26 januari ✝ Woensdag in de derde week door het jaar

Lezingen

Heilige van de dag

HH. Timotëus en Titus

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1626

Psalmen

1040

Lauden

Hymne

1628

Psalmen

1043

KS

1629

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1047

KS

1050

Vespers

Hymne

1633

Psalmen

1051

KS

1635

Completen

Hymne

682

Psalmen

1207

HH. Timotëus en Titus

bisschoppen

Als leerlingen en helpers van de apostel Paulus worden, daags na zijn feestdag, Timoteüs en Titus herdacht. De eerste was aan het hoofd gesteld van de christengemeente van Efeze, de ander had de leiding van de kerk op het eiland Kreta. Paulus schreef aan hen de brieven die bekend staan als de pastorale brieven en die talrijke aanwijzingen bevatten voor de vorming van de gelovigen en hun herders.

Openingstekst

Ez. 34,11 en 23-24

Zo spreekt de Heer: Ik zal mijn schapen bezoeken
en hun een herder geven om hen te weiden;
Ik, de Heer, zal hun God zijn.

Eerste lezing

2 Tim. 1, 1-8

Uw ongeveinsd geloof komt mij voor de geest.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs

1Van Paulus,
apostel van Christus Jezus door de wil van God,
volgens de belofte van het leven dat in Christus Jezus is,
2aan Timóteüs, zijn geliefd kind.
Genade, barmhartigheid en vrede voor u
vanwege God de Vader en onze Heer Christus Jezus!

3Het is met dankbaarheid jegens God,
die ik evenals mijn voorouders
met een zuiver geweten tracht te dienen,
dat ik uw naam noem in mijn gebeden,
zonder ophouden, dag en nacht.
4Als ik denk aan uw tranen,
verlang ik vurig u weer te zien
om weer helemaal gelukkig te zijn.
5En uw ongeveinsd geloof komt mij voor de geest,
dat geloof dat eerst uw grootmoeder Loïs
en uw moeder Euníke bezield heeft
en nu ook, daarvan ben ik zeker, leeft in u.

6Vergeet dus niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade
die in u is door de oplegging van mijn handen.
7Want God
heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid
maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.
8Schaam u dus niet van onze Heer te getuigen.
Schaam u evenmin voor mij, zijn gevangene.
Draag uw deel in het lijden voor het evangelie
door de kracht van God.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 96 (95), 1-2a.2b-3.7-8a.10

R:    Meldt aan de naties Gods heerlijkheid,
zijn wondere daden aan alle volken.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zingt voor de Heer, alle landen.
Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn Naam.

Verkondigt zijn heil alle dagen,
meldt aan de naties zijn heerlijkheid,
zijn wondere daden aan alle volken.

Huldigt de Heer, alle stammen en volken,
huldigt de Heer om zijn glorie en macht,
huldigt de Heer om de roem van zijn Naam.

Zegt tot elkander: de Heer regeert!
Onwrikbaar heeft Hij de aarde geschapen,
de volken bestuurt Hij met billijkheid.

Vers voor het Evangelie

Ps. 119 (118), 105

Alleluia.
Uw woord is een lamp voor mijn voeten, Heer,
Het is een licht op mijn pad.
Alleluia.

Evangelie

Mc. 4, 1-20
Eens ging een zaaier uit om te zaaien.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
allen: Lof zij U, Christus.

1In die tijd
begon Jezus te leren aan de oever van het meer.
Zeer veel volk verzamelde zich bij Hem,
zodat Hij in een boot die op het water lag moest stappen
om daar plaats te nemen,
terwijl al het volk zich langs het meer op het land bevond.
2Hij leerde hun vele dingen door middel van gelijkenissen,
en in zijn onderrichting zei Hij tot hen:
3„Luistert.
„Eens ging een zaaier uit om te zaaien.
4„Toen hij aan het zaaien was
viel een gedeelte op de weg en de vogels kwamen het opeten.
5„Een ander gedeelte viel op de rotsachtige plekken
waar het niet veel aarde had ; ,
het schoot snel op omdat het in ondiepe grond lag.
6„Maar toen de zon was opgekomen
kreeg het te lijden van de hitte,
zodat het verdorde bij gebrek aan wortel.
7„Weer een ander gedeelte viel onder de distels
en deze schoten op zodat het zaad verstikte
en geen vrucht opleverde.
8„Een ander gedeelte tenslotte viel op goede grond
en doordat het opschoot en zich ontwikkelde,
leverde het vrucht op
en bracht het dertig-, zestig- en honderdvoudige voort.”
9En Hij voegde er aan toe:
„Wie oren heeft om te horen, hij luistere.”

10Toen Hij weer alleen was
stelde zijn omgeving, ook de twaalf,
Hem vragen omtrent de gelijkenissen.
11Hij antwoordde hun:
„Aan u is het geheim van het Rijk Gods geschonken
maar zij die erbuiten staan, krijgen alles in gelijkenissen,
12opdat zij wel scherp kijken met hun ogen maar niet zien,
en wel luisteren met hun oren maar niet verstaan,
opdat zij zich niet zouden bekeren en vergiffenis krijgen.”
13En Hij vervolgde:
„Begrijpt ge deze gelijkenis niet ?
„Hoe zult ge dan alle gelijkenissen verstaan ?
14„De zaaier zaait het woord.
15„Die op de weg
– waar het woord gezaaid wordt –
zijn de mensen bij wie als zij het gehoord hebben,
terstond de satan komt
en het woord wegrooft dat gezaaid ligt in hun binnenste.
16„Op dezelfde manier
zijn zij die op de rotsachtige plekken gezaaid worden
de mensen die als zij het woord gehoord hebben,
het terstond met blijdschap opnemen ;
17maar zij hebben geen wortel geschoten, leven bij het ogenblik,
en als zij omwille van het woord onderdrukt of vervolgd worden,
komen zij onmiddellijk ten val.
18„Die tussen distels gezaaid worden zijn weer anderen,
die het woord wel gehoord hebben,
19maar wanneer de zorgen van de wereld,
de begoocheling van de rijkdom
en de begeerten naar al het andere binnendringen,
verstikken deze het woord en zo blijft het zonder vrucht.
20„De in de goede grond gezaaiden
zijn de mensen die het woord horen,
het in zich opnemen en vrucht dragen:
dertig-, zestig- en honderdvoudig.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Joh.15,16

Dit zegt de Heer: Niet gij hebt Mij uitgekozen maar Ik u,
en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan
en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn.

Menu sluiten