Sint-Valentijn

Heiligen geven vaak door hun leven een klare verhelderende kijk op de waarheden van het geloof. Op 14 februari viert de Kerk Sint-Valentijn. Aan de hand van de verhalen over zijn leven willen we tot een beter begrip komen van de geschiedenis van de Kerk in onze streken. De vele gebruiken verbonden aan het feest van Sint-Valentijn brengen ons terug naar de eerste eeuwen van de Kerk, waar velen stierven als martelaar omwille van hun trouw aan het geloof.

Beste lezers, op de kalender lezen we op 14 februari: Valentijnsdag.  Dit betekent de dag van het uitwisselen van liefdesbrieven, woordjes, cadeautjes… Het feest van alle geliefden. Het is uiteraard zeer commercieel en daarom deze vraag: zit er echt niets christelijks achter dit Valentijnsfeest? Of een betere vraag: heeft er een Sint-Valentijn geleefd?

Oorsprong van Valentijnsdag

De Spaanse bisschop van het bisdom Alcala de Haneres organiseert op 14 februari een gebedswake niet alleen voor de verloofden, maar ook voor echtgenoten in moeilijkheden en voor echtgescheidenen. De datum 14 februari komt van Paus Gelasius I, die in 496 die dag uitriep tot de dag van de Heilige Valentijn. Op 15 februari, vierde men in het Romeinse rijk het feest van Lupercalia ter ere van de Romeinse god Lupercus. Het was een vruchtbaarheidsfeest dat werd gevierd in de Lupercal, de grot waar Romulus en Remus, de stichters van Rome, door de wolvin zouden zijn gevoed. De namen van ongehuwde jonge vrouwen werden in een grote kom gegooid en de ongehuwde jonge mannen mochten dan om beurt een naam trekken. Tijdens het feest waren de twee jonge mensen, die op die manier aan elkaar gekoppeld werden, elkaars partner. Het feest was ook bij de christenen populair en nog springlevend in 494 na Christus. Paus Gelasius I deed een poging dit laatste openlijk toegestane restant van de heidense godsdienst te verbieden: in 496 veranderde hij het Lupercalia-feest van 15 februari in Sint-Valentijnsdag dat op 14 februari werd gevierd.

Van waar komt dan de naam Sint-Valentijn?

Deze feestdag valt samen met de herdenking van twee christelijke martelaren met de naam Valentinus uit de derde eeuw. Eén was priester in Rome en de ander was bisschop van Terni, een  goede 100 km ten noorden van Rome. Maar mogelijk gaat het hier om dezelfde persoon. De recente heruitgave van het Romeins Martelarenboek (Martyrologium, Vaticaan, 2001) noemt deze Valentinus niet meer apart. De verering van de martelaar Valentinus wordt ook bevestigd door pelgrimsverslagen uit de 7e eeuw.

Legenda aurea

In de dertiende eeuw leefde de theoloog en aartsbisschop van Genua Jacobus de Voragine. Hij schreef de ‘Leganda Aurea’ waarin de levensverhalen worden beschreven van vele heiligen en martelaren op basis van de vele reeds bestaande bronnen. Veel informatie werd eerst mondeling overgeleverd en in een later stadium op schrift gesteld. In de ‘Legenda Aurea’ behandelt Jacobus vier soorten heiligen: de heiligen uit de eerste vier eeuwen (bv. de H. Nicolaas), daarnaast ook plaatselijke heiligen, nog levende heiligen of eerder charismatische figuren en heiligen zonder duidelijke historie, zoals Valentinus.  Heiligen, die ‘terecht door mensen worden vereerd, maar wiens daden slechts bij God bekend zijn’. Belangrijk voor het succesverhaal van de ‘Legenda Aurea’ waren de vertalingen in vele volkstalen waarbij vooral de dominicanen en franciscanen de verhalen verspreidden over een breed publiek. Ook de boekdrukkunst droeg vanaf de late vijftiende eeuw bij aan het blijvende succes van deze verhalen over apostelen, martelaren, bisschoppen, abten en maagden. Ze werden ook gekoppeld aan de belangrijkste kerkelijke feestdagen volgens de Romeinse kalender en de leer van de Kerk. Ook kunstenaars baseerden zich voor hun gebrandschilderde ramen, schilderingen en beeldhouwwerken op deze geschiedenissen. De oudste Middelnederlandse vertaling stamt uit 1357. En zo komen we meer te weten over een Sint-Valentinus  van Terni, Romeins priester en/of  bisschop,  die om zijn geloof vervolgd en persoonlijk ondervraagd werd door de Romeinse keizer Claudius II (268 – 270).

