22 juni ✝ Woensdag in de twaalfde week door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

H. Johannes Fisher en Thomas More

Evangelielezing

Lezing

Hymne

708

Psalmen

1143

Lauden

Hymne

709

Psalmen

1146

KS

1149

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1150

KS

1153

Vespers

Hymne

1326

Psalmen

1623

KS

1322

Completen

Hymne

682

Psalmen

1201

H. Johannes Fisher en Thomas More

gedachtenis*

John Fisher werd in 1469 geboren. Na zijn theologische studies te Cambridge werd hij priester gewijd. Als bisschop van Rochester leidde hij een verstorven leven en toonde zich een goede herder die zijn kudde dikwijls bezocht. Hij schreef verschillende werken tegen de dwalingen van zijn tijd.
Thomas More werd in 1477 geboren en deed zijn studies te Oxford. Uit zijn huwelijk werden drie dochters en een zoon geboren. Hij bekleedde de post van kanselier aan het koninklijk hof. Bekend zijn zijn geschriften die betrekking hebben op het staatsbestuur en op de verdediging van het katholieke geloof. Omdat zij zich tegen Hendrik VIII verzet hadden inzake de ontbinding van zijn huwelijk, werden beiden op last van de koning onthoofd: John Fisher op 22 juni 1535, Thomas More op 6 juli daaropvolgend. Tijdens zijn verblijf in de gevangenis werd John Fisher door paus Paulus III tot kardinaal verheven.

Openingstekst

Ps. 28 (27), 8-9

De Heer is de kracht van zijn volk,
Hij waakt over het heil van zijn Gezalfde.
Heer, red uw volk en zegen uw erfdeel;
wees voor altijd een leider en gids.

Eerste lezing

II Kon. 22, 8-13 ; 23, 1-3
De koning las het volk alles voor wat er geschreven stond in het boek van het verbond, en hij sloot het verbond voor het aanschijn van de Heer.

Uit het tweede Boek der Koningen

In die dagen zei de hogepriester Chilkia tot de schrijver Safan:
„Ik heb in de tempel van de Heer het boek van de wet gevonden.”
Chilkia gaf het boek aan Safan en deze las het.
Daarop begaf de schrijver Safan zich naar de koning ;
hij bracht hem verslag uit en zei:
„Uw dienaren hebben het geld dat zich in de tempel bevond
te voorschijn gehaald en het overhandigd aan de werklieden
die het toezicht hebben over het werk in de tempel van de Heer.”
Verder deelde schrijver Safan de koning mee,
dat de priester Chilkia hem een boek had gegeven.
En Safan las het de koning voor.
Zodra de koning hoorde wat het boek van de wet zei,
scheurde hij zijn kleren doormidden,
en hij gaf de volgende opdracht aan de priester Chilkia,
aan Achikam, de zoon van Safan, aan Akbor, de zoon van Mikaja,
aan de schrijver Safan en aan zijn hoveling Asaja
„Gij gaat de Heer raadplegen,
voor mij en voor het volk, voor heel Juda,
met betrekking tot wat er te lezen staat in het boek
dat wij gevonden hebben.
„De Heer moet tegen ons wel in hevige toorn zijn ontbrand,
aangezien onze vaderen niet geluisterd hebben
naar de woorden van dit boek
en niet hebben gehandeld naar alles wat daarin geschreven staat.”
De koning ontbood toen al de oudsten van Juda en Jeruzalem
en zij kwamen bij hem samen.
Hij ging naar de tempel van de Heer, vergezeld van alle mannen van Juda,
alle bewoners van Jeruzalem, de priesters, de profeten
en geheel het volk, van klein tot groot.
Hij las hun alles voor wat er geschreven stond
in het boek van het verbond,
dat in de tempel van de Heer gevonden was.
De koning ging op de verhoging staan
en hij sloot het verbond voor het aanschijn van de Heer:
zij zouden de Heer volgen
en met heel hun hart en heel hun ziel
zijn geboden, verordeningen en voorschriften onderhouden,
om daardoor de bepalingen van het verbond,
die in het boek geschreven stonden, te doen herleven.
Het gehele volk beaamde dit verbond.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 119 (118), 33-34, 35-36, 37, 40

R: Toon mij de weg, Heer, die Gij beschikt hebt.

Toon mij de weg, Heer, die Gij beschikt hebt,
dan wijk ik daar nooit van af.

Geef mij begrip om uw wet na te leven,
om hem te volgen met heel mijn hart.

Leid mij langs de paden van uw geboden,
daar vind ik mijn vreugde in.

Mijn hart zij gericht op wat Gij verordent
en niet op ijdel gewin.

Weerhoud mijn oog van nietswaardige zaken,
maar laat mij leven volgens uw weg.

Zie, ik verlang uw bevelen te volgen
laat mij dan leven, rechtvaardige God.

Vers voor het Evangelie

Ps. 145 (144), 13cd

Alleluia.
Waarachtig is God in al zijn woorden
en heilig in al wat Hij doet.
Alleluia.

Evangelie

Mt. 7, 15-20
Aan hun vruchten zult ge ze kennen !

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
„Wacht u voor de valse profeten,
mensen die tot u komen in schaapskleren
maar van binnen roofzuchtige wolven zijn.
„Aan hun vruchten zult ge ze kennen.
„Plukt men soms druiven van dorens
of vijgen van distels ?
„Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort,
maar de zieke boom brengt slechte vruchten voort.
„Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen
noch een zieke boom goede vruchten.
„Iedere boom die geen goede vruchten voortbrengt
wordt omgehakt en in het vuur geworpen.
„Aan hun vruchten dus zult ge ze kennen.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Ps.145 (144),15

Heer, de ogen van allen zien hoopvol naar U.
Aan ieder geeft Gij voedsel op zijn tijd.

Menu sluiten