16 oktober ✝ Negenentwintigste zondag door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

H. Margarita Maria Alacoque

Evangelielezing

Lezing

Hymne

692

Psalmen

776

Lauden

Hymne

696

Psalmen

779

KS

783

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

784

KS

786

Vespers

Hymne

698

Psalmen

787

KS

791

Completen

Hymne

682

Psalmen

1203

H. Margarita Maria Alacoque

maagd

Margareta-Maria werd geboren in 1647 in het bisdom Autun (Frankrijk). Als religieuze van het klooster der Visitatie te Paray-le-Monial leidde zij een heilig leven. Van de openbaringen die zij mocht ontvangen zijn vooral die bekend welke betrekking hebben op de verering van het Hart van Jezus. Tot de verbreiding van deze devotie in de kerk heeft zij veel bijgedragen. Zij stierf op 17 oktober 1690.

Openingstekst

Ps. 17 (16), 6 en 8

Heer, ik roep U aan, want bij U vind ik verhoring.
Luister naar mij, hoor wat ik zeg.
Waak over mijn leven, het licht van mijn ogen;
wees mijn toevlucht en mijn beschermer.

Eerste lezing

Ex. 17, 8-13
Zolang Mozes zijn armen opgeheven hield, waren de Israëlieten aan de winnende hand.

Uit het boek Exodus

In die dagen kwam Amalek aanzetten om Israël aan te vallen.
Toen zei Mozes tot Jozua:
„Kies manschappen uit en trek morgen ten strijde tegen Amalek.
„Zelf ga ik met de staf van God in mijn hand
op de top van de heuvel staan.”
Jozua deed wat Mozes hem had opgedragen.
Hij bond de strijd aan met Amalek
terwijl Mozes, Aäron en Chur de top van de heuvel bestegen.
En zolang Mozes zijn armen opgeheven hield
waren de Israëlieten aan de winnende hand.
Maar liet hij zijn armen zakken dan won Amalek.
Tenslotte werden Mozes’ armen moe.
Toen haalden ze een steen voor hem waar hij op ging zitten.
Aäron en Chur ondersteunden zijn armen,
elk aan een kant.
Zo bleven zijn armen omhooggeheven, tot zonsondergang toe.
En Jozua versloeg Amalek en zijn leger met het zwaard.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 121 (120) 1-2, 3-4, 5-6, 7-8

R: Mijn hulp zal komen van God de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Omhoog naar de bergen richt ik mijn ogen:
van waar kan ik hulp verwachten?

Mijn hulp zal komen van God de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Hij zorgt dat uw voet niet struikelt,
Hij slaapt niet, die waakt over u.

Hij sluimert niet en Hij suft niet,
die over Israël waakt.

De Heer is het die u behoedt,
Hij staat als een wacht aan uw zijde.

Bij dag zal de zon u niet deren,
bij nacht doet de maan u geen kwaad.

De Heer bewaart u voor onheil,
uw leven houdt Hij in stand.

De Heer is bezorgd voor uw komen en gaan
op deze dag en altijd.

Tweede lezing

2 Tim. 3, 14 – 4, 2
De man Gods zij voor zijn taak berekend, toegerust voor elk goed werk.

Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan Timóteüs

Dierbare,
Blijf bij de leer die gij gelovig hebt aanvaard.
Bedenk wie het waren die u onderricht hebben
en hoe gij van kindsbeen af
vertrouwd zijt met de heilige geschriften;
daaruit kunt gij de wijsheid putten die u leidt tot het heil,
door het geloof in Christus Jezus.
Elk door God geïnspireerd geschrift dient ook
om te onderrichten in de waarheid en dwalingen te weerleggen;
om de zeden te verbeteren
en de mensen op te voeden tot een rechtschapen leven,
zodat de man Gods voor zijn taak berekend is
en toegerust voor elk goed werk.
Ik bezweer u
voor het aanschijn van God en van Christus Jezus,
die levenden en doden zal oordelen
bij zijn verschijning en bij zijn koningschap:
verkondig het woord,
dring aan, te pas en te onpas,
weerleg, berisp, bemoedig,
in één woord,
geef uw onderricht met groot geduld.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Vers voor het Evangelie

Ef. 1, 17-18

Alleluia.
Moge de Vader van onze Heer Jezus Christus
ons innerlijk oog verlichten,
om te zien hoe groot de hoop is waartoe Hij ons roept.
Alleluia.

Evangelie

Lc. 18, 1-8
Zou God geen recht verschaffen aan zijn uitverkorenen, die tot Hem roepen.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd leerde Jezus in een gelijkenis aan zijn leerlingen
dat zij steeds moesten bidden en daarin niet versagen.
Hij zei:
„Er was eens in een zekere stad een rechter
die zich om God noch gebod bekommerde.
„Er was ook een weduwe in de stad
die herhaaldelijk bij hem kwam met het verzoek:
Verschaf mij recht ten opzichte van mijn tegenstander.
„Een tijdlang wilde die rechter niet,
maar daarna zei hij bij zichzelf:
Al bekommer ik mij om God noch gebod,
toch zal ik die weduwe recht verschaffen
om niet langer geplaagd te worden door haar eindeloze bezoeken.”
En de Heer sprak:
„Hoort wat de onrechtvaardige rechter zegt!
„Zou God dan geen recht verschaffen aan zijn uitverkorenen
die dag en nacht tot Hem roepen,
of zal Hij ten opzichte van hen onbewogen blijven?
„Ik zeg u: Hij zal hun spoedig recht verschaffen.
„Maar: zal de Mensenzoon bij zijn komst
het geloof op aarde vinden?”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Ps. 33 (32),18-19

Gods blik rust op allen die Hem met eerbied dienen,
Hij waakt over hen die op zijn goedheid vertrouwen.
Hij zal hen redden van de dood,
Hij zal hun voedsel geven, als zij honger hebben.

Een reactie achterlaten

Menu sluiten