Via Flaminia

In 2002 vermeldden de deskundigen Otto Wimmer en Hartmann Melzer in hun ‘Lexikon der Namen und Heiligen’ het volgende: aan de Via Flaminia bevonden zich in de 4e eeuw twee begraafplaatsen. Op beide plekken werd een Valentinus vereerd. Bij mijlpaal 2 van de via Flaminia, nog binnen de muren van Rome, was er de eerste begraafplaats. Bij mijlpaal 23 van de via Flaminia, vlakbij Terni, stond een tweede begraafplaats. Op de begraafplaats bij deze tweede mijlpaal liet paus Julius I in de vierde eeuw de Valentinusbasiliek bouwen. Deze basiliek werd door paus Theodorus I in de 7de eeuw volledig gerenoveerd. Zijn martelaarsberichten noemen Valentinus priester in Rome die onder keizer Claudius II, op een veertiende februari de marteldood onderging en aan de Via Flaminia werd bijgezet. Maar op diezelfde weg, aan een andere mijlpaal, de 63ste, stond in de 8ste eeuw een kerk die eveneens aan een heilige Valentinus was toegewijd, ook vereerd op 14 februari. Een martelaarsbericht uit de 6de eeuw noemt hem burger en bisschop van de stad Terni, terechtgesteld in Rome en in de buurt van zijn vaderstad begraven.

Welke verhalen doen nu de ronde over Valentinus?

Op en dag kwam een jong paar bij bisschop Valentijn met het verzoek hen te trouwen. De man was een heidens soldaat, de vrouw een christen. Maar de keizer verbood huwelijken opdat de mannen gemakkelijker vrij zouden zijn voor de legerdienst. Maar de brave bisschop vond de liefde zwaarder wegen dan de wetten van de keizer en huwde het stel. Algauw kwamen meerdere paren met hetzelfde verzoek. Valentijn werd aangegeven en gearresteerd. Hij verscheen voor Keizer Claudius die hem onder doodsbedreigingen poogde over te halen tot het heidense geloof van de Romeinen. Valentinus weigerde en poogde zelfs de keizer te bekeren naar het christendom. Keizer Claudius voelde zich beledigd en liet Valentijn martelen en onthoofden op de 14de februari 269.

Volgens een ander verhaal kwam een cipier of de stadhouder van Rome bij Valentijn, die toen al in de gevangenis verbleef. Hij verzocht de heilige zijn blinde dochter te genezen. Valentijn zorgde voor een geneesmiddel, maar dat werkte niet. Op de dag van zijn onthoofding probeerde de vader van het meisje nog wanhopig het vonnis te verdagen, maar tevergeefs. Na Valentijns terechtstelling ontving het meisje een klein briefje van Valentijn, waaruit een gele bloem viel. Op het briefje stond ‘Van Valentinus’ en terstond kon ze weer zien. Volgens de legende bekeerde de vader zich daarna tot het christendom. Bisschop Valentijn had de gewoonte om een bloem te geven, als mensen hem om raad vroegen. Vandaar de bloemengroet op Valentijnsdag!

Valentijn ik wil je vragen

geef ons nog wat van die dagen

dat w’elkaar wat beter zien

as-t-effe-kan ‘n stuk of tien

of twintig, veertig, zestig, tachtig

of honderachtenvijftig, prachtig

tot het er, lieve Valentijn

drie-honderd-vier-en-zestig zijn

 ‘Wens’ van Toon Hermans

Menu sluiten