19 februari ✝ Maandag in de eerste week van de veertigdagentijd

Lezingen
Heilige van de dag

H. Bonifatius van Brussel

Evangelielezing

Lezing

Hymne

742

Psalmen

792

Lauden

Hymne

742

Psalmen

794

KS

205

Middaggebed

Hymne

762

Psalmen

798

KS

206

Vespers

Hymne

740

Psalmen

802

KS

207

Completen

Hymne

682

Psalmen

1204

H. Bonifatius van Brussel

bisschop

gedachtenis*

Bonifatius, geboren te Brussel in 1181 of 1182, was achtereenvolgens student te Parijs, deken van het kapittel van Brussel, onderwees de theologie te Parijs en te Keulen, werd in 1231 bisschop van Lausanne maar trok zich acht jaren later terug in de Ter Kamerenabdij waar hij stierf op 19 februari 1260.

 

Openingstekst

Ps. 123 (122), 2-3

Zoals de ogen van de dienaar
gericht zijn op de hand van zijn meester,
zo zijn onze ogen gericht op de Heer onze God,
tot Hij zich om ons bekommert.
Ontferm U toch, Heer, heb medelijden met ons.

Eerste lezing

Lev. 19, 1-2.11-18
Spreek rechtvaardig recht over uw volksgenoten.

Uit het Boek Leviticus

De Heer sprak tot Mozes:
„Zeg tot heel de gemeenschap van de Israëlieten:
Wees heilig, want Ik, de Heer uw God, ben heilig.
Gij moogt elkaar niet bestelen, niet beliegen en niet bedriegen.
Ge moogt mijn naam niet gebruiken voor meineed,
want dan ontwijdt ge de naam van uw God.
Ik ben de Heer.
Gij moogt uw naaste niet uitbuiten en hem in niets te kort doen.
Wat een dagloner verdient
moogt ge niet vasthouden tot de volgende morgen.
Gij moogt een dove niet vervloeken
en een blinde niets in de weg leggen,
waarover hij struikelen kan.
Ge moet ontzag hebben voor uw God.
Ik ben de Heer.
Wees niet partijdig bij het rechtspreken
begunstig de arme niet en zie de rijke niet naar de ogen.
Spreek rechtvaardig recht over uw volksgenoten.
Strooi geen lasterpraat rond over elkaar
en sta uw naaste niet naar het leven.
Ik ben de Heer.
Wees niet haatdragend tegen uw broeder.
Wijs elkaar terecht
dan maakt ge u niet schuldig aan de zonde van een ander.
Neem geen wraak op een volksgenoot
en koester geen wrok tegen hem.
Bemin uw naaste als uzelf.
Ik ben de Heer.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 19 (18), 8,9, 10, 15

R:    Uw woorden, Heer, zijn geest en leven (Joh. 6, 64b).

De wet van de Heer is volkomen,
zij sterkt de onzekere geest.

Zijn voorschriften zijn betrouwbaar,
onwetenden maken zij wijs.

Rechtmatig zijn al zijn bevelen,
bevredigend voor het gemoed.

Laat al mijn spreken en denken
voor U aanvaardbaar zijn, Heer,
voor U, mijn rots en verlosser.

Vers voor het Evangelie

2 Kor. 6, 2b

Nu is het de gunstige tijd,
vandaag is het de dag van het heil.

Evangelie

Mt. 25, 31-46
Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders
hebt gij voor Mij gedaan.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
„Wanneer de Mensenzoon komt in zijn heerlijkheid
en vergezeld van alle engelen,
dan zal Hij plaats nemen op zijn troon van glorie.
Alle volken zullen vóór Hem bijeengebracht worden
en Hij zal ze in twee groepen scheiden,
zoals de herder een scheiding maakt tussen schapen en bokken.
De schapen zal Hij plaatsen aan zijn rechterhand
maar de bokken aan zijn linker.
Dan zal de Koning tot die aan zijn rechterhand zeggen:
Komt, gezegenden van mijn Vader,
en ontvangt het Rijk
dat voor u gereed is vanaf de grondvesting der wereld.
Want Ik had honger, en gij hebt Mij te eten gegeven,
Ik had dorst, en gij hebt Mij te drinken gegeven,
Ik was vreemdeling, en gij hebt Mij opgenomen,
Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed,
Ik was ziek, en gij hebt Mij bezocht,
Ik was in de gevangenis, en gij hebt Mij bezocht.
Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden en zeggen:
Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien
en U te eten gegeven,
of dorstig en U te drinken gegeven?
En wanneer zagen wij U als vreemdeling
en hebben U opgenomen,
of naakt en hebben U gekleed?
En wanneer zagen we U ziek of in de gevangenis
en zijn U komen bezoeken?
De Koning zal hun ten antwoord geven:
Voorwaar, Ik zeg u:
al wat gij gedaan hebt
voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan.
En tot die aan zijn linkerhand zal Hij dan zeggen:
Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwig vuur
dat bereid is voor de duivel en zijn trawanten.
Want Ik had honger, en gij hebt Mij niet te eten gegeven,
Ik had dorst, en gij hebt Mij niet te drinken gegeven;
Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij niet opgenomen,
naakt, en hebt Mij niet gekleed;
Ik was ziek en in de gevangenis
en gij zijt Mij niet komen bezoeken.
Dan zullen ook zij antwoorden en zeggen:
Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig
of als vreemdeling, of naakt of ziek,
of in de gevangenis,
en hebben wij niet voor U gezorgd?
Daarop zal Hij hun antwoorden:
Voorwaar, Ik zeg u:
Al wat gij niet voor een van deze geringsten hebt gedaan
hebt gij ook voor Mij niet gedaan.
En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf,
maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Mt. 25, 40 en 34

Dit zegt de Heer: Voorwaar Ik zeg u: al wat gij gedaan hebt
voor een der geringsten van mijn broeders,
hebt gij voor Mij gedaan.
Komt, gezegenden van mijn Vader, en ontvangt het Rijk
dat voor u gereed is vanaf de grondvesting der wereld.

Een reactie achterlaten