13 juni ✝ Donderdag in de 10e week door het jaar

Lezingen
Evangelielezing

Lezing

Hymne

1641

Psalmen

Lauden

Hymne

1639

Psalmen

950

KS

1640

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

954

KS

957

Vespers

Hymne

1641

Psalmen

958

KS

961

Completen

Hymne

682

Psalmen

1209

H. Antonius van Padua, priester en kerkleraar

Antonius werd tegen het einde van de 12e eeuw te Lissabon geboren. Kort na zijn priesterwijding ging hij van de reguliere kanunniken van Sint Augustinus, bij wie hij ingetreden was, over naar de minderbroeders, met de bedoeling het geloof in Noord – Afrika te gaan verkondigen. Maar zijn werkterrein werd Frankrijk en Italië, waar hij met veel vrucht het predikambt vervulde, velen die door dwaalleraren waren misleid tot de kerk terugbracht en als eerste in zijn orde met het theologie-onderwijs aan zijn medebroeders belast werd. De preken die hij heeft nagelaten onderscheiden zich door hun leerstellige inhoud. Hij stierf te Padua in 1231.

 

 

Openingstekst

Lc. 4,18

De Geest van de Heer rust op mij, want Hij heeft mij gezalfd.
Hij heeft mij gezonden
om aan armen de blijde boodschap te brengen
en om hen te genezen wier hart gebroken is.

Openingsriten

In de naam van de Vader
en de Zoon
en de heilige Geest.
allen: Amen.

De genade van de Heer Jezus Christus,
de liefde van God
en de gemeenschap van de heilige Geest
zij met u allen.
allen: De Heer zal u bewaren.  ofwel: En met uw geest.

ofwel:
De Heer zal bij u zijn.
De bisschop zegt: Vrede zij u.
ofwel:
De Heer zij met u.
allen: De Heer zal u bewaren.

ofwel:
Genade zij u
en vrede van God onze Vader
en van de Heer Jezus Christus.
allen: De Heer zal u bewaren. ofwel: En met uw geest.

ofwel:
allen: Gezegend zij God,
de Vader van onze Heer Jezus Christus.

Broeders en zusters,
belijden wij onze zonden, bekeren wij ons tot God
om de heilige eucharistie goed te kunnen vieren.

Na een korte stilte belijden allen:
Ik belijd voor de almachtige God,
en voor u allen,
dat ik gezondigd heb in woord en gedachte, in doen en laten,
door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld.
Daarom smeek ik de heilige Maria, altijd maagd,
alle engelen en heiligen,
en u, broeders en zusters,
voor mij te bidden tot de Heer, onze God.

Moge de almachtige God zich over ons ontfermen,
onze zonden vergeven
en ons geleiden tot het eeuwig leven.
allen: Amen.

Heer, ontferm U over ons.
allen: Heer, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.
allen: Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.
allen: Heer, ontferm U over ons.

Openingsgebed

Laat ons bidden.

Almachtige eeuwige God,
Gij hebt aan uw volk
de heilige Antonius van Padua gegeven
als een uitstekend verkondiger van uw woord
en een geliefde voorspreker in alle nood.
Wij vragen U:
laat ons, met zijn hulp, ter harte nemen
wat hij ons over het christelijk leven heeft geleerd
en in alle wederwaardigheden uw bijstand ervaren.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,
die met U leeft en heerst
in de eenheid van de heilige Geest,
God, door de eeuwen der eeuwen.
allen: Amen.

Eerste lezing

I Kon. 18, 41-46
Elia bad opnieuw, en de hemel gaf regen.

Uit het eerste Boek der Koningen

In die dagen zei de profeet Elia tot koning Achab:
„Ga nu eten en drinken,
want ik hoor reeds het kletteren van de stortregen.”
Terwijl Achab vertrok om te eten en te drinken,
klom Elia naar de top van de Karmel,
boog zich ter aarde en stak zijn hoofd tussen zijn knieën.
Daarop zei hij tot zijn knecht:
„Ga nog wat hoger en kijk in de richting van de zee.”
De knecht ging naar boven, keek en zei:
„Ik zie niets.”
Daarop zei Elia:
„Ga nog eens en nog eens, tot zevenmaal toe.”
En bij de zevende maal zei de knecht:
„Ja, ik zie een kleine wolk uit de zee opstijgen,
zo groot als de palm van een hand.”
Toen zei Elia:
„Ga Achab zeggen dat hij inspant en wegrijdt,
anders zal de stortregen het hem nog onmogelijk maken.”
En geleidelijk aan werd de lucht zwart,
de wind stak op en er viel een zware stortregen.
Achab steeg in zijn wagen en reed naar Jizreël.
De hand van de Heer kwam op Elia;
deze trok zijn gordel strak om zijn lenden
en snelde voor Achab uit tot aan Jizreël.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Een reactie achterlaten