14 augustus ✝ Twintigste zondag door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

H. Maximilianus Kolbe

Evangelielezing

Lezing

Hymne

693

Psalmen

1100

Lauden

Hymne

697

Psalmen

1103

KS

1107

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1108

KS

1110

Vespers

Hymne

699

Psalmen

1110

KS

1114

Completen

Hymne

682

Psalmen

1203

H. Maximilianus Kolbe

priester en martelaar

(gedachtenis)

Maximiliaan Maria Kolbe werd op 8 januari 1894 in Polen geboren. Hij trad op jeugdige leeftijd in bij de minderbroeders-conventuelen en werd in 1918 te Rome priester gewijd. In zijn vurige liefde tot de Moeder Gods stichtte hij een vereniging onder de naam van ‘Ridderschap van de Onbevlekte’. Als missionaris in Japan zette hij zich in voor de uitbreiding van het christelijk geloof. Na zijn terugkeer in Polen heeft hij tijdens de tweede wereldoorlog veel leed en ellende doorstaan in het concentratiekamp Auschwitz. Daar kwam op 14 augustus 1941 een einde aan zijn werkzaam leven, dat hij opofferde om het leven van een medegevangene te redden.

Openingstekst

Ps. 84 (83), 10-11

God, onze beschermer, wend uw blik niet af:
zie om naar uw Gezalfde.
Want één dag in uw huis is beter dan duizend daarbuiten.

Eerste lezing

Jer. 38, 4-6. 8-10
Ik ben geboren als een man met wie de hele wereld wil twisten.

Uit de Profeet Jeremia

In die dagen zeiden de edelen tot de koning:
„Laat die profeet Jeremia ter dood brengen.
„Door zijn woorden ontmoedigt hij de soldaten
die nog in de stad zijn
en de hele bevolking.
„Die man wil niet het welzijn van het volk, maar zijn ondergang.”
Koning Sidkia antwoordde:
„Goed, hij is in uw macht; ik kan toch niet tegen u op.”
Toen grepen zij Jeremia vast
en wierpen hem in de put van prins Malkia,
in de nabijheid van het wachthuis;
met touwen lieten ze hem neer.
In de put was geen water, alleen slijk,
zodat Jeremia erin wegzonk.
Terwijl de koning zitting hield in de Benjaminpoort,
verliet Ebed-Melek het paleis,
ging naar de koning en zei:
„Heer koning, deze mannen hebben een misdaad begaan
tegen de profeet Jeremia,
door hem in de put te werpen.”
Daarop gaf de koning aan de Ethiopiër Ebed-Melek de opdracht:
„Neem drie mannen met u mee
en haal de profeet Jeremia uit de put eer hij sterft.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 40 (39) 2, 3, 4, 18

R: Heer, kom haastig mij te hulp.

Met groot vertrouwen heb ik op de Heer gehoopt,
Hij heeft zich tot mij neergebogen, mijn geroep verhoord.

Hij heeft mij opgetrokken uit de valkuil, uit de modderpoel,
Hij gaf mijn voeten vaste grond, mijn schreden kracht.

Hij legde in mijn mond een nieuw gezang,
een lied voor onze God
en velen zullen zien en vrezen en vertrouwen op de Heer.

Gelukkig is de man, die op de Heer zijn hoop stelt,
die met opstandigen en onoprechten niet verkeert.

Tweede lezing

Hebr. 12, 1-4
Laten wij vastberaden de wedstrijd lopen waarvoor wij hebben ingeschreven.

Uit de brief aan de Hebreeën

Broeders en zusters,

Laten wij ons aansluiten bij die menigte getuigen van het geloof
en elke last en belemmering van de zonde van ons afschudden,
om vastberaden de wedstrijd te lopen
waarvoor we ons hebben ingeschreven.
Zie naar Jezus,
de aanvoerder en voltooier van ons geloof.
In plaats van de vreugde die Hem toekwam
heeft Hij een kruis op zich genomen
en Hij heeft de schande niet geteld:
nu zit Hij aan de rechterzijde van Gods troon.
Denkt aan Hem
die zoveel tegenwerking van zondaars te verduren had;
dat zal u helpen om niet uit te vallen en de moed niet op te geven.
Uw strijd tegen de zonde heeft u nog geen bloed gekost.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Vers voor het Evangelie

Hand. 16, 14b

Alleluia.
Maak ons hart ontvankelijk, Heer,
opdat wij de woorden van uw Zoon zouden begrijpen.
Alleluia.

Evangelie

Lc. 12, 49-53
Ik ben geen vrede komen brengen, maar verdeeldheid.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen:
„Vuur ben Ik op aarde komen brengen,
en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait!
„Ik moet een doopsel ondergaan,
en hoe beklemd voel Ik mij totdat het volbracht is.
„Meent gij dat Ik op aarde vrede ben komen brengen?
„Neen zeg Ik u, juist verdeeldheid.
„Want van nu af zullen er vijf in één huis verdeeld zijn;
drie zullen er staan tegenover twee
en twee tegenover drie;
de vader tegenover de zoon en de zoon tegenover de vader;
de moeder tegenover de dochter
en de dochter tegenover de moeder,
de schoonmoeder tegenover de schoondochter
en de schoondochter tegenover de schoonmoeder.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Ps.130 (129), 7

Bij de Heer is barmhartigheid;
bij Hem is overvloed aan verlossing.

Een reactie achterlaten

Menu sluiten