16 december ✝ Donderdag in de derde week van de advent

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

727

Psalmen

1055

Lauden

Hymne

729

Psalmen

1058

KS

50

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1062

KS

17

Vespers

Hymne

725

Psalmen

1066

KS

51

Completen

Hymne

682

Psalmen

1209

Openingstekst

naar Ps.119 (118),151-152

Gij zijt nabij, Heer, en al uw wegen zijn betrouwbaar;
reeds lang weet ik door uw getuigenis: Gij zijt in eeuwigheid.

Eerste lezing

Jes. 54, 1-10
Een verlaten en onvruchtbare vrouw heeft de Heer geroepen.

Uit de Profeet Jesaja

Zo spreekt de Heer:
“Juich nu, onvruchtbare vrouw, gij die niet hebt gebaard!
Breek in kreten van vreugde uit, gij die geen weeën gekend hebt!
Want de verlaten vrouw heeft vele zonen,
méér zonen dan zij die een man heeft.
Maak de plaats voor uw tent nu ruimer,
span wijder het doek van uw woning en wees niet karig,
neem langer de lijnen, sla vaster de pinnen,
want naar rechts en naar links breidt gij u uit.
Uw nageslacht lijft andere volken in,
verlaten steden gaan zij bewonen.
Vrees niet, gij zult niet beschaamd staan,
wees niet beschroomd, gij wordt niet te schande:
gij zult de smaad van uw jeugd vergeten
en aan de blaam van uw weduwschap
niet meer herinnerd worden.
Hij die u schiep…
Hij is uw Bruidegom, Hij is uw Schepper;
Zijn naam is: Heer der hemelse machten;
Hij wordt genoemd: Uw Verlosser,
Israëls Heilige, God van geheel de aarde!
Een verlaten, zielsbedroefde vrouw zijt gij,
maar de Heer roept u weer bij uw naam,
want – zo zegt uw God –
kan iemand de geliefde van zijn jeugd wel verstoten?
In een plotselinge opwelling heb Ik u in de steek gelaten
maar met grote barmhartigheid zoek Ik u weer op.
In een vlaag van toorn heb Ik een ogenblik mijn aangezicht
van u afgewend.
Maar – zo spreekt de Heer, uw Verlosser –
met een eeuwige liefde ontferm Ik Mij weer over u;
zoals Ik ten tijde van Noach gezworen heb
dat de wateren de aarde nooit meer zouden bedekken,
zo zweer Ik nu nooit meer vertoornd op u te zijn
en u nooit meer te bedreigen.
Want de bergen mogen wankelen, de heuvels schudden,
maar mijn trouw jegens u zal niet wankelen,
en mijn Verbond van liefde niet breken,
– zegt de Heer die u barmhartig is.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 30 (29), 2, 4, 5-6, 11-12a, 13b

R:    U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd.

U zal ik loven, Heer, want Gij hebt mij bevrijd,
Gij hebt mijn vijanden niet laten zegevieren.
Heer, uit het dodenrijk hebt Gij mijn ziel verlost,
Gij hebt mij losgemaakt van die ten grave dalen.

Bezingt de Heer dan met mij, al zijn vromen,
en dankt zijn Naam die hoogverheven is.
Zijn toorn duurt kort, maar zijn genade levenslang,
de avond brengt geween, de ochtend blijdschap.

Heer, luister en ontferm U over mij,
mijn God, sta mij terzijde met uw hulp.
Gij hebt mijn rouwklacht in een vreugdedans veranderd;
U zal ik loven, Heer mijn God, in eeuwigheid.

Vers voor het Evangelie

Ps. 85, 8 (84, 8)

Alleluia.
Laat ons uw barmhartigheid zien,
geef ons uw heil, o Heer.
Alleluia.

Evangelie

Lc. 7, 24-30

Johannes is de bode die de weg moet bereiden voor de komst van de Heer.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
allen: Lof zij U, Christus.

Toen de afgezanten van Johannes vertrokken waren
begon Jezus tot de menigte te spreken over Johannes:
“Waar zijt gij in de woestijn naar gaan zien?
Naar een riethalm door de wind bewogen?
Waar zijt gij dan wèl naar gaan zien?
Naar iemand in verfijnde kleding?
Die prachtig gekleed gaan en in weelde leven
zijn te vinden in paleizen.
Wat zijt ge dan gaan zien?
Een profeet?
Inderdaad, zeg Ik u, zelfs meer dan een profeet!
Hij is het over wie geschreven staat;
Zie, Ik zend mijn bode voor u uit
die de weg voor uw komst zal bereiden.
Ik zeg u:
Onder wie uit vrouwen geboren zijn
is niemand groter dan Johannes.
Niettemin is de kleinste in het Rijk Gods groter dan hij.
Het was het gewone volk dat naar hem luisterde;
zelfs de tollenaars erkenden Gods beschikking
door zich te laten dopen met het doopsel van Johannes.
Maar de Farizeeën en wetgeleerden hebben, wat hen betreft,
het plan van God verijdeld
door zich niet door hem te laten dopen.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Tit. 2,12-13

Laten wij rechtvaardig en godsdienstig leven in deze tijd
en hoopvol uitzien naar de komst in heerlijkheid van onze grote God.

Menu sluiten