11 juni ✝ Dinsdag in de 10e week door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

H. Barnabas, apostel

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1577

Psalmen

915

Lauden

Hymne

1312

Psalmen

918

KS

1313

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

922

KS

1315

Vespers

Hymne

1584

Psalmen

926

KS

1316

Completen

Hymne

682

Psalmen

1206

H. Barnabas, apostel

apostel

Barnabas, geboren op het eiland Cyprus, behoorde tot de eerste gelovigen van de kerk van Jeruzalem. Hij verkondigde het evangelie te Antiochië, sloot zich bij de apostel Paulus aan en vergezelde hem op zijn eerste reis. Ook was hij op het Concilie van Jeruzalem aanwezig. In zijn vaderland teruggekeerd, verbreidde hij er het evangelie, totdat hij door de dood werd weggeroepen.

Eerste lezing

Hand. 11, 21b-26; 13, 1-3
Hij was een goed man, vol van de heilige Geest en geloof.

Uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen
kwamen zeer velen tot het geloof
en bekeerden zich tot de Heer.
Het gerucht omtrent het optreden van de volgelingen van de Heer
kwam ook de kerk van Jeruzalem ter ore
en men vaardigde Barnabas af naar Antiochië.
Toen deze daar aankwam
en Gods genade zag, verheugde hij zich
en wekte allen op met hart en ziel de Heer trouw te blijven.
Hij was een goed man,
vol van de heilige Geest en geloof.

Veel mensen werden voor de Heer gewonnen.

Daarop vertrok hij naar Tarsus
om Saulus te gaan zoeken.
Toen hij hem gevonden had
bracht hij hem naar Antiochië.
Een vol jaar namen zij deel aan de bijeenkomsten in die gemeente
en gaven onderricht aan een grote menigte.
Het was in Antiochië
dat de leerlingen voor het eerst christenen werden genoemd.

Er waren daar in de gemeente profeten en leraren
Barnabas, Simon die Niger genoemd werd,
Lucius uit Cyrene,
Manaën, jeugdvriend van de viervorst Herodes, en Saulus.
Terwijl ze eens voor de Heer de heilige dienst verrichtten
en vastten, sprak de heilige Geest:
„Zondert Mij Barnabas en Saulus af voor het werk
waartoe Ik hen heb geroepen.”
Na vasten en gebed legden ze hun toen de handen op
en lieten hen vertrekken.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 98 (97), 1.2-3ab.3c-4.5-6

R:    De Heer deed de volkeren zijn gerechtigheid kennen.

Zingt voor de Heer een nieuw gezang
omdat Hij wonderen deed.
Zijn hand deed zich krachtig gelden,
de macht van zijn heilige arm.

Zijn weldaden deed Hij ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.
Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw
ten gunste van Israëls huis.

Geheel de aarde aanschouwde
wat onze God voor ons deed.
Verheerlijkt de Heer, alle landen,
weest blij, verheugt u en zingt.

Zingt voor de Heer bij de citer,
met citer en psalterspel.
Laat schallen trompet en bazuin
en danst voor de Heer, uw koning.

Vers voor het Evangelie

Ps. 119 (118), 88

Alleluia.
Wees mij barmhartig en laat mij leven, Heer,
dan blijf ik aan wat Gij verordent trouw.
Alleluia.

Almachtige God,
zuiver mijn hart en mijn lippen,
sterk mij om uw evangelie in eerbied te verkondigen.

Evangelie

5, 13-16
Gij zijt het zout der aarde.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
„Gij zijt het zout der aarde.
„Maar als het zout zijn kracht verliest,
waarmee zal men dan zouten?
„Het deugt nergens meer voor
dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden.
„Gij zijt het licht der wereld.
„Een stad kan niet verborgen blijven
als ze boven op een berg ligt!
„Men steekt toch ook niet een lamp aan
om ze onder de korenmaat te zetten,
maar men plaatst ze op de standaard
zodat ze licht geeft voor allen die in huis zijn.
„Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen,
opdat zij uw goede werken zien
en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.