2 maart ✝ Zaterdag in de tweede week van de veertigdagentijd

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

742

Psalmen

977

Lauden

Hymne

742

Psalmen

983

KS

238

Middaggebed

Hymne

762

Psalmen

987

KS

221

Vespers

Hymne

740

Psalmen

992

KS

239

Completen

Hymne

682

Psalmen

1201

 

Openingstekst

Ps. 145 (144), 8-9

De Heer is vol liefde en medelijden,
lankmoedig en zeer goedgunstig.
Goed is de Heer voor alle mensen,
barmhartig voor al wat Hij maakte.

Eerste lezing

Mich. 7, 14-15.18-20
God zal al onze zonden naar de bodem van de zee verwijzen.

Uit de Profeet Micha

Neem uw herdersstaf en weid uw volk, Heer,
de schapen die uw erfdeel zijn;
tussen de bomen, midden in het woud,
zijn zij zo vereenzaamd.
Laat ze weiden in Bazan en Gilead,
zoals in vroegere dagen.

Ik laat wonderen zien,
zoals in de dagen dat gij uit Egypte wegtrok.

Welke God is als Gij, die de schuld vergeeft,
die voorbijgaat aan de zonde,
door de rest van zijn erfdeel bedreven;
die zijn toorn niet altijd laat duren,
maar zijn vreugde vindt in goedheid?

Hij zal zich opnieuw over ons ontfermen,
Hij zal onze schuld
onder zijn voeten verpletteren.
Al hun zonden zal Hij
naar de bodem van de zee verwijzen.

Aan Jakob zult Gij uw trouw,
aan Abraham uw goedheid tonen,
zoals Gij het onze vaderen hebt gezworen,
in de dagen van weleer.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 103 (102), 1-3, 3-4, 9-10, 11-12

R:    De Heer is barmhartig en welgezind.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen!
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
vergeet zijn weldaden niet!

Hij is het die u uw schulden vergeeft,
die u geneest van uw kwalen.
Hij is het die u van de ondergang redt,
die u omringt met zijn gunst en erbarmen.

Hij blijft niet voortdurend verwijten maken,
Hij is niet voor eeuwig vertoornd.
Hij handelt met ons niet zoals wij verdienen,
vergeldt ons niet onze schuld.

Zo wijd als de hemel de aarde omspant,
zo alomvattend is zijn erbarmen.
Zo ver als de afstand van oost tot west,
zo ver verdrijft Hij van ons de zonde.

Vers voor het Evangelie

Lc. 15, 18

Ik ga weer naar mijn vader en ik zal hem zeggen
Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u.

Evangelie

Lc. 15, 1-3.11-32
Uw broer was dood en is levend geworden.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd kwamen telkens weer
tollenaars en zondaars van allerlei slag bij Jezus
om naar Hem te luisteren.
De Farizeeën en de schriftgeleerden morden daarover en zeiden:
„Die man ontvangt zondaars en eet met hen.”
Hij hield hun deze gelijkenis voor:
„Een man had twee zonen.
Nu zei de jongste van hen tot zijn vader:
Vader geef mij het deel van het bezit waarop ik recht heb.
En hij verdeelde zijn vermogen onder hen.
Niet lang daarna pakte de jongste zoon alles bij elkaar
en vertrok naar een ver land.
Daar verkwistte hij zijn bezit in een losbandig leven.
Toen hij alles opgemaakt had
kwam er een verschrikkelijke hongersnood over dat land
en hij begon gebrek te lijden.
Nu ging hij in dienst bij een der inwoners van dat land
die hem het veld in stuurde om varkens te hoeden.
En al had hij graag zijn buik willen vullen
met de schillen die de varkens aten,
niemand gaf ze hem.
Toen kwam hij tot nadenken en zei:
Hoeveel dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed,
en ik verga hier van de honger.
Ik ga weer naar mijn vader en ik zal hem zeggen:
Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u;
ik ben niet meer waard uw zoon te heten
maar neem mij aan als een van uw dagloners.
Hij ging dus op weg naar zijn vader.
Zijn vader zag hem al in de verte aankomen
en hij werd door medelijden bewogen;
hij snelde op hem toe
viel hem om de hals en kuste hem hartelijk.
Maar de zoon zei tot hem:
Vader, ik heb misdaan tegen de hemel en tegen u;
ik ben niet meer waard uw zoon te heten.
Doch de vader gelastte zijn knechten:
Haalt vlug het mooiste kleed en trekt het hem aan,
steekt hem een ring aan zijn vinger en trekt hem sandalen aan.
Haalt het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren,
want deze zoon van mij was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden.
Ze begonnen dus feest te vieren.
Intussen was zijn oudste zoon op het land.
Toen hij echter terugkeerde en het huis naderde
hoorde hij muziek en dans.
Hij riep een van de knechten
en vroeg wat dat te betekenen had.
Deze antwoordde:
Uw broer is thuisgekomen
en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten
omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.
Maar hij werd kwaad en wilde niet naar binnen.
Toen zijn vader naar buiten kwam en bij hem aandrong
gaf hij zijn vader ten antwoord:
Al zoveel jaren dien ik u en nooit heb ik uw geboden overtreden,
toch hebt gij mij nooit een bokje gegeven
om eens met mijn vrienden feest te vieren.
En nu die zoon van u is gekomen
die uw vermogen heeft verbrast met slechte vrouwen,
hebt ge voor hem het gemeste kalf laten slachten.
Toen antwoordde de vader:
Jongen, jij bent altijd bij me
en alles wat van mij is is ook van jou.
Maar er moet feest en vrolijkheid zijn,
omdat die broer van je dood was
en levend is geworden,
verloren was
en is teruggevonden.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Lc. 15, 32

Feest moet er zijn en vrolijkheid,
want uw broer was dood en is levend geworden,
hij was verloren en is teruggevonden.

Een reactie achterlaten