20 november ✝ Vrijdag in de drieëndertigste week door het jaar

Lezingen

Evangelielezing

Lezing

Hymne

716

Psalmen

850

Lauden

Hymne

717

Psalmen

852

KS

856

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

857

KS

860

Vespers

Hymne

718

Psalmen

861

KS

864

Completen

Hymne

682

Psalmen

1210

eerste lezing: Apok. 10, 8-11

Ik nam het boek en ik at het op

Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes.
Ik, Johannes, hoorde de stem
die ik uit de hemel gehoord had, opnieuw tot mij spreken:
“Ga, neem het geopende boek,
dat ligt in de hand van de engel,
die op de zee en op het land staat.”
En ik ging naar de engel en vroeg hem mij het boekje te geven.
En hij zei:
“Neem het en eet het op.
Het zal bitter zijn in uw lijf,
maar in uw mond zoet als honing.”
En ik nam het boekje uit de hand van de engel
en ik at het op.
En het smaakte in mijn mond zoet als honing,
maar toen ik het had doorgeslikt, vulde bitterheid mijn lijf.
Toen werd mij gezegd:
“Gij moet opnieuw profeteren
over vele volken en naties en talen en koningen.”
Woord van de Heer.
Wij danken God.

tussenzang: Ps. 118, 14, 24, 72, 103, 111, 131

Refrein:
Hoe heerlijk smaken mij uw beloften,
als honing zijn zij in mijn mond.

Mijn vreugde vind ik in wat Gij verordent,
dat is mijn rijkste bezit.

Ik neem uw verordeningen ter harte,
zij geven mij goede raad.

De wet uit uw mond is mij meer waard
dan schatten van zilver en goud.

Hoe heerlijk smaken mij uw beloften,
als honing zijn zij in mijn mond.

Mijn erfdeel is altijd wat Gij verordent,
dat is de vreugd van mijn hart.

Mijn mond sper ik hijgend open,
zo snak ik naar uw gebod.

vers voor het evangelie: Ps. 119 (118), 18

Alleluia.
Ontsluit mijn ogen om te aanschouwen, Heer,
de heerlijkheid van uw wet.
Alleluia.

evangelie: Lc. 19, 45-48

Mijn huis moet een huis van gebed zijn,
maar gij hebt er een rovershol van gemaakt.

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
Lof zij U, Christus.

In die tijd ging Jezus de tempel binnen
en begon de verkopers er uit te jagen,
terwijl Hij tot hen zei:
“Er staat geschreven:
Mijn huis moet een huis van gebed zijn,
maar gij hebt er een rovershol van gemaakt.”
Dagelijks gaf Hij in de tempel onderricht.
De hogepriesters, de schriftgeleerden
en de vooraanstaanden van het volk
zochten een gelegenheid om Hem ter dood te brengen,
maar zij zagen geen kans om wat dan ook te doen,
want al het volk hing aan zijn lippen.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Menu sluiten