23 september ✝ Donderdag in de vijfentwintigste week door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

H. Pius van Pietrelcina

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1657

Psalmen

835

Lauden

Hymne

1657

Psalmen

838

KS

1658

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

842

KS

845

Vespers

Hymne

1662

Psalmen

845

KS

1664

Completen

Hymne

682

Psalmen

1209

H. Pius van Pietrelcina

priester

gedachtenis

Hij werd in het jaar 1887 geboren in het dorp Pietrelcina nabij Benevento in Italië. Nadat hij bij de orde der Minderbroeders Capucijnen was ingetreden en de priesterwijding had ontvangen, oefende hij, met grote herderlijke toewijding, zijn ambt vooral uit in het klooster van het stadje San Giovanni Rotondo in Apulië . Hier gaf hij aan de gelovigen geestelijke leiding, verzoende hij de boetelingen en trad hij de zieken en armen met voorzienigheid en zorg tegemoet. Zo diende hij Gods volk in gebed en nederigheid. Nadat hij volledig gelijkvormig was geworden met de gekruisigde Christus, voltooide hij op 23 september 1968 zijn aardse pelgrimstocht.

Eerste lezing: Uit de profeet Haggai, 1, 1-8
In het tweede jaar van koning Darius, in de zesde maand, op de eerste dag van die maand, werd door de profeet Haggai het woord van de Heer gericht tot Zerubbabel, de zoon van Kaltiël, landvoogd van Juda, en tot de hogepriester Jozua, de zoon van Jehosadak. Zo spreekt de Heer van de hemelse machten: Dit volk denkt, dat de tijd nog niet is gekomen, de tijd om het huis van de Heer te herbouwen. Maar het woord van de Heer, door de profeet Haggai gesproken, luidt aldus: Is het voor u dan wel de tijd om zelf in uw goed betimmerde huizen te wonen, terwijl dit huis nog een ruïne is? Daarom – zo spreekt de Heer van de hemelse machten – moet gij eens nadenken over de weg waarop gij u bevindt. Gij hebt veel gezaaid, maar ge brengt weinig binnen; gij eet, maar ge wordt niet verzadigd; gij drinkt, maar ge wordt er niet vrolijk van; gij kleedt u, maar ge wordt er niet warm van; de loonarbeider krijgt zijn loon, maar in een buidel met een gat. Zo spreekt de Heer van de hemelse machten: Gij moet nadenken over de weg waarop gij u bevindt. Gaat het bergland in, haalt daar hout en herbouwt het huis; dan zal Ik daarin mijn welbehagen hebben en mijn heerlijkheid tonen, zegt de Heer.

Tussenzang: Ps. 149, 1-2. 3-4. 5-6a. 9b.

Antifoon: Onze Heer die zijn volk bemint
omkranst de verdrukte met zegekransen.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zijn lof weerklinke te midden der zijnen.
Israël juiche zijn Schepper toe,
laat Sions zonen hun Koning begroeten.

Looft zijn Naam in een heilige dans,
bespeelt voor Hem harp en citer.
Want onze Heer, die zijn volk bemint,
omkranst de verdrukte met zegekransen.

Jubelt dus, heiligen, om uw triomf,
viert feest in uw legerplaatsen;
gaat met het lied van God in uw mond,
een taak die zijn vromen tot eer strekt.

Alleluia: Joh. 17, 17b. a.
Alleluia. Uw woord is waarheid, Heer, wijd ons U toe in de waarheid. Alleluia.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas, 9, 7-9.
In die tijd hoorde de viervorst Herodes alles wat Jezus deed en hij wist niet wat hij ervan denken moest. Sommigen immers zeiden: Johannes is verrezen uit de doden; anderen: Elia is verschenen; en weer anderen: Een van de oude profeten is opgestaan. Maar Herodes zei: Johannes heb ik onthoofd. Wie kan dat zijn over wie ik dergelijke verhalen hoor? Hij wilde Jezus daarom te zien krijgen.

Menu sluiten