28 maart ✝ Witte donderdag

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

746

Psalmen

1070

Lauden

Hymne

747

Psalmen

949

KS

313

Middaggebed

Hymne

762

Psalmen

954

KS

314

Vespers

Hymne

743

Psalmen

958

KS

316

Completen

Hymne

682

Psalmen

1209

 

Openingstekst

Gal. 6, 14

Wij roemen in het kruis van de Heer Jezus Christus.
In Hem is ons heil, ons leven en verrijzenis,
door wie wij verlost en bevrijd zijn.

Eerste lezing

Ex., 12, 1-8.11-14
Voorschriften voor het eten van het paaslam.

Uit het Boek Exodus

In die dagen richtte de Heer het woord tot Mozes en Aäron
in Egypte en sprak:
„Deze maand moet gij beschouwen als de beginmaand,
als de eerste maand van het jaar.
Maak aan heel de gemeenschap van Israël het volgende bekend:
Op de tiende van deze maand moet ieder gezin een lam uitkiezen,
ieder huis een lam.
Als een gezin te klein is voor een lam, dan moeten ze,
rekening houdend met het aantal personen,
samen doen met hun naaste buurman.
Bij het verdelen van het lam
moet er rekening gehouden worden met ieders eetlust.
Het lam moet gaaf zijn,
van het mannelijk geslacht en eenjarig.
Ge kunt er een schaap of een geit voor nemen.
Ge moet de dieren vasthouden tot aan de veertiende van de maand.
Dan moet heel de verzamelde gemeenschap van Israël
ze slachten in de avondschemering.
Vervolgens moet gij wat bloed nemen en dat uitstrijken
over de beide deurposten en over de bovenbalk van de deur
van alle huizen waar het lam gegeten wordt.
In dezelfde nacht moet het vlees gegeten worden,
op het vuur gebraden.
Het moet gegeten worden met ongezuurd brood en bittere kruiden.
En dit is de wijze waarop gij het lam moet eten:
uw lendenen omgord, uw voeten geschoeid en uw stok in de hand.
Haastig moet ge het eten
want het is pasen voor de Heer.
Deze nacht zal Ik door Egypte gaan
en alle eerstgeborenen van Egypte,
zowel mensen als dieren zal Ik slaan.
Aan alle goden van Egypte zal Ik het vonnis voltrekken.
Maar het bloed aan de huizen zal een teken zijn
dat gij daar woont.
Als Ik het bloed aan uw huizen zie
zal Ik u voorbijgaan.
Geen vernietigende plaag zal u treffen als Ik Egypte sla.
Deze dag moet gij tot een gedenkdag maken,
ge moet hem vieren als een feest ter ere van de Heer.
Van geslacht tot geslacht moet ge hem
als een eeuwige instelling vieren.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 116 (115), 12-13, 15-16bc, 17-18

R:    Geeft niet de beker der zegening die wij zegenen
gemeenschap met het bloed van Christus?,

Hoe kan ik mijn dank betuigen
voor al wat de Heer mij gaf?

Ik hef de offerbeker,
de Naam van de Heer roep ik aan.

Want kostbaar is in de ogen des Heren
het leven van wie Hem vereert.

O Heer, ik ben uw dienaar,
Gij hebt mijn boeien geslaakt.

Met offers zal ik U loven,
de Naam van de Heer roep ik aan.

Ik zal mijn geloften volbrengen
waar heel zijn volk het ziet.

Tweede lezing

1 Kor., 11, 23-26
Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt verkondigt gij de dood des Heren.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,

Zelf heb ik van de Heer de overlevering ontvangen
die ik u op mijn beurt heb doorgegeven:
dat de Heer Jezus
in de nacht waarin Hij werd overgeleverd
brood nam
en na gedankt te hebben het brak en zei:
„Dit is mijn lichaam voor u.
Doet dit tot mijn gedachtenis.”
Zo ook nam Hij na de maaltijd de beker
met de woorden:
„Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed.
Doet dit
elke keer dat gij hem drinkt
tot mijn gedachtenis.”
Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt
verkondigt gij de dood des Heren
totdat Hij wederkomt.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Vers voor het Evangelie

Joh., 13, 34

Een nieuw gebod geef Ik u, zegt de Heer,
dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad.

Evangelie

Joh., 13,1-15
Hij gaf een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
allen: Lof zij U, Christus.

