20 juni ✝ Maandag in de twaalfde week door het jaar

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

700

Psalmen

1115

Lauden

Hymne

701

Psalmen

1118

KS

1121

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1122

KS

1124

Vespers

Hymne

703

Psalmen

1125

KS

1128

Completen

Hymne

682

Psalmen

1204

Openingstekst

Ps. 28 (27), 8-9

De Heer is de kracht van zijn volk,
Hij waakt over het heil van zijn Gezalfde.
Heer, red uw volk en zegen uw erfdeel;
wees voor altijd een leider en gids.

Eerste lezing

II Kon. 17, 5-8. 13-15a.18
De Heer duldde Israël niet langer onder zijn ogen ;
alleen de stam Juda bleef over.

Uit het tweede Boek der Koningen

In die dagen
ondernam Salmanassar, de koning van Assur
een veldtocht tegen het land ;
hij rukte op naar Samaria
en belegerde de stad, drie jaar lang.
In het negende regeringsjaar van Hosea
nam de koning van Assur Samaria in ;
hij deporteerde de Israëlieten naar Assur
en wees hun een woonplaats aan in Chalach,
aan de Chabor, een rivier in Gozan
en in enige steden van Medië.

Dit alles is gebeurd,
omdat de Israëlieten gezondigd hadden tegen de Heer hun God,
die hen had weggeleid uit Egypte,
uit de macht van Farao, de koning van Egypte,
en omdat zij andere goden vereerd hadden.
De Israëlieten waren gaan leven naar de zeden
van de volken die de Heer voor hen verdreven had.
Het waren de koningen van Israël die dit gedaan hadden.
De Heer had Israël en Juda
bij monde van zijn profeten en zieners gewaarschuwd en gezegd:
„Keert u af van uw slechte wegen
en onderhoudt mijn geboden, mijn voorschriften,
overeenkomstig de wet die Ik uw vaderen gegeven heb
en waarmee Ik mijn dienaren de profeten tot u hel gezonden.”
Maar zij wilden niet luisteren
en waren even halsstarrig als hun vaderen
die ook niet in de Heer hun God geloofden.
Zij trokken zich niets aan van zijn voorschriften,
van het verbond dat Hij gesloten had met hun vaderen
en van de verordeningen die Hij had uitgevaardigd.
Daarom was de Heer hevig vertoornd geworden op Israël ;
Hij duldde het niet langer onder zijn ogen en vaagde het weg.
Er bleef niets over, alleen de stam Juda.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 60 (59), 3, 4-5, 12-13

R: Reik ons uw hand, Heer, hoor ons gebed.

Gij hebt ons neergeslagen, God,
ons front doorbroken.

Gij zijt vertoornd : keer tot ons weer.
De aarde beeft, haar rotsen splijten
herstel haar scheuren vóór zij breekt.

Gij hebt uw volk een harde les gegeven,
een beker wijn, die ons doet duizelen.

Wie anders, God, dan Gij die ons verstoten hebt,
die onze legers niet meer vergezelt ?

Wees onze bondgenoot tegen de vijand,
want mensenhulp betekent niets.

Vers voor het Evangelie

Ps. 119 (118), 135

Alleluia.
Laat voor uw dienaar uw Aangezicht stralen, Heer,
laat mij uw beschikkingen zien.
Alleluia.

Evangelie

Mt. 7,1-5
Haal eerst de balk uit uw eigen oog !

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
„Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.
„Want met het oordeel dat gij velt zult gij geoordeeld worden,
en de maat die gij gebruikt zal men ook voor u gebruiken.
„Waarom kijkt gij naar de splinter in het oog van uw broeder
en merkt gij de balk niet op in uw eigen oog ?
„Of hoe kunt ge tot uw broeder zeggen
laat mij de splinter uit uw oog halen, en zie,
in uw eigen oog zit de balk nog !
„Huichelaar, haal eerst die balk uit uw eigen oog,
en dan zult ge scherp genoeg zien
om de splinter te kunnen verwijderen
uit het oog van uw broeder.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Ps.145 (144),15

Heer, de ogen van allen zien hoopvol naar U.
Aan ieder geeft Gij voedsel op zijn tijd.

Menu sluiten