14 januari ✝ Donderdag in de eerste week door het jaar

Lezingen

Heilige van de dag

Z. Valentinus Paquay

Evangelielezing

Lezing

Hymne

711

Psalmen

835

Lauden

Hymne

713

Psalmen

838

KS

841

Middaggebed

Hymne

758

Psalmen

842

KS

845

Vespers

Hymne

714

Psalmen

845

KS

849

Completen

Hymne

682

Psalmen

1209

Z. Valentinus Paquay

kloosterling

Valentinus Paquay werd te Tongeren geboren op 17 november 1828. Hij trad op 3 oktober 1849 in bij de Minderbroeders en begon er zijn noviciaat in het klooster van Tielt. Hij werd priester gewijd te Luik op 10 juni 1854 en benoemd te Hasselt om er te blijven tot aan zijn dood. Hij beleefde de franciscaanse spiritualiteit en beklemtoonde de deugdbeoefening van elk moment. Onvermoeibaar gaf pater Valentinus zich aan het apostolaat. Hij verkondigde het Evangelie zonder ophouden. Vooral als biechtvader was hij altijd present. Hij stierf te Hasselt op 1 januari 1905 op de leeftijd van 76 jaar.

eerste lezing: Hebr. 3, 7-14

Spreekt elkaar moed in, elke dag, zolang het “heden” duurt.

Uit de brief aan de Hebreeën.
Broeders en zusters,
luistert naar wat de heilige Geest zegt:
“Heden, als gij zijn stem hoort,
weest dan niet halsstarrig
zoals eertijds bij het oproer,
op de dag van de uitdaging in de woestijn,
waar uw vaderen Mij hebben uitgedaagd
en op de proef gesteld,
ofschoon zij mijn werk gezien hadden, veertig jaar lang.
Daarom werd Ik toornig op dat geslacht
en Ik zei: Altijd door dwaalt hun hart,
mijn wegen hebben zij niet willen kennen.
En Ik heb gezworen in mijn gramschap:
nooit zullen zij ingaan in mijn rust.
Zorgt ervoor, broeders en zusters,
dat onder u niemand zo’n slechte en trouweloze gezindheid heeft,
die leidt tot afval van de levende God.
Spreekt elkaar moed in
elke dag, zolang dat heden duurt,
zodat niemand zich door de zonde
tot zulk een halsstarrigheid laat verleiden.
Want wij zijn Christus’ deelgenoten geworden,
mits we ons aanvankelijk vertrouwen
ongeschokt bewaren tot het einde.”
Woord van de Heer.
Wij danken God.

tussenzang: Ps. 95 (94), 6-7, 8-9, 10-11

Refrein:
Luistert heden naar de stem van de Heer,
en weest niet halsstarrig.

Komt, laat ons aanbiddend ter aarde vallen,
neerknielen voor Hem die ons schiep.
Hij is onze God en wij zijn volk,
Hij is de herder en wij zijn kudde.

Luistert heden dan naar zijn stem,
weest niet halsstarrig als eens in Meriba,
zoals in Massa in de woestijn,
waar uw vaderen Mij wilden tarten
ofschoon zij mijn daden hadden gezien.

Veertig jaar stond dit volk Mij tegen:
Ik sprak: zij zijn toch een dolend volk,
zij kennen mijn wegen niet.
Daarom heb Ik in gramschap gezworen
nimmer vinden zij rust bij Mij.

vers voor het evangelie: Ps. 27 (26), 11

Alleluia.
Toon mij uw weg, Heer, bij tegenstand,
leid mij langs effen paden.
Alleluia.

evangelie: Mc. 1, 40-45

Terstond verdween de melaatsheid en de man was gereinigd.

De Heer zij met u.
En met uw geest.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus.
Lof zij U, Christus.

Er kwam eens een melaatse bij Jezus
die op zijn knieën viel en Hem smeekte:
“Als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen.”
Door medelijden bewogen stak Hij de hand uit,
raakte hem aan en sprak tot hem:
“Ik wil, word rein.”
Terstond verdween de melaatsheid en was hij gereinigd.
Terwijl Hij hem wegstuurde, vermaande Hij hem met klem:
“Zorg ervoor dat ge aan niemand iets zegt,
maar ga u laten zien aan de priester
en offer voor uw reiniging wat Mozes heeft voorgeschreven,
om ze het bewijs te leveren.”
Eenmaal vertrokken
begon de man zijn verhaal overal in het openbaar te vertellen
en ruchtbaarheid aan de zaak te geven,
met het gevolg
dat Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen,
maar buiten op eenzame plaatsen verbleef.
Toch kwamen de mensen van alle kanten naar Hem toe.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Menu sluiten