1 oktober ✝ Zaterdag in de zesentwintigste week door het jaar

Lezingen
Heilige van de dag

H. Teresia van Lisieux

Evangelielezing

Lezing

Hymne

1644

Psalmen

977

Lauden

Hymne

1647

Psalmen

983

KS

1648

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

987

KS

990

Vespers

Hymne

1652

Psalmen

992

KS

1653

Completen

Hymne

682

Psalmen

1201

H. Teresia van Lisieux

maagd en kerklerares

gedachtenis

Thérèse Martin werd in 1873 te Alençon in Frankrijk geboren. Op zeer jonge leeftijd trad zij in het klooster van de karmelitessen te Lisieux. Bescheidenheid, evangelische eenvoud en godsvertrouwen kenmerkten haar persoon. Als novicenmeesteres trachtte zij anderen door woord en voorbeeld een dergelijke levenswijze te leren. Zij bood God haar leven aan voor het geestelijk welzijn van de mensheid en voor de uitbreiding van de kerk. Zij stierf op 30 september 1897.

Openingstekst

naar Deut. 32, 10-12

De Heer heeft de heilige Teresia met zijn liefde omringd:
Hij heeft haar onderwezen
en haar beschermd als het licht van zijn ogen.
Zoals een adelaar zijn vleugels uitspreidt
en daarop zijn jongen draagt,
zo heeft Hij haar opgenomen.
De Heer zelf heeft haar geleid.

Eerste lezing

Job 42, 1-3.5-6.12-17
Nu hebben mijn ogen U aanschouwd.
Daarom herroep ik mijn woorden.

Uit het Boek Job

Toen gebeurde het
dat Job aan de Heer het volgende antwoord gaf
„Ik heb erkend, dat Gij alle macht hebt;
niets wat Gij wilt, wordt U geweigerd.
„Daarom sprak ik in domheid,
over dingen, te wonderbaar voor mijn begrip.
„Van horen zeggen had ik over U gehoord;
maar nu hebben mijn ogen U aanschouwd.
„Daarom herroep ik mijn woorden en doe ik boete in stof en as.”

Toen zegende de Heer Job, meer nog dan tevoren,
en hij kreeg veertienduizend schapen,
duizend koppel runderen en duizend ezelinnen.
Hij kreeg ook zeven zonen en drie dochters.
De eerste noemde hij Jemina,
de tweede Kesia en de derde Keren-Happuk.
Er waren in het hele land geen vrouwen te vinden,
zo mooi als de dochters van Job,
en hun vader gaf hun een erfdeel evenals aan haar broers.
Daarna leefde Job nog honderdveertig jaar,
en hij zag zijn kinderen en kleinkinderen tot in het vierde geslacht.
Toen stierf Job, hoogbejaard en levensmoe.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 119 (118), 66, 71, 75, 91, 125, 130

R: Laat voor uw dienaar uw Aangezicht stralen, Heer.

Verleen mij dan inzicht en wijsheid,
want op uw geboden stel ik mijn hoop.

De kwelling was mij een weldaad
zo leerde ik wat Gij beschikt.

Rechtvaardig is wat Gij bepaalt, Heer,
ik weet het, Gij hebt mij terecht gestraft.

Zoals Gij bepaald hebt, zo is het voor immer,
want al wat bestaat dient U.

Uw dienaar ben ik, geef mij verstand
om wat Gij verordent te kennen.

De uitleg van uw woorden geeft klaarheid,
schenkt wijsheid aan wie onervaren is.

Vers voor het Evangelie

Ps. 130 (129), 5

Alleluia.
Op de Heer stel ik mijn hoop,
op zijn woord vertrouw ik.
Alleluia.

Evangelie

Lc. 10, 17-24
Verheugt u omdat uw namen staan opgetekend in de hemel.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd keerden de tweeënzeventig
vol blijdschap terug en zeiden:
„Heer, zelfs de duivels
onderwerpen zich aan ons door uw Naam.”
Jezus zei hen:
„Ik zag de satan als een bliksemstraal uit de hemel vallen.
„Ik heb u macht gegeven
op slangen en schorpioenen te treden,
te heersen over heel de kracht van de vijand;
en niets zal u kunnen schaden.
„Toch moet ge u niet verheugen over het feit
dat de duivels aan u onderworpen zijn,
maar verheugt u
omdat uw namen staan opgetekend in de hemel.”
Op dat uur jubelde Hij het uit, vervuld van de heilige Geest,
en Hij sprak:
„Ik prijs U Vader, Heer van hemel en aarde,
omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt
voor wijzen en verstandigen,
maar ze hebt geopenbaard aan kinderen.
„Ja Vader,
zo heeft het U behaagd.
„Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven.
„Niemand weet wie de Zoon is tenzij de Vader;
en wie de Vader is tenzij de Zoon
en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren.”
Daarop keerde Hij zich naar zijn leerlingen afzonderlijk
en Hij zei tot hen:
„Gelukkig de ogen die zien wat gij ziet.
„Ik zeg u:
Vele profeten en koningen verlangden te zien wat gij ziet
maar zij hebben het niet gezien;
en te horen wat gij hoort
maar zij hebben het niet gehoord.”

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Mt. 18, 3

Dit zegt de Heer:
Als gij niet opnieuw wordt als de kleine kinderen,
zult gij het Rijk der hemelen niet binnengaan.

Een reactie achterlaten

Menu sluiten