2 juni 2024 ✝ Vrijdag in de achtste week door het jaar

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

692

Psalmen

Lauden

Hymne

696

Psalmen

780

KS

783

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

785

KS

786

Vespers

Hymne

698

Psalmen

788

KS

791

Completen

Hymne

682

Psalmen

1203

 

 

Openingstekst

Ps. 25 (24),16 en 18

Zie naar mij om, Heer, en wees mij genadig,
want eenzaam ben ik en hulpeloos.
Zie mijn zwoegen en mijn ellende, mijn God,
vergeef al wat ik heb misdaan.

Openingsriten

In de naam van de Vader
en de Zoon
en de heilige Geest.
allen: Amen.

De genade van de Heer Jezus Christus,
de liefde van God
en de gemeenschap van de heilige Geest
zij met u allen.
allen: De Heer zal u bewaren.  ofwel: En met uw geest.

ofwel:
De Heer zal bij u zijn.
De bisschop zegt: Vrede zij u.
ofwel:
De Heer zij met u.
allen: De Heer zal u bewaren.

ofwel:
Genade zij u
en vrede van God onze Vader
en van de Heer Jezus Christus.
allen: De Heer zal u bewaren. ofwel: En met uw geest.

ofwel:
allen: Gezegend zij God,
de Vader van onze Heer Jezus Christus.

Broeders en zusters,
belijden wij onze zonden, bekeren wij ons tot God
om de heilige eucharistie goed te kunnen vieren.

Na een korte stilte belijden allen:
Ik belijd voor de almachtige God,
en voor u allen,
dat ik gezondigd heb in woord en gedachte, in doen en laten,
door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld.
Daarom smeek ik de heilige Maria, altijd maagd,
alle engelen en heiligen,
en u, broeders en zusters,
voor mij te bidden tot de Heer, onze God.

Moge de almachtige God zich over ons ontfermen,
onze zonden vergeven
en ons geleiden tot het eeuwig leven.
allen: Amen.

Heer, ontferm U over ons.
allen: Heer, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.
allen: Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.
allen: Heer, ontferm U over ons.

Lofzang

Eer aan God in den hoge,
en vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft.
Wij loven U.
Wij prijzen en aanbidden U.
Wij verheerlijken U en zeggen U dank
voor uw grote heerlijkheid.
Heer God, hemelse koning, God, almachtige Vader;
Heer, eniggeboren Zoon, Jezus Christus;
Heer God, Lam Gods, Zoon van de Vader;
Gij, die wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U over ons;
Gij, die wegneemt de zonden der wereld,
aanvaard ons gebed;
Gij, die zit aan de rechterhand van de Vader,
ontferm U over ons.
Want Gij alleen zijt de Heilige.
Gij alleen de Heer.
Gij alleen de Allerhoogste: Jezus Christus,
met de heilige Geest
in de heerlijkheid van God de Vader. Amen.

Openingsgebed

Laat ons bidden.

God, Schepper en Verlosser,
Gij hebt ons weggeleid uit de slavernij van de zonde.
Rust en arbeid hebt Gij geheiligd
tot teken van uw zorg voor ieder van ons.
Laat niet toe dat wij hard zijn en onmenselijk,
en de wetten belangrijker achten dan de mens.
Geef ons de moed en de nederigheid
om menselijke inzichten telkens weer in vraag te stellen
en op te komen voor wat Gij van ons vraagt.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,
die met U leeft en heerst
in de eenheid van de heilige Geest,
God, door de eeuwen der eeuwen.
allen: Amen.

Eerste lezing

Deut. 5, 12-15
Bedenk dat gij slaaf zijt geweest in Egypte.

Uit het boek Deuteronomium

Dit zegt de Heer:
„Onderhoud de sabbat: die moet heilig voor u zijn
zoals de Heer uw God u heeft geboden.
„Zes dagen kunt ge werken en al uw arbeid verrichten
maar de zevende dag is een sabbat voor de Heer uw God.
„Dan moogt ge geen enkele arbeid verrichten,
gijzelf niet, uw zoon niet, uw dochter niet,
uw slaaf niet, uw slavin niet,
uw rund niet, uw ezel niet, uw overige vee niet
en ook niet de vreemdeling binnen uw poorten.
„Dan kunnen uw slaaf en uw slavin uitrusten evenals gijzelf.
„Bedenk dat gij slaaf zijt geweest in Egypte
en dat de Heer uw God u met sterke hand
en opgestoken arm uit dat land heeft geleid.
„Daarom heeft Hij u geboden de sabbat te onderhouden.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 81 (80), 3-4, 5-6ab, 6c-8a, 10-11 ab

R: Huldigt de Heer, onze sterkte.

