25 juni ✝ Zaterdag in de twaalfde week door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

Onbevlekt Hart van Maria

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1555

Psalmen

1188

Lauden

Hymne

1558

Psalmen

1193

KS

1559

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1197

KS

1200

Vespers

Hymne

1565

Psalmen

771

KS

1569

Completen

Hymne

682

Psalmen

1201

Onbevlekt Hart van Maria

gedachtenis

Openingstekst

Ps.13 (12), 6

Mijn hart juicht van vreugde,
want Gij zijt mijn redding;
ik wil zingen voor de Heer,
die mij zijn weldaden bewees.

Eerste lezing

Lam. 2, 2..10-14. 18-19
Roep met uw hart tot de Heer, de schutsmuur van Sion.

Uit de Klaagliederen van de profeet Jeremia

Meedogenloos heeft de Heer
het gebied van Jakob verwoest
en in zijn woede heeft Hij
de sterkten van Juda geslecht.
Eerloos zijn rijk en bestuurders ter aarde geworpen.
Zwijgend zitten de oudsten van Sion
neer op de grond,
in zakken gekleed en met as op het hoofd.
Jeruzalems meisjes laten het hoofd hangen.
Mijn ogen zijn moe van geween ;
hoe branden mijn ingewanden,
ontzonken is mij de moed:
mijn volk is zozeer geslagen,
kinderen en zuigelingen sterven op straat.
Zij vroegen hun moeder nog:
„Waar is het brood en de wijn ?”
maar streden gewond met de dood
in de straten der stad, en gaven de geest
op de schoot van hun moeder.
Wat kan ik nog zeggen,
waarmee Jeruzalem, u vergelijken ?
Wat kan ik nog aanvoeren,
Sion, om u te troosten ?
Uw wonden zijn groot als de zee
en niemand die u geneest.
De visioenen van uw profeten
zijn leugen en bedrog.
Ze wekken geen schuldbesef
en wenden de rampen niet af.
Waardeloos zijn hun orakels, misleidend.
Roep met uw hart tot de Heer,
de schutsmuur van Sion.
Houd met wenen niet op,
geef aan uw ogen geen rust
en de vrije loop aan uw tranen, dag en nacht.
Roep, geheel de nacht, tot de Heer,
stort uw hart als water uit.
Bid, met de handen geheven,
dat uw kinderen leven,
die nu op de hoeken der straten van honger verkwijnen.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 74 (73), 1-2, 3-5a, 5b-7, 20-21

R: Vergeet niet achteloos
het leven van uw kleinen, Heer.

Hebt Gij uw kudde nu voorgoed verstoten ?
Mijn God, laait dan uw gramschap telkens op ?

Denk aan uw volk, dat Gij U hebt verworven,
de stammen die Gij hebt gekocht als uw bezit,
de Sion die Gij U als woonplaats hebt gekozen.

Richt weer uw schreden naar die eindeloze puinhoop ;
de vijand heeft al wat daar stond verwoest.

Waar wij U zochten schreeuwen nu uw tegenstanders
en plaatsen er hun standaard als trofee.

Zoals men met de aks
een weg baant door het oerwoud,
zo slaan zij met houweel en bijl uw poorten in.

Uw tempel heeft men prijsgegeven aan de vlammen,
de woonplaats van uw Naam op aarde is ontwijd.

Zij zeiden : laat ons alles tot de grond verwoesten ;
uw heiligdommen werden platgebrand in heel het land

Denk, Heer, aan uw verbond : de maat is vol,
uit alle holen en spelonken loert de boosheid.

Stel het vertrouwen der verdrukten niet teleur,
laat armen en behoeftigen U loven.

Vers voor het Evangelie

II Tim. 1,10b

Alleluia.
Onze Heiland Jezus Christus heeft de dood vernietigd,
en onvergankelijk leven doen aanlichten
door het evangelie.
Alleluia.

Evangelie

Lc. 2, 41-51
Zij bewaarde al deze woorden in haar hart.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
allen: Lof zij U, Christus.

Ieder jaar reisden de ouders van Jezus
bij gelegenheid van het Paasfeest naar Jeruzalem.
En overeenkomstig het gebruik bij dit feest
gingen zij opnieuw daarheen toen Hij twaalf jaar geworden was.
Maar na afloop van die dagen keerden zij naar huis terug.
Het kind Jezus bleef echter in Jeruzalem achter
zonder dat zijn ouders het wisten.
In de mening dat Hij zich bij de karavaan bevond,
gingen zij een dagreis ver,
en zochten Hem toen onder familieleden en bekenden.
Omdat zij Hem niet vonden
keerden zij al zoekende naar Jeruzalem terug.
Pas na drie dagen vonden zij Hem in de tempel,
waar Hij te midden van de leraren zat
naar wie Hij luisterde en aan wie Hij vragen stelde.
Allen die Hem hoorden
waren verbaasd over zijn inzicht en zijn antwoorden.
Toen zijn ouders Hem daar opmerkten stonden zij verslagen.
Zijn moeder zei tot Hem:
“Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan?
Denk toch eens met wat een pijn
uw vader en ik naar U hebben gezocht.”
Maar Hij antwoordde:
“Wat hebt ge toch naar Mij gezocht?
Wist ge dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?”
Zij begrepen echter niet wat Hij daarmee bedoelde.
Hij ging met hen mee naar Nazaret
en was aan hen onderdanig.
Zijn moeder bewaarde alles wat er gebeurd was in haar hart.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Lc. 2,19

Maria bewaarde al deze woorden in haar hart
en overwoog ze bij zichzelf.

Menu sluiten