13 juni ✝ Maandag in de elfde week door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

H. Antonius van Padua

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1626

Psalmen

1011

Lauden

Hymne

1628

Psalmen

1013

KS

1629

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

1018

KS

1021

Vespers

Hymne

1633

Psalmen

1021

KS

1635

Completen

Hymne

682

Psalmen

1204

H. Antonius van Padua

priester en kerkleraar

Antonius werd tegen het einde van de 12e eeuw te Lissabon geboren. Kort na zijn priesterwijding ging hij van de reguliere kanunniken van Sint Augustinus, bij wie hij ingetreden was, over naar de minderbroeders, met de bedoeling het geloof in Noord – Afrika te gaan verkondigen. Maar zijn werkterrein werd Frankrijk en Italië, waar hij met veel vrucht het predikambt vervulde, velen die door dwaalleraren waren misleid tot de kerk terugbracht en als eerste in zijn orde met het theologie-onderwijs aan zijn medebroeders belast werd. De preken die hij heeft nagelaten onderscheiden zich door hun leerstellige inhoud. Hij stierf te Padua in 1231.

Openingstekst

Lc. 4,18

De Geest van de Heer rust op mij, want Hij heeft mij gezalfd.
Hij heeft mij gezonden
om aan armen de blijde boodschap te brengen
en om hen te genezen wier hart gebroken is.

Eerste lezing

I Kon. 21, 1-16
Ze voerden Nahot buiten de stad en stenigden hem dood.

Uit het eerste Boek der Koningen

Nabot de Jizreëliet bezat een wijngaard, gelegen te Jizreël,
naast het paleis van Achab, de koning van Samaria.
Op een dag richtte Achab tot Nabot het verzoek:
„Sta mij uw wijngaard af ;
dan maak ik er een moestuin van,
want hij ligt vlak naast mijn paleis.
„Ik zal u er een betere wijngaard voor in de plaats geven,
of als u dat liever hebt, zal ik hem voor geld kopen.”
Maar Nabot zei tot Achab:
„De Heer beware mij ervoor
dat ik het erfdeel van mijn vaderen aan u zou afstaan.”
Toen ging Achab naar huis, somber gestemd en toornig
vanwege het antwoord dat Nabot de Jizreëliet hem gegeven had:
Ik sta u het erfdeel van mijn vaderen niet af.
Hij ging op bed liggen,
wendde zijn gezicht af en wilde niets eten.
Daarop kwam zijn vrouw Izebel bij hem en vroeg:
„Waarom ben je toch zo somber gestemd en wil je niets eten ?”
Achab antwoordde:
„Ik heb Nabot de Jizreëliet verzocht
mij zijn wijngaard te verkopen,
of als hij dat liever had, tegen een andere te ruilen.
„Maar hij heeft mij geantwoord
Ik sta u mijn wijngaard niet af.”
Toen zei zijn vrouw Izebel tot hem:
„Ben jij nu de man die in Israël de koningsmacht uitoefent ?
„Sta op, eet wat, dan knap je weer op ;
ik zal zorgen dat je die wijngaard van Nabot de Jizreëliet krijgt.”
Ze schreef een brief onder de naam van Achab,
verzegelde die met zijn zegel
en zond hem aan de oudsten en notabelen
die in dezelfde stad woonden als Nabot.
In die brief had ze geschreven:
„Kondig een vasten af
en zet Nabot bij de vergadering van het volk vooraan.
„Laat dan een paar gemene kerels tegenover hem plaatsnemen
en hem beschuldigen van godslastering en majesteitsschennis.
„Voer hem dan buiten de stad en stenig hem dood.”
De medeburgers van Nabot,
de oudsten en de notabelen die in dezelfde stad woonden als hij,
deden alles wat Izebel hun had opgedragen
en wat geschreven stond in de brief die ze hun had gestuurd.
Ze kondigden een vasten af
en lieten Nabot bij de volksvergadering vooraan plaatsnemen.
Toen kwamen er twee gemene kerels,
die tegenover Nabot gingen zitten
en ten aanhoren van al het volk verklaarden:
„Nabot heeft God en de koning vervloekt.”
Ze voerden Nabot buiten de stad en stenigden hem dood.
Toen berichtten ze Izebel:
„Nabot is gestenigd : hij is dood.”
Zodra Izebel vernam dat Nabot doodgestenigd was,
zei ze tot Achab:
„Sta op, neem bezit van de wijngaard van Nabot de Jizreëliet,
die hij je niet wilde verkopen,
want Nabot is niet meer in leven ; hij is dood.”

Zodra Achab hoorde dat Nabot dood was,
begaf hij zich op weg
om de wijngaard van Nabot de Jizreëliet in bezit te nemen.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 5, 2-3, 5-6, 7

R: Sla acht, Heer, op mijn smartelijk zuchten.

Heer, luister naar wat ik U zeggen wil,
sla acht op mijn smartelijk zuchten.

Aanhoor de stem die uw aandacht vraagt,
want Gij zijt mijn God en mijn koning.

Reeds vroeg in de morgen hoort Gij mijn stem,
reeds vroeg mijn hoop en verlangen.

Gij zijt toch geen God die onrecht verdraagt,
bij U kan geen booswicht vertoeven.

Geen zondaar kan U in de ogen zien,
Gij haat hen die onrecht bedrijven.

Die leugentaal spreken vernietigt Gij,
Gij gruwt van bloeddorst en wreedheid.

Vers voor het Evangelie

Ps. 95, (94), 8ab

Alleluia.
Luistert heden naar de stem van de Heer
en weest niet halsstarrig.
Alleluia.

Evangelie

Mt. 5, 38-42
Ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
„Gij hebt gehoord dat er gezegd is Oog om oog, tand om tand.
„Maar Ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht,
doch als iemand u op de rechterwang slaat
keert hem dan ook de andere toe.
„En als iemand u voor het gerecht wil dagen
en uw onderkleed afnemen,
laat hem dan ook het bovenkleed.
„En als iemand u vordert één mijl met hem te gaan
gaat er twee met hem.
42„Geeft aan wie u vraagt
en wendt u niet af als iemand van u lenen wil.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Mt. 28, 20

Dit zegt de Heer:
Ik ben met u alle dagen tot aan het einde van de tijd.

 

Menu sluiten