Laat horen uw liederen, slaat de cimbalen,
speelt op uw citer en lier.

Laat schallen de hoorn op nieuwe maan;
op volle maan, onze feestdag.

Zoals het voor Israël vastgesteld is,
bevolen door Jakobs God.

Zoals Hij het volk van Jozef gebood
toen Hij ten strijde trok tegen Egypte.

Nu hoor ik een stem, die ik nooit heb gehoord:
Ik heb u de last van uw schouders genomen.

Uw handen lieten de draagkorven staan;
gij hebt Mij geroepen, Ik heb u bevrijd.

Hoor dan, mijn volk, als Ik u waarschuw,
Israël, luister naar Mij!

Nooit mag er een vreemde God zijn bij u,
aanbid geen goden uit andere landen.

Tweede lezing

2 Kor. 4, 6-11
Het leven van Jezus wordt in uw lichamen geopenbaard.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,

Dezelfde God die gezegd heeft:
„Licht moet schijnen uit het duister”
is als een licht in onze harten opgegaan,
om de kennis te doen stralen van zijn heerlijkheid
die ligt over het gelaat van Christus.
Maar wij dragen deze schat in aarden potten; duidelijk blijkt
dat die overgrote kracht van God komt en niet van ons.
Wij worden aan alle kanten bestookt
maar raken toch niet klem;
wij zien geen uitweg meer maar zijn nooit ten einde raad;
wij worden opgejaagd
maar niet in de steek gelaten;
wij worden neergeveld
maar gaan er niet aan dood.
Altijd dragen wij het sterven van Jezus in ons lichaam mee,
want ook het leven van Jezus
moet in ons lichaam openbaar worden.
Voortdurend wordt ons leven aan de dood uitgeleverd
om Jezus’ wil
opdat ook het leven van Jezus
zich zou openbaren in ons sterfelijk bestaan.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Vers voor het Evangelie

Ef. 1, 17-18

Alleluia.
De Vader van onze Heer Jezus Christus verlichte ons innerlijk oog
opdat wij zien hoe groot de hoop is waartoe Hij ons roept.
Alleluia.

Almachtige God,
zuiver mijn hart en mijn lippen,
sterk mij om uw evangelie in eerbied te verkondigen.

Evangelie

Mc. 2, 23 – 3,6 of 2, 23-28
De Mensenzoon is Heer, ook van de sabbat.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
allen: Lof zij U, Christus.

Eens ging Jezus op sabbat door de korenvelden
en zijn leerlingen begonnen onder het gaan aren te plukken.
De Farizeeën zeiden tot Hem:
„Waarom doen ze op sabbat iets wat niet geoorloofd is?”
Hij gaf hun ten antwoord:
„Hebt gij nooit gelezen wat David deed, toen hij gebrek had
en hij en zijn metgezellen honger kregen?
„Hoe hij onder de hogepriester Abjatar
het huis van God binnenging
en van de toonbroden at, die alleen de priesters mogen eten,
en hoe hij er ook van gaf aan zijn metgezellen?”
En Hij voegde er aan toe:
„De sabbat is gemaakt om de mens
maar niet de mens om de sabbat.
De Mensenzoon is dus Heer ook van de sabbat.”

(1 Op een andere keer ging Hij naar de synagoge
waar een man aanwezig was met een verschrompelde hand.
Zij hielden Hem in het oog
om te zien of Hij hem op sabbat zou genezen,
met de bedoeling Hem daarvan te beschuldigen.
Hij zei nu tot de man met de verschrompelde hand:
„Kom in het midden staan.”
Daarop stelde Hij hun de vraag:
„Is het niet eerder geoorloofd op sabbat goed te doen dan kwaad,
iemand te redden dan te doden?”
Maar zij zwegen.
Toen liet Hij toornig,
maar tegelijkertijd bedroefd om de verstoktheid van hun hart
zijn blik rondgaan
en zei tot de man:
„Steek uw hand uit.”
Hij stak zijn hand uit en deze was weer gezond.
De Farizeeën gingen naar buiten
en aanstonds smeedden zij met de Herodianen plannen
om Hem uit de weg te ruimen.)

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Een reactie achterlaten