1 december ✝ Woensdag in de eerste week van de advent

Lezingen

Heilige van de dag

H. Eligius

Evangelielezing

Lezing

Hymne

727

Psalmen

821

Lauden

Hymne

729

Psalmen

824

KS

13

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

828

KS

14

Vespers

Hymne

725

Psalmen

831

KS

15

Completen

Hymne

682

Psalmen

1207

H. Eligius

bisschop

Eligius, omstreeks 590 geboren in de omgeving van Limoges, zou eerst goudsmid zijn geweest en ook lid van de Raad der Frankische koningen, Clotarius II en Dagobert. Hij stichtte in 632 de abdij van Solignac. Hij werd later priester gewijd en werd in 641 bisschop van Noyon-Doornik (641-660). Hij was vooral werkzaam in de Schelde- en Leiestreek, was de stichter van de Sint-Salvatorskerk te Brugge (de huidige kathedraal) en zou ook te Antwerpen gepredikt hebben. Hij stierf op 1 december 660.

Openingstekst

naar Hab. 2, 3;1 Kor. 4, 5

De Heer zal komen en niet talmen:
Hij zal aan het licht brengen
wat in het duister verborgen is
en zich openbaren aan alle volkeren.

Eerste lezing

Jes. 25, 6-10a
De Heer nodigt allen tot zijn gastmaal, en wist alle tranen af.

Uit de Profeet Jesaja

In die dagen zal de Heer der hemelse machten voor alle volkeren
op deze berg een gastmaal aanrichten;
een gastmaal van vette spijzen,
een gastmaal van belegen wijnen:
vette spijzen met merg bereid,
belegen wijnen zuiver als kristal.
Op deze berg zal Hij de sluier verscheuren
die ligt over alle volkeren
en de doek die uitgespreid ligt over alle naties.
De Heer zal voor immer de dood vernietigen;
Hij zal de tranen van alle gezichten afwissen,
en de schande van zijn volk
wegnemen van heel het aardoppervlak.
Want zo heeft de Heer besloten.
Op die dag zal men zeggen:
Dat is onze God op wie wij hoopten,
Hij heeft ons gered;
dit is de Heer op wie wij ons vertrouwen hadden gesteld:
laat ons jubelen en ons verheugen
in de redding die Hij ons bracht.
De hand van de Heer beschermt de berg Sion.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Antwoordpsalm

Ps. 23 (22), 1-3a, 3b-4, 6, 5

R:    Het huis van de Heer zal mijn woning zijn
voor alle komende tijden.

De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort;
Hij laat mij weiden op groene velden.
Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten,
Hij geeft mij weer frisse moed.

Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden
omwille van zijn Naam.
Al voert mijn weg door donkere kloven,
ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.
Uw stok en uw herderstaf
geven mij moed en vertrouwen.

Gij nodigt mij aan uw tafel
tot ergernis van mijn bestrijders.
Met olie zalft Gij mijn hoofd,
mijn beker is overvol.

Voorspoed en zegen verlaten mij nooit
elke dag van mijn leven.
Het huis van de Heer zal mijn woning zijn
voor alle komende tijden.

Vers voor het Evangelie

Jes. 33, 22

Alleluia.
De Heer is onze rechter,
wetgever en koning;
Hij zal ons verlossen.
Alleluia.

Evangelie

Mt. 15, 29-37
Jezus geneest meerdere zieken en vermenigvuldigt broden.

De Heer zij met u.
allen: En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs.
allen: Lof zij U, Christus.

In die tijd kwam Jezus eens langs het meer van Galilea.
Hij ging de berg op en zette zich daar neer.
Talrijke mensen stroomden naar Hem toe,
die lammen, gebrekkigen, blinden, stommen
en vele anderen met zich mee voerden
om ze aan zijn voeten neer te leggen.
Hij genas hen, tot verbazing van het volk
dat zag hoe stommen spraken en gebrekkigen gezond werden,
lammen liepen en blinden konden zien.
En zij verheerlijkten de God van Israël.
Jezus riep zijn leerlingen bij zich en sprak:
“Ik heb medelijden met al deze mensen,
omdat ze al drie dagen lang bij Mij blijven
zodat ze nu zonder voedsel zijn;
maar Ik wil hen niet laten gaan
zonder dat zij eerst gegeten hebben,
omdat Ik vrees dat zij anders onderweg zullen bezwijken.”
De leerlingen merkten echter op:
“Waar halen wij op een zo eenzame plaats
genoeg brood vandaan om al dat volk te verzadigen?”
Jezus vroeg hun:
“Hoeveel broden hebt ge dan?”
“Zeven – antwoordden zij – en wat visjes.”
Nadat Hij het volk gelast had op de grond te gaan zitten
nam Hij de zeven broden en de vissen
welke Hij na het spreken van het dankgebed brak,
en ze aan de leerlingen gaf, die ze weer aan het volk gaven.
Allen aten tot ze verzadigd waren
en aan overgebleven brokken
haalde men nog zeven volle manden op.

Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.

Communievers

Jes. 40,10; naar 34, 5

Onze Heer zal komen met kracht;
Hij zal een licht zijn voor de ogen van zijn dienaars.

Menu sluiten