28 januari ✝ Vrijdag in de derde week door het jaar

Lezingen

Heilige van de dag

H. Thomas van Aquino

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1641

Psalmen

1070

Lauden

Hymne

1639

Psalmen

1073

KS

1640

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1077

KS

1080

Vespers

Hymne

1641

Psalmen

1081

KS

1642

Completen

Hymne

682

Psalmen

1210

H. Thomas van Aquino

priester en kerkleraar

Als telg uit het grafelijk geslacht van Aquino omstreeks 1225 geboren, ontving Thomas zijn eerste opleiding in de abdij van Monte Cassino. Vervolgens studeerde hij te Napels, waar hij later bij de dominicanen intrad, en voltooide hij zijn studies te Parijs en Keulen onder leiding van de heilige Albertus de Grote. Groot zijn zijn verdiensten op het gebied van de filosofie en de theologie, waarin hij anderen door woord en geschrift onderrichtte. Hij stierf in de abdij van Fossanova op 7 maart 1274. Op 28 januari 1369 werd zijn lichaam naar Toulouse overgebracht.

Openingstekst

Dan.12, 3

De wijzen zullen stralen als de glans van het uitspansel,
de leraren der gerechtigheid zullen schitteren
als de sterren voor altijd en eeuwig.

Eerste lezing

II Sam. 11, 1-4a. 5-10. 13-17
Gij hebt Mij geminacht en de vrouw van Uria tot vrouw genomen.

Uit het tweede Boek Samuël

1Omstreeks de jaarwisseling,
wanneer de koningen te velde trekken,
liet David Joab met zijn eigen lijfwacht
en alle Israëlieten uitrukken ;
zij vernietigden de Ammonieten
en sloegen het beleg voor Rabba.
David zelf bleef in Jeruzalem.
2Op een avond stond David van zijn rustbed op
en ging wat wandelen op het dakterras van het paleis.
Vanaf het terras zag hij een vrouw die aan het baden was
zij was heel mooi.
3David liet naar de vrouw informeren
en er werd hem gezegd
„Het is Batseba, de dochter van Eliam,
de vrouw van Uria de Hethiet.”
4aToen zond David boden om de vrouw te halen ;
zij kwam bij hem en hij sliep met haar.
5De vrouw werd zwanger, en zij liet aan David berichten:
„Ik ben zwanger.”
6Toen zond David een boodschap aan Joab:
„Stuur Uria de Hethiet naar mij toe.”
Joab stuurde Uria naar David.
7Toen Uria bij hem kwam, informeerde David,
hoe het met Joab ging
en met het leger en met de oorlog.
8Daarna zei hij tot Uria:
„Ga naar huis en neem een bad.”
Uria verliet het paleis,
waarbij een schotel van de koninklijke tafel
achter hem werd aangedragen.
9Maar Uria overnachtte in het portaal van het paleis,
bij de dienaren van zijn heer,
en hij ging niet naar huis.
10Toen aan David gemeld werd dat Uria niet naar huis was gegaan,
zei hij tot Uria:
„U hebt toch een hele reis achter de rug.
„Waarom zijt ge dan niet naar huis gegaan ?”

13David nodigde hem uit
te eten en te drinken aan zijn tafel
en hij voerde hem dronken.
Toch ging Uria ’s avonds weer slapen op zijn brits
bij de dienaren van zijn heer
en hij ging niet naar huis.
14De volgende morgen schreef David een brief aan Joab,
die hij door Uria liet overbrengen.
15In die brief schreef hij het volgende:
„Zet Uria vooraan in de strijd, waar het hevigst gevochten wordt,
en trek u dan achter hem terug, zodat hij wordt getroffen en sneuvelt.”
16Toen zette Joab bij de belegering van de stad
Uria op een bepaalde plaats,
waar hij wist dat er sterke troepen stonden.
17De bewoners van de stad deden een uitval tegen Joab ;
er vielen enigen van het volk, van Davids lijfwacht ;
ook Uria de Hethiet vond de dood.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 51 (50), 3-4, 5-6a, 6b-7, 10-17

R: God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid,
delg mijn zondigheid in uw erbarmen.

God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid,
delg mijn zondigheid in uw erbarmen.

Was mijn schuld volkomen van mij af,
reinig mij van al mijn zonden.

Ik erken dat ik misdreven heb,
altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen.

Jegens U alleen heb ik gezondigd,
wat U tegenstaat heb ik gedaan.

Dus zijt Gij rechtvaardig in uw oordeel,
is het vonnis dat Gij velt gegrond.

Ach, met schuld belast werd ik geboren,
schuldig was het dat mijn moeder mij ontving.

Maak mij weer ontvankelijk voor blijde klanken,
geef mijn gekastijde lichaam nieuwe levensmoed.

Wend uw ogen af van mijn gebreken,
scheld mij al mijn schulden kwijt.

Vers voor het Evangelie

Ps. 130 (129), 5

Alleluia.
Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik.
Alleluia.

Evangelie

Mc. 4, 26-34
De zaaier zaait, hij slaapt en staat op;
onderwijl kiemt het zaad en schiet op, maar hij weet niet hoe.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
allen: Lof zij U, Christus.

26In die tijd zei Jezus tot de menigte:
„Het gaat met het Rijk Gods
als met een man die zijn land bezaait ;
27hij slaapt en staat op, ’s nachts en overdag,
en onderwijl kiemt het zaad en schiet op, maar hij weet niet hoe.
28„Uit eigen kracht brengt de aarde vruchten voort,
eerst de groene halm, dan de aar,
het volgroeide graan in de aar.
29„Zodra de vrucht het toelaat slaat hij er de sikkel in,
want het is tijd voor de oogst.”

30En verder:
„Welke vergelijking kunnen we vinden voor het Rijk Gods
en in welke gelijkenis zullen we het voorstellen ?
31,Het lijkt op een mosterdzaadje.
„Wanneer dat gezaaid wordt in de grond,
is het wel het allerkleinste zaadje op aarde ;
32maar eenmaal gezaaid schiet het op
en het wordt groter dan alle tuingewassen, en het krijgt grote takken
zodat de vogels in zijn schaduw kunnen nestelen.”

33In vele dergelijke gelijkenissen verkondigde Jezus hun zijn leer
op de wijze die zij konden verstaan.
34Anders dan in gelijkenissen sprak Hij niet tot hen,
maar eenmaal met zijn leerlingen alleen
gaf Hij van alles uitleg.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

1 Kor. 1, 23-24

Wij verkondigen een gekruisigde Christus:
Christus, Gods kracht en Gods wijsheid.

Menu sluiten