Er was eens een boompje

Er was eens een boompje,
fris groen en gezond.
Samen met anderen,
stond hij in bos, in vruchtbare grond.
Zijn wortels zochten
levend water, mineralen, tot groeikracht.
Zijn kruin kwam mooi open,
wat een pracht.
 
Eens was hij een heel kleine vrucht
nu prijkt hij, o wonder, tot hoog in de lucht!
Takken groeiden aan de stam horizontaal,
anderen weer schuin of verticaal.
In de lente kleuren bloesems zijn jeugd
en 's zomers doet zijn schaduw zo deugd.
In de herfst is hij kleurrijk, een vreugd.
's Winters tekent sneeuw zijn vorm,
zo een boom dat is toch enorm.
 
Wortels vertakken zich tot diep in de grond,
verankerd in de aarde is die boom gezond.
En de takken, zij krijgen lover,
zij halen voedsel uit het licht,
zijn immer als bij tover
naar de hemel toe gericht.
Bij wind zingt hij een eeuwig lied
joelt van vreugde of verdriet.
 
Onder zijn lover ga ik schuil.
In zijn kruin nestelen ekster, mees of uil.
Mét andere bomen vormt hij een prachtig bos,
dat maakt bij mij gedachten los.
Tot pure frisheid zuivert hij de lucht
die speelt in zijn takken met zachte zucht.
De boom is gastvrij, een immens biotoop,
bied menig dier lommer, bescherming en hoop.
 
De boom wordt steeds hoger, steviger en sterk.
Het kan echt niet missen, dit is Gods werk!
Al is de boom kwetsbaar
hij vangt veel wind, onvoorstelbaar.
Een specht klopt aan of er groeit een parasiet,
de sterke boom, het deert hem niet.
Takken buigen, maar zijn stam groeit stevig door.
Vogels fluiten er in een hemels koor!
 
Mensen, geraakt door de liefdesvlam,
kerfden hun namen in zijn stam!
Wat de boom ook velt: wind, ouderdom of vandalen,
hij krijgt een nieuw leven,
zijn hout komt men halen
als grondstof tot kunstwerk of bron van energie
hij blikt terug op een leven in harmonie.
 
Had ik maar zelf iets meer van die boom,
hoe mooi zou het leven zijn, meer dan een droom.
 
Marc Van Hoorick 
Menu sluiten