24 juni ✝ Hoogfeest van de geboorte van de H. Johannes de Doper

Lezingen
Heilige van de dag

Geboorte van de H. Johannes de Doper

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1323

Psalmen

1627

Lauden

Hymne

1323

Psalmen

780

KS

1324

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1213

KS

1325

Vespers

Hymne

1326

Psalmen

1634

KS

1327

Completen

Hymne

682

Psalmen

1203

Geboorte van de H. Johannes de Doper

hoogfeest

Drie maanden na de boodschap aan Maria vieren wij de geboorte van het kind van Elisabet, Johannes, de voorloper van de Heer. Met de komst van deze laatste profeet van het Oude Verbond loopt de nacht der tijden ten einde en gaat de dag van het heil aanbreken. Evenals Jesaja en Jeremia krijgt Johannes reeds bij zijn geboorte zijn bestemming tot profeet voor de volken en wordt hij geheiligd voor zijn toekomstige taak.

 

Openingstekst

Joh. 1, 6-7; Lc. 1, 17

Er trad een mens op, een gezondene van God;
zijn naam was Johannes.
Deze kwam om te getuigen van het Licht
en om voor de Heer een welbereid volk te vormen.

Eerste lezing

Jes. 49, 1-6
Ik stel u aan tot licht van de heidenvolkeren.

Uit de Profeet Jesaja

Luistert naar mij, eilanden,
spitst de oren, volkeren van ver:
De Heer heeft mij vanaf de moederschoot geroepen,
vanaf de schoot mijner moeder heeft Hij mijn naam genoemd.
Hij heeft mijn mond tot een snedig zwaard gemaakt,
met de schaduw van zijn hand heeft Hij mij bedekt.
Hij maakte van mij een geslepen pijl,
en in zijn koker heeft Hij mij geborgen.
Hij sprak tot mij
“Mijn dienaar zijt gij,
Israël in wie Ik Mij zal verheerlijken.”
En ik heb gezegd:
“Vergeefs heb ik mij afgetobd,
mijn kracht loopt uit op leegheid en wind,
maar mijn recht is bij de Heer,
en mijn beloning bij mijn God.”
Nu echter sprak de Heer
die mij vormde tot zijn knecht vanaf de moederschoot,
om Jakob terug te brengen tot Hem
en opdat Israël voor Hem zou worden verzameld.
– Ik ben verheerlijkt in de ogen van de Heer,
en mijn God is mijn sterkte. –
Hij sprak:
“Het is te gering dat gij mijn dienaar zijt,
om Jakobs stammen op te richten
en de gespaarden van Israël terug te brengen.
Ik stel u aan tot licht van de heidenvolkeren
om mijn heil te zijn tot aan het uiteinde der aarde.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 139 (138), 1-3.13-14.15

R:    Ik dank U, Heer, voor het wonder van mijn leven.

Gij kent mij, Heer, en Gij doorschouwt mij,
Gij ziet mij waar ik ga of sta.
Van verre kent Gij mijn gedachten,
Gij weet waarom ik bezig ben of rust.

Want wat er in mij is hebt Gij geschapen,
Gij hebt mij als een weefsel
in de moederschoot gevormd.
Ik dank U voor het wonder van mijn leven,
voor alle wonderwerken die Gij hebt gemaakt.

Gij weet ook alles wat er omgaat in mijn geest,
mijn diepste wezen is U niet verborgen.
Toen ik geheimnisvol werd voortgebracht,
mijn levensdraden in de schoot gevlochten werden.

Tweede lezing

Hand. 13, 22-26
Johannes predikte reeds vóór het optreden van Christus.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen zei Paulus:
“Nadat God Saul verworpen had
verhief Hij David tot koning van het volk Israël.
Van deze gaf Hij het getuigenis
Ik heb David gevonden, de zoon van Isaï,
een man naar mijn hart
die mijn wil in alles zal volbrengen.
Uit diens nakomelingschap heeft God volgens belofte
voor Israël een Verlosser doen voortkomen, Jezus;
nadat reeds Johannes vóór zijn optreden
een doopsel van bekering had gepredikt
aan heel het volk van Israël.
Toen Johannes aan het einde van zijn loopbaan was zei hij:
Wat ge meent dat ik ben
ben ik niet;
maar na mij komt iemand
wiens schoeisel ik niet waard ben los te maken.
Mannen broeders,
zonen uit Abrahams geslacht en godvrezenden onder u:
tot ons is dit woord van verlossing gezonden.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Vers voor het Evangelie

Lc. 1, 76

Alleluia.
Gij, kind, profeet van de Allerhoogste zult ge worden genoemd,
want voorafgaan zult gij aan de Heer
en gij zult zijn wegen bereiden.
Alleluia.

Evangelie

Lc. 1, 57-66.80
Johannes is zijn naam.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd brak voor Elisabeth het ogenblik aan
dat zij moeder werd;
zij schonk het leven aan een zoon.
Toen de buren en de familie hoorden
hoe groot de barmhartigheid was
die de Heer aan haar had betoond,
deelden zij in haar vreugde.
Op de achtste dag kwam men het kind besnijden
en ze wilden het naar zijn vader Zacharias noemen.
Maar zijn moeder zei daarop:
“Neen, het moet Johannes heten.”
Zij antwoordden haar:
“Maar er is in uw familie niemand die zo heet.”
Met gebaren vroegen zij toen aan zijn vader
hoe hij het wilde noemen.
Deze vroeg een schrijftafeltje en schreef er op:
“Johannes zal hij heten.”
Ze stonden allen verbaasd.
Onmiddellijk daarop werd zijn mond geopend,
zijn tong losgemaakt
en verkondigde hij Gods lof.
Ontzag vervulde alle omwonenden
en in heel het bergland van Judea
werd al het gebeurde rondverteld.
Ieder die het hoorde dacht er over na en vroeg zich af:
“Wat zal er worden van dit kind?”
Want de hand des Heren was met hem.
Het kind groeide op en de Geest beheerste hem meer en meer.
Hij verbleef in de woestijn
tot de dag, waarop hij zich aan Israël in het openbaar vertoonde.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Lc. 7, 18

Met milde erbarming heeft onze God op ons neergezien
zoals de opgaande zon aan de hemel.

Een reactie achterlaten

Menu sluiten