29 januari ✝ Zaterdag in de derde week door het jaar

Lezingen

Heilige van de dag

H. Poppo

Evangelielezing

Lezing

Hymne

720

Psalmen

1085

Lauden

Hymne

721

Psalmen

1088

KS

1091

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1092

KS

1095

Vespers

Hymne

691

Psalmen

1096

KS

1098

Completen

Hymne

682

Psalmen

1201

H. Poppo

abt

Poppo, geboren te Deinze in 978, werd monnik en later abt van Stavelot en Malmedy en bleef bekend om zijn ijver voor de monastieke tucht. Hij is overleden op 25 januari 1048.

Openingstekst

Ps. 96 (95),1 en 6

Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zingt voor de Heer, alle landen!
Bij Hem is luister en glorie, heiligheid
en pracht bewonen zijn tempel.

Eerste lezing

II Sam, 12, 1-7a.10-17
Ik heb tegen de Heer gezondigd.

Uit het tweede Boek Samuël

1In die dagen zond de Heer de profeet Natan naar David.
Hij trad bij de koning binnen en sprak tot hem:
„Twee mannen, een rijke en een arme, woonden in dezelfde stad.
2„De rijke bezat heel veel schapen en runderen,
3de arme maar één enkel lammetje, dat hij gekocht had.
„Hij had het in leven kunnen houden
en het was bij hem opgegroeid, tussen zijn kinderen ;
het dier at van zijn bord, het dronk uit zijn beker
en het sliep op zijn schoot ; het was net zijn dochter.
4„Eens kreeg de rijke man bezoek.
„Hij kon het niet over zich verkrijgen,
een schaap of rund uit zijn eigen kudde te nemen
en dat klaar te maken voor de reiziger
die bij hem was gekomen.
„Hij pakte het lam van de arme
en maakte dat klaar voor zijn gast.”

5David was diep verontwaardigd over die man
en hij zei tot Natan:
„Zowaar de Heer leeft : de man die dat gedaan heeft
verdient de dood.
6„En het lam moet hij vierdubbel vergoeden,
omdat hij er niet voor is teruggeschrokken
zo iets ergs te doen.”
7aToen sprak Natan tot David:
„Die man, dat zijt gij !
„Zo spreekt de Heer, de God van Israël:
10Het zwaard zal nooit meer wijken van uw huis,
omdat ge Mij hebt geminacht
en de vrouw van Uria de Hethiet tot vrouw hebt genomen.
11„Zo spreekt de Heer:
Voorwaar, uit uw eigen huis
ga Ik rampspoed over u brengen ;
Ik zal, waar ge zelf bijstaat, uw vrouwen van u wegnemen
en ze geven aan iemand die u nastaat ;
op klaarlichte dag zal die met uw vrouwen gaan slapen.
12„Gij hebt in het verborgene gehandeld,
maar Ik zal handelen ten aanschouwen van heel Israël
en op klaarlichte dag.”

13Toen zei David tot Natan:
„Ik heb tegen de Heer gezondigd.”

14Natan antwoordde:
„Dan heeft de Heer u deze zonde vergeven gij zult niet sterven.
14„Maar omdat gij door deze daad
de vijanden van de Heer reden tot lasteren hebt gegeven,
zal wel het kind dat u geboren is moeten sterven.”
15Daarop ging Natan naar huis en de Heer sloeg het kind
dat de vrouw van Uria aan David geschonken had,
met een zware ziekte.
16En David bad tot God voor de jongen ;
hij vastte streng en als hij zich terugtrok voor de nacht
legde hij zich op de grond te slapen.
17De oudsten van het hof drongen er bij hem op aan
dat hij niet langer op de grond zou slapen,
maar hij wilde niet luisteren ;
hij weigerde ook met hen te eten.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 51 (50), 12-13, 14-15, 16-17

R: Schep in mij een zuiver hart, mijn God.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God,
geef mij weer een vastberaden geest.

Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn,
neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Geef mij weer de weelde van uw zegen,
maak mij sterk in edelmoedigheid.

Dan zal ik de dwalenden uw wegen leren,
alle schuldigen terugvoeren tot U.

Houd mij ver van bloedschuld, God mijn redder,
dan bezingt mijn tong uw wijs beleid.

Heer, maak Gij mijn lippen los,
dat mijn mond uw lof kan zingen.

Vers voor het Evangelie

Ps. 119 (118), 88

Alleluia.
Wees mij barmhartig en laat mij leven, Heer,
dan blijf ik aan wat Gij verordent trouw.
Alleluia.

Evangelie

Mc. 4, 35-41
Wie is Hij toch, dat zelfs wind en water Hem gehoorzamen ?

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
allen: Lof zij U, Christus.

35Tegen het vallen van de avond sprak Jezus tot zijn leerlingen:
„Laten we oversteken.”
36Zij stuurden het volk weg
en namen Hem mee zoals Hij daar in de boot zat ;
andere boten begeleidden Hem.
37Er stak een hevige storm op
en de golven sloegen over de boot zodat hij al vol liep.
38Intussen lag Hij aan de achtersteven op het kussen te slapen.
Ze maakten Hem wakker en zeiden Hem:
„Meester, raakt het U niet dat wij vergaan ?”
39Hij stond op,
richtte zich met een dwingend woord tot de wind
en sprak tot het water:
„Zwijg stil !”
De wind ging liggen en het werd volmaakt stil.
40Hij sprak tot hen:
„Waarom zijt ge zo bang ?
„Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit ?”
41Zij werden door een grote vrees bevangen
en vroegen elkaar:
„Wie is Hij toch, dat zelfs wind en water Hem gehoorzamen ?”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Ps. 34 (33), 6

Nadert tot de Heer, dan wordt ge verlicht:
Hij stelt u niet teleur.

Menu sluiten