2 augustus ✝ Dinsdag in de achttiende week door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

H. Petrus Julianus Eymard

Evangelielezing

Lezing

Hymne

704

Psalmen

914

Lauden

Hymne

705

Psalmen

918

KS

921

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

922

KS

924

Vespers

Hymne

706

Psalmen

925

KS

928

Completen

Hymne

682

Psalmen

1206

H. Petrus Julianus Eymard

priester

gedachtenis*

Petrus Julianus Eymard werd in 1811 geboren in de plaats La Mure in Frankrijk. Na zijn priesterwijding was hij enkele jaren werkzaam in het pastoraat en trad daarna in bij de Maristen. Hij had een buitengewone verering voor het mysterie van de eucharistie en stichtte congregaties zowel voor mannelijke als vrouwelijke kloosterlingen die zich bijzonder toelegden op de verering van de eucharistie. Om de liefde voor de heilige eucharistie te bevorderen bij de volkeren van elke streek nam hij vele daartoe geëigende initiatieven. Op 1 augustus 1868 stierf hij in zijn geboorteplaats.

Openingstekst

Ps. 70 (69), 2 en 6

God, kom mij redding brengen, Heer, haast U met uw hulp.
Gij zijt mijn helper en bevrijder, God, stel uw komst niet uit.

Eerste lezing

Jer. 30, 1-2.  12-15. 18-22
Om uw talrijke zonden heb Ik u dit alles aangedaan. Ik herstel de tenten van Jakob.

Uit de Profeet Jeremia

Het woord van de Heer kwam tot Jeremia:
„Dit zegt de Heer, Israëls God:
Stel alles wat Ik u gezegd heb op schrift.
„Uw kwaal is ongeneeslijk, uw wonden zijn niet te helen.
„Niemand verzorgt uw zweren,
uw wonden sluiten zich niet.
„Al uw minnaars zijn u vergeten,
ze lopen u niet meer achterna,
omdat Ik als een vijand op u heb ingeslagen
en u meedogenloos heb gestraft
om uw vele misdaden en uw talrijke zonden.
„Wat jammert ge dan om uw wonden
en uw onverdraaglijke pijnen?
„Om uw vele misdaden en uw talrijke zonden
„heb Ik u dit alles aangedaan.
„Ik herstel de tenten van Jakob,
Ik ontferm Mij over zijn huizen.
„De stad wordt herbouwd op zijn puinhoop,
de burcht komt weer op zijn vroegere plaats.
„Een loflied weerklinkt, men hoort hen weer lachen.
„Ik maak hen talrijk; nooit nemen ze in aantal af.
„Ik breng hen tot aanzien, nooit worden ze meer veracht.
„Hun zonen zijn voor Mij weer als vroeger,
hun gemeenschap blijft altijd bestaan.
„Hun onderdrukkers straf Ik.
„Hun vorst is een van hen,
hun heerser komt voort uit hun midden.
„Ik laat hem bij Mij komen, hij mag tot Mij naderen.
„Wie anders zou met gevaar voor zijn leven
tot Mij durven naderen
– zo luidt de godsspraak van de Heer -?
„Gij zult mijn volk en Ik zal uw God zijn.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 102 (101),16-18, 19-21, 29, 22-23

R: De Heer herbouwt de muren van Sion.

De heidenen zullen uw Naam weer duchten,
de vorsten der aarde uw heerlijkheid, Heer;

wanneer Gij de muren van Sion herbouwt,
wanneer Gij daar weerkeert in volle luister;

wanneer Gij de stem der geplunderden hoort,
hun smeekbeden niet naast U neerlegt.

Stel dit dan op schrift voor het komend geslacht
en laat onze zonen de Heer ervoor danken.

De Heer ziet omlaag van zijn heilige hoogte,
Hij ziet uit de hemel op aarde neer.

Hij zal het geschrei der gevangenen horen,
verlossen die aan de dood zijn gewijd.

Het kroost van uw dienaren krijgt weer een woonplaats,
hun nageslacht blijft voor uw aanschijn bestaan.

Dan wordt op de Sion zijn Naam weer verkondigd,
zijn lof in de heilige stad;

als volken en stammen daarheen zullen komen
om hulde te brengen aan God de Heer.

Vers voor het Evangelie

Joh. 8, 12

Alleluia.
Ik ben het licht der wereld, zegt de Heer;
wie Mij volgt zal het levenslicht bezitten.
Alleluia.

Evangelie

Mt. 14, 22-36
Als Gij het zijt, Heer,
zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
allen: Lof zij U, Christus.

Na de broodvermenigvuldiging dwong Jezus zijn leerlingen
in de boot te gaan en alvast naar de overkant te varen,
terwijl Hij het volk naar huis zou zenden.
Toen Hij het volk had weggezonden
ging Hij de berg op om in afzondering te bidden.
De avond viel en Hij was daar alleen.
De boot was reeds vele stadiën uit de kust
en werd geteisterd door de golven,
want zij hadden tegenwind.
In de vierde nachtwake
kwam Hij te voet over het meer naar hen toe.
Maar toen de leerlingen Hem zo over het meer zagen gaan,
raakten zij van streek omdat zij een spook meenden te zien
en zij begonnen van angst te schreeuwen.
Maar Jezus zei onmiddellijk tot hen:
„Weest gerust, Ik ben het. Vreest niet.”
„Heer – antwoordde Petrus – als Gij het zijt,
zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen.”
Waarop Jezus sprak:
„Kom!”
Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.
Maar toen hij merkte hoe hevig de wind was werd hij bang;
hij begon te zinken en schreeuwde:
„Heer, red mij!”
Terstond stak Jezus zijn hand uit
en greep hem vast, terwijl Hij tot hem zei:
„Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?”
Nadat zij in de boot gestapt waren ging de wind liggen.
De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden:
„Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God.”
Toen zij overgestoken waren
bereikten zij de kust bij Gennésaret.
Toen de mannen van die streek Hem herkenden,
verspreidden zij in heel de streek het bericht van zijn komst
en brachten Hem al hun zieken.
Ze smeekten Hem
of ze tenminste de zoom van zijn kleed mochten aanraken.
En allen die dit deden werden gezond.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Wijsh. 16, 20

Heer, brood uit de hemel hebt Gij ons gegeven,
dat alle goeds in zich bevat en voortreffelijk is van smaak!

Een reactie achterlaten

Menu sluiten