27 september ✝ Dinsdag in de zesentwintigste week door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

H. Vincentius de Paul

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1626

Psalmen

914

Lauden

Hymne

1628

Psalmen

918

KS

1629

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

922

KS

924

Vespers

Hymne

1633

Psalmen

925

KS

1635

Completen

Hymne

682

Psalmen

1206

H. Vincentius de Paul

priester

gedachtenis

Vincentius werd in 1581 in Gascogne geboren. Na zijn priesterwijding was hij als pastoor werkzaam bij Parijs. Met het oog op een betere opleiding van de geestelijkheid stichtte hij de congregatie van de Missie (lazaristen), die zich ook aan het werk van de volksmissies wijdde. Samen met de heilige Louise de Marillac stichtte hij tevens de congregatie van de dochters van Liefde om in de noden van de armen te voorzien. Hij stierf te Parijs in 1660.

Openingstekst

De Geest van de Heer rust op mij, want Hij heeft mij gezalfd.
Hij heeft mij gezonden
om aan armen de blijde boodschap te brengen
en om hen te genezen wier hart gebroken is.

Eerste lezing

Job 3, 1-3. 11-17.20-23
Waarom werd er licht geschonken aan ongelukkigen?

Uit het Boek Job

Toen Job door zoveel rampen was geslagen
opende hij zijn mond en vervloekte zijn levensdagen.
Hij begon Aldus:
„Weg met de dag waarop ik werd geboren,
zelfs weg met de nacht die mijn ontvangenis zag.
„Waarom in de schoot niet gestorven,
niet gestikt bij mijn geboorte?
„Waarom hebben knieën mij ontvangen,
waarom borsten mij gezoogd?
„Dan zou ik nu neerliggen, rust hebben, ongestoord slapen
naast koningen en prinsen van deze wereld,
die vervallen paleizen in vroegere glorie herstelden;
naast vorsten die eens veel goud bezaten
en huizen hadden, volgetast met zilver.
„Of was ik maar in de grond gestopt als een misgeboorte,
als een kind dat nooit het levenslicht zag.
Daar valt het bejag der boosdoeners stil,
hun ongedurigheid komt er tot rust.
„Waarom licht schenken aan ongelukkigen,
leven aan verbitterde mensen?
„Zij zien uit naar de dood die maar niet komt;
zij verlangen meer naar de dood dan naar een verborgen schat.
„Blij zouden zij zijn met hun einde,
juichend belanden in het graf.
„Waarom wordt het leven gegeven
aan een mens die niet weet waar naartoe,
nu God hem de weg verspert?”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 88 (87), 2-3, 4-5, 6,7-8

R: Laat mijn bede doordringen tot U, Heer.

Heer mijn God, ik roep U elke dag,
elke nacht weer kom ik bij U klagen.

Laat mijn bede doordringen tot U,
luister naar mijn dringend roepen.

Want mijn ziel is van verdriet verzadigd,
nu reeds sta ik voor het dodenrijk.

Men beschouwt mij als een man die grafwaarts gaat,
als een grijsaard aan het einde van zijn krachten.

Bij de schimmen heb ik mijn verblijf,
een gesneuvelde die werd begraven.

Niemand is er die nog aan hem denkt,
aan uw zorg is hij voorgoed onttrokken.

In een put hebt Gij mij neergelaten,
in het duister van een diepe krocht.

Zwaar drukt uw verbolgenheid op mij,
door de stortvloed van uw toorn word ik bedolven

Vers voor het Evangelie

Ps. 27 (26), 11

Alleluia.
Toon mij uw weg, Heer, bij tegenstand,
leid mij langs effen paden.
Alleluia.

Evangelie

Lc.9, 51-56
Jezus aanvaardde vastberaden de reis naar Jeruzalem.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
allen: Lof zij U, Christus.

Toen de dagen van zijn verheffing hun vervulling tegemoet gingen,
aanvaardde Jezus vastberaden de reis naar Jeruzalem
en zond boden voor zich uit.
Dezen kwamen op hun tocht in een Samaritaans dorp
om er zijn verblijf voor te bereiden.
Maar de Samaritanen ontvingen Hem niet
omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was.
Toen de leerlingen Jakobus en Johannes dit gewaar werden
vroegen ze:
„Heer, wilt Gij dat wij vuur van de hemel afroepen
om hen te verdelgen?”
Maar Hij keerde zich om en wees hen op strenge toon terecht.
Daarop vertrokken zij naar een ander dorp.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Ps. 107 (106), 8-9

Danken wij de Heer voor zijn goedheid
voor zijn weldaden jegens de mensen.
Aan wie dorst had, gaf Hij te drinken,
wie honger had, heeft Hij verzadigd.

Een reactie achterlaten

Menu sluiten