22 november ✝ Maandag in de vierendertigste week door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

H. Cecilia

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1609

Psalmen

899

Lauden

Hymne

1613

Psalmen

902

KS

1614

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

906

KS

909

Vespers

Hymne

1618

Psalmen

910

KS

1621

Completen

Hymne

682

Psalmen

1204

H. Cecilia

maagd en martelares

gedachtenis

De wereldwijde verbreiding van de verering van de heilige Cecilia, van wie de naam verbonden is aan een Romeinse basiliek van de 5e eeuw, is te danken aan de legende van haar martelaarschap: daarin wordt zij verheerlijkt als een volmaakt voorbeeld van een christelijke vrouw die uit liefde tot Christus maagd bleef en als martelares gestorven is.

eerste lezing: Dan. 1, 1-6.8-20

Niemand bleek zich te kunnen meten
met Daniël, Chananja, Misaël en Azarja.

Begin van de Profeet Daniël.
In het derde jaar van de regering van Jojakim,
de koning van Juda,
trok Nebukadnessar, de koning van Babel, naar Jeruzalem
en sloeg het beleg om de stad.
De Heer leverde Jojakim, de koning van Juda,
aan de koning van Babel uit,
en ook een deel van het tempelvaatwerk,
dat Nebukadnessar plaatste
in de schatkamer van de tempel van zijn god.
Aan Aspenaz, zijn hofmaarschalk,
gaf de koning bevel
uit de Israëlieten enkele jongemannen te kiezen,
die van koninklijken bloede waren of van voorname afkomst,
zonder enig lichaamsgebrek, welgevormd, veelzijdig ontwikkeld,
met uitgebreide kennis en een scherp verstand,
geschikt om dienst te doen in het paleis van de koning.
Hij moest hen de taal en het schrift van de Chaldeeën leren.
De koning bepaalde
dat hun dagelijks menu moest bestaan
uit de gerechten van de koninklijke tafel
en de wijn, die hij zelf dronk.
De opleiding zou drie jaar duren;
daarna zouden zij bij de koning in dienst treden.
Tot deze jongemannen
behoorden ook Daniël, Chananja, Misaël en Azarja,
allen uit Juda.
Daniël echter nam zich voor,
zich niet te verontreinigen
aan de gerechten van de koninklijke tafel
en aan de wijn, die de koning schonk.
Daarom vroeg hij de hofmaarschalk om voedsel
waaraan hij zich niet verontreinigen zou.
En God stemde de hofmaarschalk welwillend
en goedgunstig jegens Daniël.
De hofmaarschalk zei tot Daniël:
“Ik vrees dat mijn heer, de koning,
die uw spijs en drank bepaald heeft,
zal vinden dat u er niet zo goed uitziet
als de andere jongemannen van uw leeftijd
en dan krijg ik door uw schuld
moeilijkheden met de koning.”
Daarop wendde Daniël zich tot de kamerdienaar
aan wiens zorgen de hofmaarschalk
Daniël, Chananja, Misaël en Azarja had toevertrouwd,
met het verzoek:
“Probeer het eens met uw dienaren
en geef ons tien dagen lang
alleen groenten te eten en water te drinken;
vergelijk daarna ons uiterlijk met dat van de jongemannen,
die de gerechten van de koninklijke tafel eten
en handel dan met uw dienaren naar uw bevindingen.”
De kamerdienaar stemde met het voorstel in
en gedurende tien dagen
gaf hij hun bij wijze van proef de gevraagde kost.
Toen de tien dagen voorbij waren,
zagen zij er gezonder en welvarender uit
dan al de andere jongemannen,
die de gerechten van de koninklijke tafel hadden gegeten.
Voortaan nam de kamerdienaar de spijzen en de wijn,
die voor hen bestemd waren weg en gaf hun groenten.
Aan deze vier jongemannen schonk God wetenschap,
kennis van heel de literatuur en wijsheid;
aan Daniël gaf hij inzicht in visioenen en dromen.
Toen de tijd verstreken was,
die koning Nebukadnessar had vastgesteld
en ze voor hem moesten verschijnen,
stelde de hofmaarschalk hen aan de koning voor.
Tijdens het onderhoud dat de koning met hen had,
bleek niemand zich te kunnen meten
met Daniël, Chananja, Misaël en Azarja.
Zo traden zij in dienst van de koning.
En telkens als de koning hen raadpleegde,
kon hij vaststellen dat hun wijsheid en inzicht
tienmaal groter was
dan die van welke wichelaar of bezweerder ook
in heel zijn rijk.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

tussenzang: Dan. 3, 52, 53, 54, 55, 56

Refrein:
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij, Heer, God onzer vaderen,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen uw heilige roemrijke Naam,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij in het huis van uw glorie,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij op de troon van uw koninkrijk,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij, die de diepten doorschouwt,
tronend op kerubs, in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij in de koepel des hemels,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

vers voor het evangelie: Mt. 24, 42a.44

Alleluia.
Weest waakzaam,
want de Mensenzoon komt op het uur
waarop gij het niet verwacht.
Alleluia.

evangelie: Lc. 21, 1-4

Een behoeftige weduwe wierp twee penningen in de offerkist.

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
Lof zij U, Christus.

In die tijd gebeurde het dat Jezus opkeek
en zag hoe de rijken hun gaven in de offerkist wierpen,
maar Hij zag ook een behoeftige weduwe,
die er twee penningen inwierp.
En Hij sprak:
“Waarlijk, Ik zeg u:
die arme weduwe heeft er het meeste van allen ingeworpen.
Die mensen hebben allen
iets van hun overvloed bij de gaven voor God geworpen,
maar zij offerde van haar armoe alles waar ze van leven moest.”
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Menu sluiten