12 februari ✝ Maandag in de zesde week door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

H. Gertrudis van Nijvel

Evangelielezing

Lezing

Hymne

700

Psalmen

899

Lauden

Hymne

701

Psalmen

902

KS

905

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

906

KS

909

Vespers

Hymne

703

Psalmen

910

KS

913

Completen

Hymne

682

Psalmen

1204

H. Gertrudis van Nijvel

maagd

gedachtenis

Gertrudis, dochter van Pepijn van Landen, stichtte omstreeks 639, op aanraden van de heilige Amandus, een klooster te Nijvel waarvan zij naderhand abdis werd. Zij is overleden op 17 maart 659.

 

Openingstekst

Ps. 31(30), 3-4

God, laat mij bij U bescherming vinden,
wees mij een veilige toevlucht,
want Gij zijt mijn steun en sterkte;
geef mij leiding en help mij verder omwille van uw Naam.

Eerste lezing

Jak. 1, 1-11
Gij weet dat de beproeving van uw geloof standvastigheid voortbrengt, zodat gij volmaakt en onberispelijk zijt.

Begin van de brief van de heilige apostel Jakobus

Jakobus,
dienstknecht van God en de Heer Jezus Christus,
groet de twaalf stammen in de Verstrooiing.

Broeders en zusters,
acht uzelf heel gelukkig,
wanneer u allerlei beproevingen overkomen,
want gij weet
dat zulk een beproeving van uw geloof,
standvastigheid voortbrengt;
en de standvastigheid moet zich ten volle verwerkelijken,
zodat gij volmaakt en onberispelijk zijt
en in niets te kort schiet.
Schiet iemand van u te kort in wijsheid
dan moet hij haar vragen aan God
en zij zal hem gegeven worden,
want God geeft aan allen
zonder voorbehoud en zonder verwijt.
Maar hij moet wel bidden met vertrouwen,
zonder te weifelen.
Wie weifelt lijkt op de golven van de zee
die door de wind heen en weer geslingerd worden.
Zo iemand,
innerlijk verdeeld als hij is en ongestadig in heel zijn gedrag,
moet niet menen dat hij iets van de Heer zal verkrijgen.
De arme christen moet trots zijn op zijn hoge stand
en de rijke op zijn geringheid!
Want de rijke zal vergaan als een bloem in het gras.
De zon komt op met haar verzengende hitte;
zij doet het gras verdorren,
de bloem valt af
en heel haar luister is verdwenen.
Zo vergaat het ook de rijke
midden in zijn ondernemingen zal hij verwelken.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 119 (118), 67-68, 71-72, 75-76

R: Door uw barmhartigheid, Heer, moge ik leven.

Voordat ik vernederd werd, was ik in dwaling,
maar nu houd ik aan uw uitspraken vast.

Goedgunstig zijt Gij en goed zijn uw daden;
laat mij slechts weten wat Gij beschikt.

De kwelling was mij een weldaad
zo leerde ik wat Gij beschikt.

De wet uit uw mond is mij meer waard
dan schatten van zilver en goud.

Rechtvaardig is wat Gij bepaalt, Heer,
ik weet het, Gij hebt mij terecht gestraft;

maar laat uw erbarmen mij nu vertroosten,
zoals Gij uw dienaar eens hebt beloofd.

Vers voor het Evangelie

  1. Lc. 8,15

Alleluia.
Zalig zij die het Woord Gods dat zij hoorden
in een goed en edel hart bewaren,
en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid.
Alleluia.

Evangelie

Mc. 8, 11-13
Wat verlangt dit geslacht toch een teken?

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd daagden de Farizeeën op
en begonnen met Jezus te redetwisten.
Om Hem op de proef te stellen
verlangden ze van Hem een teken uit de hemel.
Hij slaakte een zucht uit het diepste van zijn hart en zei:
„Wat verlangt dit geslacht toch een teken
„Voorwaar, Ik zeg u:
in geen geval zal aan dit geslacht een teken gegeven worden.”
Hij liet hen staan, stapte weer in de boot
en keerde naar de overkant terug.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Ps. 78 (77), 29-30

De Heer gaf zijn volk wat het verlangde:
zij konden eten en werden verzadigd;
zo werd hun verwachting vervuld.

Een reactie achterlaten