Het paasfeest was op handen. Jezus,
die wist dat zijn uur gekomen was
om uit deze wereld over te gaan naar de Vader,
en die de zijnen in de wereld bemind had
gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe.
Onder de maaltijd,
toen de duivel reeds
aan Judas Iskariot, de zoon van Simon,
het plan had ingegeven om Hem over te leveren,
stond Jezus van tafel op.
In het bewustzijn
dat de Vader Hem alles in handen had gegeven
en dat Hij van God was uitgegaan
en naar God terugkeerde,
legde Hij zijn bovenkleren af,
nam een linnen doek en omgorde zich daarmee.
Daarop goot Hij water in het wasbekken
en begon de voeten van de leerlingen te wassen
en ze met de doek waarmee Hij omgord was af te drogen.
Zo kwam Hij bij Simon Petrus
die echter tot Hem zei:
„Heer, wilt Gij mij de voeten wassen?”
Jezus gaf hem ten antwoord:
„Wat Ik doe begrijpt ge nu nog niet maar later zult gij het inzien.”
Toen zei Petrus tot Hem:
„Nooit in der eeuwigheid zult Gij mij de voeten wassen!”
Jezus antwoordde Hem:
„Als gij u niet door Mij laat wassen
kunt gij mijn deelgenoot niet zijn.”
Daarop zei Simon Petrus tot Hem:
„Heer, dan niet alleen mijn voeten
maar ook mijn handen en hoofd.”
Maar Jezus antwoordde:
„Wie een bad heeft genomen,
behoeft zich niet meer te wassen tenzij de voeten,
hij is immers helemaal rein.
Ook gij zijt rein, ofschoon niet allen.”
Hij wist immers wie Hem zou overleveren.
Daarom zei Hij:
Niet allen zijt gij rein.
Toen Hij dan hun voeten had gewassen,
zijn bovenkleren had aangetrokken
en weer aan tafel was gegaan sprak Hij tot hen:
„Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb?
Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer,
en dat doet gij terecht, want dat ben Ik.
Maar als Ik,
de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen
dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen.
Ik heb u een voorbeeld gegeven
opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

VOETWASSING

Na de homilie volgt de voetwassing, waar dit om pastorale redenen wenselijk is.

Op een geschikte plaats zijn banken of stoelen klaargezet, waarheen de assistenten degenen begeleiden aan wie de voetwassing zal worden verricht. Vervolgens gaat de priester naar hen toe, wast hun de voeten en droogt deze af, terwijl de assistenten hem helpen.

Ondertussen worden enkele van de onderstaande of andere toepasselijke gezangen
gezongen:
I naar Joh. 13, 4.5.15
Nadat de Heer van tafel was opgestaan,
goot Hij water in het wasbekken
en begon de voeten van zijn leerlingen te wassen:
dit voorbeeld gaf Hij hun.

II Joh. 13, 6.7.8.
Heer, wilt Gij mij de voeten wassen?

Jezus gaf hem ten antwoord:
Als Ik u de voeten niet was, kunt gij mijn deelgenoot niet zijn.
Zo kwam Hij bij Simon Petrus, maar Petrus zei Hem:

Heer …

Wat Ik doe begrijpt ge nog niet:
maar later zult gij het inzien.

Heer …

III naar Joh. 13, 14
Als Ik, uw Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen:
hoeveel te meer behoort gij dan elkaar de voeten te wassen.

IV Joh. 13, 35
Hieruit zullen allen kunnen opmaken
dat gij mijn leerlingen zijt
als gij de liefde onder elkaar bewaart.

Dit zei Jezus tot zijn leerlingen.

Hieruit …

V Joh. 13, 34
Een nieuw gebod geef Ik u, zegt de Heer,
dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad.

VI 1 Kor. 13, 13
Mogen in u blijven geloof, hoop en liefde, de grote drie;
maar de liefde is de grootste.

Nu echter blijven geloof, hoop en liefde, de grote drie;
maar de liefde is de grootste.

Mogen in u …

Onmiddellijk na de voetwassing of, indien deze niet plaats vindt, na de homilie volgt de voorbede. De geloofsbelijdenis blijft in deze viering achterwege.

Communievers

1 Kor.11, 24-25

Dit zegt de Heer:
Dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt.
Deze beker is het nieuwe verbond in mijn Bloed.
Elke keer dat gij deze gaven nuttigt,
doet dit tot gedachtenis aan Mij.

Een reactie achterlaten