15 juni ✝ Woensdag in de elfde week door het jaar

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

708

Psalmen

1040

Lauden

Hymne

709

Psalmen

1043

KS

1046

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1047

KS

1050

Vespers

Hymne

570

Psalmen

561

KS

563

Completen

Hymne

682

Psalmen

1201

Openingstekst

Ps. 27 (26), 7 en 9

Heer, luister naar mijn bidden en smeken!
Kom mij te hulp, laat mij niet alleen, verstoot mij toch niet.
God, bij U is mijn heil!

Eerste lezing

II Kon. 2, 1.6-14
Opeens kwam er een wagen van vuur en Elia werd ten hemel opgenomen.

Uit het tweede Boek der Koningen

Kort voordat de Heer
Elia in een stormwind ten hemel zou opnemen,
vertrok deze met Elisa uit Gilgal.
Elia sprak tot Elisa:
„Blijf hier, want de Heer zendt mij naar de Jordaan.”
Elisa antwoordde:
„Zowaar de Heer leeft en zowaar gij leeft: ik verlaat u niet.”
Toen gingen zij samen verder.
Vijftig leden van de profetengilde volgden hen,
maar bleven op enige afstand staan,
toen Elia en Elisa aan de Jordaan samen stilhielden.
Nu nam Elia zijn mantel, rolde hem op
en sloeg ermee op het water.
Het water verdeelde zich naar links en rechts
en beiden liepen door de droge bedding naar de overkant.
Daar aangekomen zei Elia tot Elisa:
„Doe een laatste verzoek, voordat ik van u word weggenomen.”
Elisa antwoordde:
„Geef mij een dubbel deel van uw geest.”
Elia antwoordde:
„Gij vraagt iets moeilijks,
maar als ge mij zult zien wanneer ik word opgenomen,
zal uw bede verhoord worden ;
ziet ge mij niet,
dan wordt uw bede niet verhoord.”
Terwijl zij nu pratend verder gingen,
kwam er opeens een wagen van vuur met paarden van vuur,
die hen van elkaar scheidde,
en in een stormwind werd Elia ten hemel opgenomen.
Elisa zag het en riep uit
„Vader, vader, Israëls strijdwagens en zijn ruiterij !”
Toen hij hem niet meer zag,
greep hij zijn kleren en scheurde ze doormidden.
Daarna raapte hij de mantel op die Elia had laten vallen,
keerde terug en bleef staan aan de oever van de Jordaan ;
hij nam de mantel van Elia,
sloeg ermee op het water en riep uit:
„Waar is de Heer dan toch, de God van Elia ?”
Weer sloeg Elisa op het water,
en nu verdeelde het zich naar links en naar rechts,
zodat hij kon oversteken.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 31 (30), 20, 21, 24

R: Schept moed en weest onverschrokken
gij allen die hoopt op de Heer.

Hoe groot zijn uw weldaden, Heer,
die Gij hebt bestemd voor hen die U vrezen.

Gij schenkt ze aan ieder die tot U komt,
voor alle mensen waarneembaar.

De glans van uw Aanschijn beschermt hem altijd
als mensen zich tegen hem keren.

Gij neemt hem op in uw tent,
beschut tegen kwade tongen.

Bemint dan de Heer, al zijn vromen,
de Heer behoedt alwie trouw blijft aan Hem.

Maar wie zich in hoogmoed tegen Hem keert
betaalt Hij met woeker terug.

Vers voor het Evangelie

Ps. 119 (118), 27

Alleluia.
Leid mij op de weg van uw bevelen, Heer,
dan zal ik uw daden indachtig zijn.
Alleluia.

Evangelie

Mt. 6, 1-6. 16-18
Uw Vader die in het verborgene ziet zal het u vergelden.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
„Denkt er om
beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen,
om de aandacht te trekken ;
anders hebt gij geen recht op loon bij uw Vader die in de hemel is.
„Wanneer gij dus een aalmoes geeft,
bazuint het dan niet voor u uit
zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat,
opdat zij door de mensen geprezen worden.
„Voorwaar, Ik zeg u
Zij hebben hun loon al ontvangen.
„Als gij een aalmoes geeft
laat uw linkerhand dan niet weten wat uw rechter doet
opdat uw aalmoes in het verborgene blijve
en uw Vader die in het verborgene ziet zal het u vergelden.
„Wanneer gij bidt,
gedraagt u dan niet als de schijnheiligen
die graag in de synagogen
en op de hoeken van de straten staan te bidden
om op te vallen bij de mensen.
„Voorwaar, Ik zeg u:
Zij hebben hun loon al ontvangen !
„Maar als gij bidt,
gaat dan in uw binnenkamer,
sluit de deur achter u,
en bidt tot uw Vader, die in het verborgene is ;
en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
„Wanneer gij vast,
zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen ;
zij verstrakken hun gezicht
om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn.
„Voorwaar, Ik zeg u:
Zij hebben hun loon al ontvangen.
„Maar als gij vast,
zalft dan uw hoofd en wast uw gezicht
om niet aan de mensen te laten zien dat gij vast,
maar vast voor uw Vader die in het verborgene is
en uw Vader, die in het verborgene ziet,
zal het u vergelden.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Ps. 27 (26), 4

Eén ding vraag ik de Heer, meer zal ik niet wensen:
dat ik in Gods huis mag wonen zolang ik leef.

Menu sluiten