14 juli ✝ Zondag in de 15e week door het jaar

Lezingen

Heilige van de dag

H. Camillus de Lellis, priester

Evangelielezing

Lezing

Hymne

692

Psalmen

996

Lauden

Hymne

696

Psalmen

999

KS

1002

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1003

KS

1006

Vespers

Hymne

1698

Psalmen

1007

KS

1010

Completen

Hymne

682

Psalmen

1203

H. Camillus de Lellis, priester

Camillus werd in 1550 bij Chieti in de Abruzzen geboren. Na als soldaat een losbandig leven te hebben geleid, bekeerde hij zich en wijdde zich aan de ziekenverpleging. Tevens bereidde hij zich door studie op het priesterschap voor. Na zijn priesterwijding stichtte hij eeb religieuze gemeenschap met als doel de oprichting van ziekenhuizen en verpleging van zieken. Hij stierf te Rome in het jaar 1614.

Eerste lezing

Am. 7, 12-15Profeet, ga naar mijn volk.

Uit de Profeet Amos

In die tijd zei Amasja (de priester van Bethel) tot Amos:
„Ziener, u moet maken dat u wegkomt!
„Verdwijn naar Juda
en verdien daar uw brood maar met profeteren
„Hier in Betel mag u niet meer profeteren
want dit heiligdom is van de koning
en dit gebouw van het rijk.”
Amos gaf Amasja ten antwoord:
„Ik ben geen profeet of lid van een profetengilde,
ik ben veehoeder en vijgenkweker.
„Maar de Heer heeft mij achter mijn beesten weggehaald
en het is de Heer die mij gezegd heeft:
„Trek als profeet naar mijn volk Israël.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 85 (84), 9ab-10, 11-12, 13-14

R: Laat ons uw barmhartigheid zien,
geef ons uw heil, o Heer.

Aanhoren zal ik wat God tot mij zegt,
voorzeker een woord van verzoening.

Zijn heil is nabij voor hen die Hem vrezen,
zijn glorie komt weer bij ons wonen.

Als trouw en erbarmen elkaar tegemoet gaan,
als vrede en recht elkander omhelzen;

Dan zal de trouw uit de aarde ontspruiten,
en ziet uit de hemel gerechtigheid neer.

Dan zal de Heer ons zijn zegen schenken
en draagt ons land rijke vrucht.

Dan zal voor Hem uit gerechtigheid gaan
en voorspoed zijn schreden volgen.

Tweede lezing

Ef. 1, 3-14 of 3-10
In Hem heeft Hij ons uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze

Broeders en zusters,

Gezegend is God,
de Vader van onze Heer Jezus Christus,
die ons in de hemelen in Christus heeft gezegend
met elke geestelijke zegen.
In Hem heeft Hij ons uitverkoren
vóór de grondlegging der wereld,
om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht.
In liefde heeft Hij ons voorbestemd
zijn kinderen te worden door Jezus Christus,
naar het welbehagen van zijn wil,
tot lof van de heerlijkheid van zijn genade.
Hiermee heeft Hij ons begiftigd in de Geliefde,
in wie wij de verlossing hebben door zijn bloed,
de vergiffenis der zonden
dank zij de rijkdom van zijn genade.
Die heeft Hij ons meegedeeld
als een overvloed van wijsheid en inzicht.
Want Hij heeft ons zijn geheim raadsbesluit doen kennen,
de beslissing die Hij in Christus had genomen
ter verwezenlijking van de volheid der tijden:
het heelal in Christus onder één Hoofd te brengen,
alle wezens in de hemelen en alle wezens op aarde,
in Hem.
(In Christus hebben wij ook ons erfdeel ontvangen,
daartoe voorbestemd door de beschikking van Hem
die alles tot stand brengt naar het besluit van zijn wil,
opdat wij verbreiden de lof van zijn heerlijkheid,
wij, die reeds te voren onze hoop op de Christus hadden gebouwd.
In Christus zijt ook gij,
nadat gij het woord der waarheid,
het evangelie van uw heil hebt aanhoord,
in Hem zijt ook gij
tot het geloof gekomen,
vergezeld met de heilige Geest der belofte
die het onderpand is van onze erfenis,
tot verlossing van Gods eigen volk
en tot lof van zijn heerlijkheid.)

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Vers voor het Evangelie

Mt. 11, 25

Alleluia.
Geprezen zijt Gij, Vader van hemel en aarde,
omdat gij de geheimen van het Koninkrijk aan kinderen geopenbaard hebt.
Alleluia.

Evangelie

Mc. 6, 7-13
Hij begon hen uit te zenden.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd riep Jezus de twaalf bij zich
en begon hun twee aan twee uit te zenden.
Hij gaf hun macht over de onreine geesten
en verbood hun
iets anders mee te nemen voor onderweg dan alleen een stok:
geen voedsel, geen reiszak, geen kopergeld in hun gordel.
„Wel moogt ge sandalen dragen,
maar trekt geen dubbele kleding aan.”
Hij zei verder:
„Als ge ergens aan huis binnengaat,
blijft daar tot ge weer afreist.
„En is er een plaats waar men u niet ontvangt
en niet naar u luistert,
gaat daar dan weg
en schudt het stof van uw voeten als een getuigenis tegen hen.”
Zij vertrokken om te prediken dat men zich moest bekeren.
Zij dreven veel duivels uit,
zalfden veel zieken met olie en genazen hen.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.