24 november ✝ Woensdag in de vierendertigste week door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

H. Albertus

Evangelielezing

Lezing

Hymne

722

Psalmen

930

Lauden

Hymne

723

Psalmen

932

KS

937

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

938

KS

941

Vespers

Hymne

724

Psalmen

942

KS

945

Completen

Hymne

682

Psalmen

1207

H. Albertus

bisschop en martelaar

Albertus van Leuven stamt uit het vorstenhuis van Brabant en werd op de Keizersberg geboren omstreeks 1166. In 1191 werd hij tot bisschop benoemd van Luik (waartoe Leuven toen behoorde) maar de Duitse keizer maakte tegen deze benoeming heel wat bezwaren. Albertus trok daarop naar Rome waar paus Celestinus III zijn benoeming bekrachtigde. Op terugtocht werd hij te Reims tot bisschop gewijd, maar tijdens hetzelfde verblijf in deze stad werd hij vermoord op 24 november 1192. Zijn relieken werden in 1920 te Reims ontdekt en overgebracht naar de basiliek van Koekelberg.

eerste lezing: Dan. 5, 1-6.13-14.16-17.23-28

Er verschenen vingers van een menselijke hand
die schreven op de muur.

Uit de Profeet Daniël.
In die tijd richtte koning Belsassar een groot feestmaal aan
voor duizend van zijn rijksgroten.
Hij dronk in tegenwoordigheid van de duizend gasten wijn
en onder invloed van de wijn gaf hij bevel
de gouden en zilveren vaten te halen,
die zijn vader Nebukadnessar
uit de tempel van Jeruzalem had weggenomen.
Belsassar wilde met zijn rijksgroten,
zijn vrouwen en bijvrouwen uit dat vaatwerk drinken.
Men bracht dus de gouden en zilveren vaten,
die uit de tempel van Jeruzalem waren weggehaald,
en de koning, zijn rijksgroten,
zijn vrouwen en bijvrouwen, dronken eruit.
En bij het drinken van de wijn
loofden ze de goden van goud en zilver,
van brons, ijzer, hout en steen.
Terwijl ze dat deden,
verschenen er vingers van een menselijke hand
en die schreven iets
op de gepleisterde muur van het koninklijk paleis,
juist tegenover de luchter.
De koning zag de schrijvende hand;
hij verschoot van kleur en raakte in verwarring,
zijn heupgewrichten verslapten
en zijn knieën stieten tegen elkaar.
Toen werd Daniël voor de koning geleid
en de koning zei tot hem:
“Zijt gij Daniël, een van de ballingen van Juda,
die de koning, mijn vader, uit Juda heeft weggevoerd?
Ik heb van u gehoord,
dat de geest der goden in u is
en dat gij begaafd zijt met inzicht,
verstand en buitengewone wijsheid.
Men heeft mij van u verteld,
dat gij dromen kunt verklaren en knopen ontwarren.
Welnu, als ge het schrift kunt lezen
en het mij verklaren, zult ge met purper worden bekleed,
de gouden keten om uw hals dragen
en als derde heersen in het koninkrijk.”
Daarop antwoordde Daniël aan de koning:
“Houd uw gaven en geef uw geschenken aan een ander.
Het schrift zal ik evenwel voor de koning lezen
en hem er de verklaring van geven.
Boven de Heer van de hemel hebt u zich willen verheffen;
u hebt het vaatwerk van zijn tempel laten halen
en u, uw rijksgroten, uw vrouwen en bijvrouwen
hebben er wijn uit gedronken;
goden van zilver en goud, van brons, ijzer, hout en steen,
die niet zien, niet horen en niets weten,
hebt u geëerd,
terwijl u de God
in wiens hand uw adem ligt en heel uw leven,
niet hebt geprezen.
Daarom heeft Hij die hand dit schrift laten schrijven.
En dit staat er geschreven:
Mene, mene, tekel ufarsin.
De verklaring ervan luidt:
mene: geteld heeft God uw regeringsjaren
en er een eind aan gemaakt;
tekel: gewogen zijt u op de weegschaal en te licht bevonden;
peres: verdeeld is uw koninkrijk
en aan de Meden en Perzen gegeven.”
Woord van de Heer.
Wij danken God.

tussenzang: Dan. 3, 62, 63, 64, 65, 66, 67

Refrein:
Looft de Heer, prijst en verheft Hem eeuwig.

Looft de Heer, klaarlichte zon en maan,
heldere sterren, prijst Hem.

Looft Hem, regen en dauw,
alle stormwinden, prijst Hem.

Looft Hem, vuur en hitte,
koude en vorst, prijst de Heer.

vers voor het evangelie: Lc. 21, 36

Alleluia.
Weest te allen tijde waakzaam en bidt
en dat wij stand mogen houden
voor het aangezicht van de Mensenzoon.
Alleluia.

evangelie: Lc. 21, 12-19

Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen
omwille van mijn Naam:
geen haar van uw hoofd zal verloren gaan.

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Zij zullen u vastgrijpen en vervolgen;
zij zullen u overleveren aan de synagogen en gevangen zetten,
u voor koningen en stadhouders voeren
omwille van mijn Naam.
Het zal voor u uitlopen op het geven van getuigenis.
Welnu, prent het u in,
dat gij dan uw verdediging niet moet voorbereiden.
Want Ik zal u een taal en een wijsheid geven,
die geen van uw tegenstanders
zal kunnen weerstaan of weerspreken.
Ge zult zelfs door ouders en broers,
door bloedverwanten en vrienden overgeleverd worden
en sommigen van u zullen ze ter dood doen brengen.
Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen
omwille van mijn Naam:
geen haar van uw hoofd zal verloren gaan.
Door standvastig te zijn zult ge uw leven winnen.”
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Menu sluiten