geven.
„Hebt ge deze schriftplaats niet gelezen:
De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd
is juist de hoeksteen geworden.
„Op last van de Heer is dat gebeurd
en het is wonderbaar in onze ogen.”

Zij zonnen nu op een middel om zich van Hem meester te maken,
maar ze waren bang voor het volk, want ze begrepen
dat de gelijkenis die Hij vertelde op hen sloeg.
Zo lieten ze Hem met rust en verwijderden zich.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.