29 juni ✝ Woensdag in de dertiende week door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

HH. Petrus en Paulus

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1331

Psalmen

1579

Lauden

Hymne

1331

Psalmen

780

KS

1333

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1213

KS

1334

Vespers

Hymne

1335

Psalmen

1587

KS

1336

Completen

Hymne

682

Psalmen

1203

HH. Petrus en Paulus

apostelen

Openingstekst

Petrus en Paulus hebben nog tijdens hun leven
de kerk geplant door hun bloed te vergieten;
zij hebben de beker des Heren gedronken
en zijn vrienden van God geworden.

Eerste lezing

Hand. 3, 1-10
Wat ik heb geef ik u; in de naam van Jezus: gebruik uw voeten.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen
gingen Petrus en Johannes naar de tempel
op het uur van gebed, het negende uur.
Daar was een man die vanaf zijn geboorte lam was
en iedere dag naar de tempelpoort gedragen werd
die de Schone genoemd wordt,
om daar neergezeten aalmoezen te vragen
aan de mensen die de tempel binnengingen.
Toen hij Petrus en Johannes zag
die juist de tempel wilden binnengaan
vroeg hij om een aalmoes.
Petrus, evenals Johannes, zag hem strak aan en zei:
“Kijk ons eens aan.”
Hij richtte zijn blik op hen
in de verwachting iets van hen te krijgen.
Doch Petrus sprak:
“Zilver of goud heb ik niet
maar wat ik heb geef ik u.
In de naam van Jezus Christus de Nazoreeër:
gebruik uw voeten!”
Hij pakte hem bij zijn rechterhand
en hielp hem overeind.
Op hetzelfde ogenblik kwam er kracht in zijn voeten en enkels,
met een sprong stond hij overeind,
begon te lopen
en ging lopend en springend met hen de tempel binnen
terwijl hij God verheerlijkte.
Heel het volk zag dat hij liep en God verheerlijkte.
Zij herkenden hem als de man
die altijd bij de Schone Poort van de tempel zat te bedelen
en zij waren buiten zichzelf van verbazing
over hetgeen met hem gebeurd was.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 34 (33), 2-9

R:    De Heer heeft mij gered uit al wat ik vreesde.

De Heer zal ik prijzen iedere dag,
zijn lof ligt mij steeds op de lippen.
Mijn geest is fier op de gunst van de Heer,
laat elk die het hoort zich verheugen.

Verheerlijkt de Heer te samen met mij
en laat ons eendrachtig zijn Naam vereren.
Ik ging tot de Heer en Hij heeft mij verhoord,
Hij heeft mij gered uit al wat ik vreesde.

Verlaat u op Hem, dan wordt ge gelukkig,
want Hij stelt u niet teleur.
Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer
en redt hen uit hun ellende.

De engel van God legt een schans om hen heen,
om elk die God vreest te beschermen.
Let op en bemerkt hoe genadig de Heer is,
gelukkig is hij die zijn heil zoekt bij Hem.

Tweede lezing

2 Tim. 4, 6-8.17-18
Nu wacht mij de krans der gerechtigheid.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs

Dierbare,

Wat mij betreft,
mijn bloed wordt weldra geplengd,
het uur van mijn heengaan is nabij.
Ik heb de goede strijd gestreden,
de wedloop voleind,
het geloof bewaard.
Nu wacht mij de krans der gerechtigheid
waarmee de Heer, de rechtvaardige Rechter
mij zal belonen op de grote dag, en niet alleen mij
maar allen die met liefde uitzien naar zijn komst.
De Heer heeft mij terzijde gestaan en mij kracht gegeven
om mijn ambt als prediker van het evangelie
ten einde toe te vervullen,
zodat alle volken ervan horen,
en ik werd verlost uit de muil van de leeuw.
De Heer zal mij blijven beschermen tegen alle boze aanslagen
en mij behouden overbrengen naar zijn hemels koninkrijk.
Hem zij de heerlijkheid in de eeuwen der eeuwen!
Amen.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Vers voor het Evangelie

Mt. 16, 18

Alleluia.
Gij zijt Petrus,
en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen,
en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
Alleluia.

Evangelie

Mt. 16, 13-19
Gij zijt Petrus en Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd
toen Jezus in de streek van Caesarea van Filippus gekomen was
stelde Hij zijn leerlingen deze vraag:
“Wie is volgens de opvatting van de mensen,
de Mensenzoon?”
Zij antwoordden:
“Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia,
weer anderen Jeremia of een van de profeten.”
“Maar gij
– sprak Hij tot hen –
wie zegt gij dat Ik ben?”
Simon Petrus antwoordde:
“Gij zijt de Christus,
de Zoon van de levende God.”
Jezus hernam:
“Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona,
want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard
maar mijn Vader die in de hemel is.
Op mijn beurt zeg Ik u:
Gij zijt Petrus;
en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen
en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
Ik zal u de sleutels geven van het Rijk der hemelen
en wat gij zult binden op aarde,
zal ook in de hemel gebonden zijn
en wat gij zult ontbinden op aarde,
zal ook in de hemel ontbonden zijn.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Mt.16, 16.18

Petrus zei tot Jezus:
Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.
Jezus hernam: Gij zijt Petrus,
en op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen.

Menu sluiten